Wat Stalin wist van Hitlers lot

Over wat er werkelijk met Hitler was gebeurd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, maakten de geallieerden zich grote zorgen. Volgens een hardnekkig gerucht was hij ontkomen, maar al snel kon worden vastgesteld dat de nazi-leider zich van het leven had beroofd. Ook het Kremlin was kort na de oorlog al overtuigd van deze waarheid, zoals blijkt uit documenten in Moskouse archieven waarnaar wordt verwezen in Het boek Hitler, samengesteld door de Duitse historici Henrik Eberle en Matthias Uhl. Toch bleef het Stalin-regime nog een paar jaar beweren dat de verslagen Duitse leider naar het Westen was gevlucht, en dat de voormalige bondgenoten dit best wisten.

In Het boek Hitler wordt een omvangrijke tekst openbaar gemaakt, die eind jaren veertig voor Josef Stalin persoonlijk werd vervaardigd door officieren van de geheime dienst NKVD, de voorloper van de KGB. Eberle en Uhl vonden het manuscript in een Moskous archief. Hoewel de Nederlandse en Engelse edities niet uit het Russisch maar uit het Duits zijn vertaald, en niemand buiten de samenstellers het oorspronkelijke manuscript gezien lijkt te hebben, zijn ook vooraanstaande historici als Richard Overy en Hitler-biograaf Ian Kershaw van de authenticiteit overtuigd. Oorspronkelijk was de NKVD vooral op zoek geweest naar feiten over de laatste dagen van de Duitse leider. Daarvoor had ze twee ooggetuigen ter beschikking die in mei 1945 in Berlijn waren gearresteerd: Hitlers persoonlijke adjudanten Heinz Linge en Otto Günsche. Het fascinerende verslag van de laatste maanden in de Führerbunker beslaat een derde van het boek.

Uit de eerste hand wordt verteld over de leider die het vertrouwen in zijn generaals heeft verloren, over zijn woede-uitbarstingen, de fysieke aftakeling, zijn wereldvreemde visie op het verloop van de oorlog, zijn zelfmoord en die van echtgenote Eva Braun en de familie Goebbels. Er wordt nog eens mee onderstreept hoe realistisch Oliver Hirschbiegels film Der Untergang is, die is gebaseerd op ander gedegen onderzoek van Hitler-biograaf Joachim Fest en de memoires van Hitlers secretaresse Gertraud Junge. Het boek Hitler versterkt het bestaande beeld, maar stelt een aantal gebeurtenissen wel in een ander licht. In de film wordt bijvoorbeeld breed uitgemeten hoe de nazi-leider de executie van zijn zwager Fegelein eiste, terwijl hij die volgens zijn adjudanten probeerde te voorkomen.

Citaten

Problematischer is het deel over de periode vanaf 1933. Met zijn sprekend opgevoerde hoofdpersonen lijkt het soms meer op een vie romancée dan op rapportage of geschiedschrijving. Om de betrouwbaarheid van de citaten aan te tonen, verwijzen de samenstellers naar enkele uitspraken van Hitler die ook in andere bronnen voorkomen. Maar dat zegt weinig over de talloze andere letterlijke uitspraken en dialogen die adjudanten Linge en Günsche uit twaalf jaar zouden hebben onthouden. Er kan evengoed uit geconcludeerd worden dat de NKVD-auteurs deze citaten zelf al van elders kenden en ze het tweetal in de mond hebben gelegd.

Vertrouwenwekkend is evenmin dat de getuigenissen van de adjudanten door mishandeling en bedreiging zijn verkregen. Blijkens NKVD-documenten werkte Linge uiteindelijk goed mee, maar terug in Duitsland schreef hij mémoires waarin een aantal zaken anders is weergegeven. Günsche blééf dwars en zei niet meer dan strikt noodzakelijk. Hij was trouwens maar tijdens de helft van de besproken periode in Hitlers nabijheid. Dit alles neemt niet weg dat er een interessant beeld ontstaat van Hitlers dagelijkse leven, zijn uitslapen tot in de middag, de injecties met pepmiddelen en de niet helemaal te doorgronden aanwezigheid van Eva Braun en haar vriendinnen.

Intern gebruik

In Het boek Hitler is de beschrijving van de gebeurtenissen rondom Hitler ingebed in het grote verhaal van de ontwikkelingen in Europa. De NKVD-schrijvers moeten het hebben geschreven met de kennis die zij uit vele andere bronnen hadden, maar genoemd worden die bronnen niet. Omdat het een tekst voor intern gebruik was, wordt wel mooi zichtbaar hoe de Tweede Wereldoorlog volgens de Sovjet-leiding was verlopen. De westerse geallieerden, systematisch aangeduid als “Anglo-amerikanen', waren laf en lamlendig. Wanneer ze een overwinning boekten was het toeval of dankten ze die aan de Russen. Nog moeilijker te verteren is dat de jodenvervolging ongenoemd blijft: Stalin was rond die tijd zelf bezig met een strijd tegen joods “kosmopolitisme'. Op één plaats wordt melding gemaakt van rijdende gaskamers op vrachtwagens, die bedoeld zijn om Russen te doden. En Hitler bekijkt ook plannen voor “gaskamers'. In hun nawoord en in de pers claimen de samenstellers dat hiermee voor het eerst is bewezen dat Hitler zich persoonlijk met de holocaust bemoeide. Afgaande op de tekst is het waarschijnlijker dat het niet ging over plannen voor de vernietigingskampen, maar voornoemde vrachtwagens. De verdeling van Polen door Hitler en Stalin komt in het boek uiteraard niet voor.

De nu verschenen uitgave bevat een notenapparaat van Eberle en Uhl, plus een voor- en een nawoord. Maar Stalin kreeg alleen een vlot lopend verhaal op zijn bureau, vervaardigd door NKVD-officieren met schrijftalent en zo te zien creatieve ambities, maar ook met als enige bronvermelding dat Linge en Günsche waren ondervraagd. Je kunt je afvragen hoe belangrijk deze tekst voor hem is geweest naast de vele andere rapporten die hij onder ogen kreeg. Over de vraag of Stalin hem werkelijk heeft gelezen, verschillen de meningen. De samenstellers van het boek weten bijna zeker van wel, maar zij melden ook dat het manuscript geen aantekeningen in de kantlijn bevat. Volgens Sovjetoloog Robert Service wijst dit erop dat de tekst ongelezen bleef: Stalin schreef overal commentaar op, zelfs op zijn grammofoonplaten.

Henrik Eberle en Matthias Uhl (red.): Het boek Hitler. Bruna , 653 blz. euro 29,95

    • Hans Schoots