Van een chocoladereep tot olympisch goud

Een chocoladereep. Daarmee begon de zwemcarrière van olympisch oud-kampioene Nel van Vliet, die woensdag op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleed. Ze was 16 jaar toen een vriendin haar meenam naar de Hilversumse zwemvereniging De Robben, het domein van kampioenenkweker Jan Stender. “Wie het eerst aan de overkant is, verdient een chocoladereep“, riep Stender de aanwezigen toe. Van Vliet zwom voor wat ze waard was en won.

“De zwemster Nel van Vliet is toen geboren“, blikt zij terug op haar eigen carrière in Gouden boek van de Nederlandse olympiers. Onder Stenders bezielende leiding baande Van Vliet zich in een indrukwekkend tempo een weg naar de internationale zwemtop. Temeer daar zij nauwelijks tijd had om te trainen; als achtste uit een gezin van twaalf kinderen werd Van Vliet geacht mee te helpen in de banketbakkerij van haar vader. Daar ging tussen een en twee 's middags de deur op het slot - het enige uurtje dat haar vader haar kon missen.

Dat nam niet weg dat Van Vliet (doopnaam “Pietje') in 1943 Nederlands kampioen werd op de 200 meter schoolslag in Leiden. Na een gedwongen rustperiode als gevolg van een slecht functionerende schildklier, verbeterde zij in 1946 het wereldrecord op de 100 meter schoolslag van de Duitse Gisela Grass. Een jaar later reisde zij af naar Monaco voor het Europees kampioenschap, waar zij de de 200 meter schoolslag won. Haar grote doorbraak moest toen nog komen: een gouden medaille op dezelfde afstand bij de Olympische Spelen van 1948 in Londen, in het Wembley zwembad. Bij die spelen won de Nederlandse atlete Fanny Blankers-Koen ook vier gouden medailles.

“Fanny Blankers-Koen was de ster van de Spelen“, zegt oud-zwemster Erica Terpstra, nu voorzitter van de sportkoepel NOC*NSF. “Dat nekte Van Vliet. Ze heeft nooit de aandacht gekregen die zij verdiende. Want laten wij wel wezen: Nel heeft een fabelachtige carrière achter de rug.“

Terpstra leerde Van Vliet kennen toen zij zelf nog zwemster was. De twee kregen eind november 2004 weer met elkaar te maken, toen Terpstra Van Vliet thuis opzocht in de hoedanigheid van voorzitter. Terpstra: “Dat zat zo: twee weken nadat Nel haar olympische titel had behaald, werd haar medaille bij een inbraak gestolen. Ze was ontroostbaar. Oud-zwemmer Ton Bijkerk naakte zich nadien bij het Internationaal Olympisch Comité nog hard voor het uitreiken van een replica. Ik had de eer om hem aan haar te overhandigen. Ze bleek zeer in haar nopjes.“

Van Vliets zwemkwaliteiten bleven ook in het buitenland niet onopgemerkt. Nog voor zij haar olympische titel behaalde, nodigde de Amerikaanse zwembond haar uit om haar krachten te meten met de Amerikaanse kampioenen. In het gezelschap van de Nederlandse zwemsters Truus Klapwijk en Iet Koster-van Feggelen toog zij in 1946 naar de Verenigde Staten, waar zij met schijnbaar gemak vijf Amerikaanse records verbeterde. De Nederlandse zwembond was minder blij met haar “escapade' - het zou Van Vliets kansen op een olympische medaille wel eens kunnen schaden. Die vrees bleek ongegrond.

Nadat Van Vliet de gouden medaille in Londen had gewonnen, beëindigde ze internationale zwemcarrière. Ze trouwde, kreeg kinderen en wijdde zich aan het moederschap. Toen haar huwelijk strandde, nam zij een baan aan als zweminstructrice in het Gooi - een bezigheid die kennelijk nooit verveelde, want Van Vliet hield het werk bijna 45 jaar vol. In die tijd bracht zij duizenden kinderen de beginselen van het zwemmen bij.

Maar oude liefde roest niet. Eenmaal met pensioen wilde de olijke blondine van weleer zich nog eenmaal bewijzen. In 1999, ruim een halve eeuw na de Olympische Spelen in Londen, sleepte zij vier gouden medailles in de wacht bij internationale wedstrijden voor senioren. Nel van Vliet was, om met de woorden van oud-zwemster Terpstra te spreken, “een absoluut fenomeen“.

    • Danielle Pinedo