Vanaf

Het voetbalwoordje van 2006 wordt “vanaf', let maar op. Vroeger speelde een voetballer met rugnummer elf op links, nu speelt hij in toenemende mate vanaf links. Klein verschilletje maar? Semantische kwestie? Toch niet. Het woordje symboliseert de nieuwe voetbalcultuur. Wie vanaf links speelt, is juist niet voornemens te doen waar iemand van wie je zegt dat hij op links speelt hartstochtelijk naar verlangt. Ronaldinho speelt vanaf, en Rooney en Pires, en bij ons in Nederland is Babel er een duidelijke exponent van.

Officieel staan ze linksbuiten, of linkshalf, maar het is nauwelijks de bedoeling dat ze hun creativiteit langs de zijlijn ontplooien. Waar de ouderwetse buitenspeler zichtbaar opgewonden raakte van een lege strook gras voor zich - van Stanley Matthews tot Marc Overmars - zegt de moderne equivalent eerder: ja zeg! Liever zwenkt hij met de bal aan zijn voet naar de as van het veld om daar iets leuks te doen, in de opwindende wetenschap dat het doel vlakbij is. Kleine kans dat kids tegenwoordig achter hun PlayStation klassieken als George Best en Piet Keizer nadoen. Waarom eerst proberen een mannetje buitenom te passeren, naar de achterlijn te hollen om de bal pas daarna - hé, schiet eens op man - voor het doel te trappen? Voor de kids van nu waren Garrincha en Gento geen vet coole artiesten die het publiek langs de zijlijn in extase brachten; eerder nerds die zo stom waren een omweg te nemen.

De stijgende populariteit van het woord vanaf geeft aan hoezeer de buitenkanten van het veld in aanzien dalen. Er moet nu eenmaal iemand staan om de bal tijdens een aanval te kunnen aannemen en om te verhinderen dat een vleugelverdediger van de tegenpartij al te gemakkelijk een aanval opzet. Voor de rest is de buitenspeler een lege huls, een spookfiguur. Centrumspits Johan Cruijff trok in zijn tijd vaak naar de buitenkanten om daar zijn mannetjes te passeren; nu doen buitenspelers precies het omgekeerde.

Zelfs in Nederland zie je ondanks alle gedweep met “voetbal over de flanken' steeds vaker vanaf in plaats van op. Ook de man die volgens bondscoach - en liefhebber van vleugelspel - Marco van Basten versneld genaturaliseerd moet worden, de Ivoriaan Salomon Kalou, speelt bij Feyenoord vanaf (links). Het liefste spelen Kalou en talloze anderen “op tien', in het midden achter de centrumspits. Daar, in het brandpunt van de ontwikkelingen, moet je zijn. Het alternatief is genoegen te nemen met een plekje aan de rand van de stad. Maar dan wel op voorwaarde dat je, zodra de mogelijkheid zich voordoet, de metro naar het vibrerende centrum mag pakken. Alles liever dan verpieteren in een buitenwijk zonder neon.

    • Auke Kok