Aanklacht tegen twee banken om terreur

Tientallen slachtoffers van terroristische aanslagen hebben bij een Amerikaanse rechtbank aanklachten ingediend tegen de Britse National Westminster Bank (NatWest) en het Franse Credit Lyonnais. De twee banken zouden rekeningen hebben aangehouden van organisaties die door de Verenigde Staten op een zwarte lijst waren geplaatst.

Beide banken hadden rekeningen van supporters van de radicale Palestijnse groepering Hamas in hun bestand. NatWest, onderdeel van de Royal Bank of Scotland, zou bankdiensten hebben verleend aan de in Groot-Brittannië gevestigde groep Interpal, het Palestijnse Ondersteunings- en OntwikkelingsFonds. Ook zou NatWest hebben meegewerkt met deze groep om via de website geld in te zamelen. Interpal kwam in 2003 op de zwarte lijst.

De andere aanklacht betrof de Franse bank Credit Lyonnais. Deze bank zou het in Frankrijk gevestigde Comité voor Palestijnse Liefdadigheid en Hulp (CPSB) hebben geholpen met bancaire diensten. Ook deze bank kwam in 2003 op de lijst van verdachte terreurgroepen. De klacht tegen Credit Lyonnais is afkomstig van Moses Strauss, een joodse Amerikaan die in Israel studeerde en in 2003 gewond raakte bij een aanslag op een bus die is opgeeist door Hamas.

Beide banken ontkennen dat ze fout zijn geweest. De Britse controlecommissie voor liefdadigheidsinstellingen heeft in 1996 en in 2003 beschuldigingen dat Interpal connecties had met Hamas onderzocht. Er werd geen bewijs gevonden dat met de liefdadigheid een en ander mis zou zijn.

Credit Lyonnais onderstreepte dat in 2003 de banden met de CPSB werden doorgesneden, nog voordat de organisatie op de beruchte lijst terecht kwam.

Onder de klagers tegen Credit Lyonnais zijn veel nabestaanden van slachtoffers van een zelfmoordaanslag op een bus in Jeruzalem waarbij in augustus 2003 twintig mensen om het leven kwamen. Hamas heeft de verantwoordelijkheid voor die aanslag opgeeist.