Voorzichtig met microfinanciering

Nico Mensink (FMO) maakt in zijn bijdrage op de Opiniepagina van 2 januari bezwaar tegen de door mij geuite twijfels over de effectiviteit van microfinanciering voor armoedebestrijding (21 december). `Microfinanciering` omvat veel meer (sparen en verzekeren) dan krediet, en juist van dat laatste krijgen de negatieve effecten en beperkingen nauwelijks aandacht in de media.

Het is een zorgwekkende ontwikkeling dat vrouwen door `repeteerleningen`, bij een of meerdere microfinancieringsinstellingen, permanent in de schuld komen te staan zonder dat dit zich vertaalt in een toename van hun economische activiteiten en winst. Deze `feminization of debt` is goed gedocumenteerd (zie Google), in de praktijk duidelijk waarneembaar, en bevordert op geen enkele manier de emancipatie van vrouwen. Waar dat plaatsvindt is het nettoresultaat een structurele overdracht van inkomen van arme vrouwen naar de financiële instelling.

De door mij genoemde hoge rentes voor kortlopende leningen, op jaarbasis bijna 50 procent worden niet alleen gevraagd in landen met een hoge inflatie maar ook waar die laag is (o.a. Mexico, Uganda ). Door het systeem van terugbetaling van de hoofdsom in wekelijkse termijnen ligt de `effectieve` bankrente nog aanmerkelijk hoger, en kan oplopen tot 90 procent. Alleen bij een ”kostendekkende aanpak wordt microfinanciering commercieel interessant”, zegt Nico Mensink. De vraag is: interessant voor wie?

Impactstudies over de effectiviteit van microkrediet laten zien dat inkomensstijging vooral plaatsvindt bij kredietnemers die boven de armoedegrens zitten. Naarmate de micro-ondernemers armer zijn, wordt de kans kleiner dat krediet productief en effectief wordt aangewend, en groter dat zij van de regen in de drup komen.