Zebrapadtest

Een auto die stopt, omdat een voetganger het zebrapad wil oversteken: het is zeer ongebruikelijk.

voetgangers op zebrapad Amsterdam overtoom Dijkstra bv

Het afgelopen jaar ben ik een keer of vijf bijna doodgereden. Dat was mijn eigen stomme schuld. Ik was namelijk zo dom om bij een zebrapad over te steken. Oudere lezers weten het nog wel: bij een zebrapad heeft een voetganger voorrang. Sterker nog, jongere lezers met een rijbewijs weten dit ook, want bij het theorie-examen leer je dat je constant alert moet zijn op voetgangers, zeker als die in de buurt van een zebrapad lopen.

Dat is de theorie. De praktijk is heel anders. Wanneer we de zebramores hebben losgelaten weet ik niet, maar je kunt onmogelijk volhouden dat een zebrapad in Nederland een veilige plaats is om over te steken (reden voor gemeente Eemsmond om in 2004 alle zebrapaden op te doeken).

Een jaar lang heb ik, in een middelgrote stad in Noord-Holland, twee à drie keer per dag een zebrapad genomen. Ik heb het op alle momenten van de dag geprobeerd, maar de verschillen waren niet significant. Het resultaat was steeds hetzelfde: je kunt aan de kop van een zebrapad gaan staan, maar zolang je het niet aandurft om er een stap op te zetten, zal geen hond voor je stoppen.

Of, om preciezer te zijn, geen Nederlandse hond. Die paar keer dat er voor mij werd gestopt, had de auto een buitenlands kenteken. Nederlandse automobilisten geven het liefst een dot gas als ze iemand bij een zebrapad zien wachten. Om de voetganger net te snel af te zijn.

Het Nederlandse publiek is dit volkomen gewend. Let maar eens op. Bij zebrapaden zie je mensen braaf staan wachten tot het verkeer voorbij is. De notie dat auto's hen zouden moeten laten voorgaan, is sinds 1958, toen het zebrapad in Nederland werd geïntroduceerd, kennelijk diep weggezakt.

Om het niet bij praten over normen en waarden te laten, heb ik besloten om in dezen het goede voorbeeld te geven. Ik bleef niet wachten, ik stak gewoon over, met gevaar voor eigen leven. Daarmee heb ik veel mensen de stuipen op het lijf gejaagd. In de eerste plaats medewachters. Die schrikken zich soms rot als je zomaar, terwijl op een paar meter afstand een auto komt aanrazen, gaat oversteken. En natuurlijk veel automobilisten, die bovenop hun rem moesten gaan staan.

Tot kettingbotsingen is het nooit gekomen, hoewel het in de namiddagspits een paar keer niet veel heeft gescheeld. Wel is er getoeterd, geschreeuwd en met de vinger naar het voorhoofd gewezen. Af en toe meende ik een blik van schaamte op te vangen die leek te zeggen: verdomd, een zebrapad, eigenlijk had ik moeten stoppen.

Ik heb de zebrapadtest ook als automobilist toegepast. Dat was minder levensbedreigend, maar zeker zo interessant. Conclusie: mensen zijn uiterst verbaasd als je rustig stopt voor een zebrapad. Sommigen waren zelfs zo verbaasd dat ze bleven staan. Ze begonnen pas te lopen nadat ik ze daartoe met een gebaar had aangespoord: na u, ga uw gang. Dat werd zeer op prijs gesteld, ik werd er vriendelijk voor bedankt. Maar ook zonder begeleidend gebaar is het gewoon geworden om een automobilist die stopt met een hoofdknikje of gebaar te bedanken. Goh, wat ongekend vriendelijk.

Dat is misschien wel de opmerkelijkste conclusie uit de zebrapadtest: doen wat je zou moeten doen, wat volgens de verkeersregels zelfs verplicht is, is zo ongewoon geworden dat het als een gunst wordt ervaren.

    • Ewoud Sanders