U vraagt, wij draaien

C.B. Vaandrager leidde een treurig leven vol drank en drugs. Toch had hij een belangwekkende literaire loopbaan.

Literatuur en commercie zijn niet meer los van elkaar te zien - de combinatie is inmiddels een gemeenplaats. Hoe die ontwikkeling zich heeft voltrokken, beschreef Rob Schouten onlangs in zijn literaire jaaroverzicht in Trouw. Hij vertelt hoe “persoonlijkheid' een steeds grotere rol gaat spelen in de letteren, tot iemands naam zo bekend is dat die alleen al volstaat om een boek uit te geven. En wie niet bekend is, kan maar het best een “literaire thriller' schrijven - een paradoxaal genre dat zozeer school heeft gemaakt dat zelfs de eerbiedwaardige uitgever van de Russische Bibliotheek, Van Oorschot, er tegenwoordig een voorjaarsaanbieding mee opent.

“U vraagt, wij draaien. Cor Vaandrager past de beginselen van de tekstschrijver toe op de dichter. Dichten, wil hij maar zeggen, kan ook een procédé zijn waarvoor betaald moet worden', aldus Menno Schenke in zijn onlangs verschenen, gedetailleerde biografie Vaan. Haarfijn wordt duidelijk hoe deze dichter/schrijver en enkele van zijn generatiegenoten het startpunt gaven voor deze trend. Niet bewust natuurlijk, maar de agressieve positionering van zichzelf en zijn kornuiten bij het tijdschrift Gard Sivik, is een belangrijk moment in de commercialisering van de literatuur geweest.

Je kan stellen dat de ellende is begonnen in de jaren zestig, met schrijvers die zich er niet voor schaamden in de reclame werkzaam te zijn, en die met enthousiasme leven en werk door elkaar lieten lopen, in de overtuiging dat hun werk er interessanter en eerlijker van zou worden. Maar de inzet was anders. Niet voor niets schrijft Vaandrager in 1958 nog aan zijn vriend Paul Snoek: “Wordt geen ,,Streber'', blijf eerlijk, tegenover jezelf en anderen.'

Het is in de tijd dat de tweeëntwintigjarige dichter, niet voor het laatst, de balans opmaakt. Erg veel heeft hij dan nog niet bereikt. Hij heeft enkele gedichten en een halve roman geschreven Daarnaast had hij het ongetwijfeld meest denigrerende afwijsbriefje op zak dat ooit werd geschreven. Dat kwam van Ad den Besten, redacteur van de poëziereeks De Windroos: ,,Het spijt me dat ik je geen voorstel tot uitgave van je bundel East Coast kan doen. Je gedichten blijven voor mij grotendeels woorden, in shakespeariaanse zin “words, words', ze ballen zich niet samen tot een frappante suggestie. [] Als geheel heeft de bundel mij niet geraakt, tenzij dan onaangenaam. Ik heb de grootste moeite gehad om door te lezen, toen ik omstreeks de helft was aangekomen.''

Dat Den Besten zich vergiste zou pas later blijken. Vaandrager ontpopte zich samen met Hans Sleutelaar en Armando tot de voorste linie van de generatie van Zestigers. Bij hen lag een duidelijke theorie aan de woorden ten grondslag: alleen observeren en constateren, de eigen emotie wegsnijden, luidde het devies. Het resulteerde in droge observaties als “Het zal je gebeuren: /een pissebed van voor de Eerste Wereldoorlog /wordt meegesleept /in de smeerolie van een brug /en gekraakt, /zo geconserveerd als hij was. //Je moet er oog voor hebben, /als je moet wachten voor de Koninginnebrug' of als “I.M.' in de krant: “HOERA, /de complete cummings is gearriveerd! /$ 6.75'. Schenke interpreteert I.M. hier alleen als “ingezonden mededeling', maar I.M. is hier natuurlijk ook te lezen als in memoriam - de dichter is dood, eindelijk is het werk compleet. Nog geen tien jaar na de sombere brief aan Paul Snoek is Vaandrager een dichter die veel wordt gezien, gerecenseerd en geïnterviewd.

Parallel aan dit succes loopt een bestaan vol achterdocht en jaloezie, waardoor Vaandrager zijn vrienden van zich wist te vervreemden, vijanden maakte, uit huis werd geschopt, steeds zieker en somberder werd - met een zelfmoordpoging als dieptepunt. Vaandrager móet en zál antiburgerlijk en openhartig zijn. Dat levert in 1973 een tamelijk gênant tv-interview op in Het gat van Nederland. Vaandrager rookt tijdens het gesprek aan een stuk door sigaretten en een waterpijp met hasj, legt uit dat hij veel speed en cocaïne gebruikt en verklaart dat drugs een inherent onderdeel van zijn levenspatroon zijn: “Bovendien, ik lig aan het gas. Via het spuiten lig je aan het gas. Ik versta daaronder een inspiratielijn, met God.'

Een paar jaar later gaat hij de drugs afwisselen met antidepressiva en komt er nog maar weinig uit zijn pen. Wel krijgt Vaandrager nog in 1981 een stipendium waarmee beoogd wordt “een literair talent te stimuleren een belovende opdracht ten uitvoer te brengen.' Hij is dan 46 en is op zijn best nog steeds een “literair talent' - elf jaar later is hij dood. Schenke weet de neergang van het talent goed neer te zetten.

Trouw blijven aan jezelf, wat heeft het Vaandrager uiteindelijk opgeleverd? Een tragisch leven vol verslavingen, dronkenschap, een tamelijk vroege dood en een klein oeuvre dat weliswaar enkele beroemde dichtregels rijk is (uit de cyclus “Madurodam' bijvoorbeeld: “de kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant') maar waarvan alleen nog de twee romans, De reus van Rotterdam en De Hef, in één band verkrijgbaar zijn.

Is dat voldoende rechtvaardiging voor de biografie Vaan? Ja, want behalve een inkijkje in een treurig bestaan is dit ook een verhaal over de vercommercialisering van de literatuur. Daarin ligt ook de tragiek: Vaandrager heeft er niet de vruchten van geplukt. Hij zat in de reclame, kreeg voorschot na voorschot van de uitgeverij - overigens zonder veel werk in te leveren - maar van doorbreken of verkopen was geen sprake. Daarvoor was zijn werk niet toegankelijk genoeg, en Vaandrager was bovendien niet behendig in het manipuleren van de publiciteit.

Dat laatste verklaart waarschijnlijk zijn enorme gebetenheid op Jules Deelder. Die komt uit dezelfde hoek, heeft een vergelijkbare belangstelling, maakte niet minder leuke grapjes en niet minder psychedelische poëzie. Maar Deelder kon en kan de pers als geen ander naar zijn hand zetten. Vaandrager moet het vandaag de dag doen met een verwaterde versie van zichzelf zelf in de persoon van Bart Chabot, die nu regelmatig bij de commerciële omroep iets roept. Vaandrager zelf kwam uiteindelijk alleen nog op tv als er weer eens een documentaire over een zielige verlopen dichter werd gemaakt.

Menno Schenke: Vaan. Het bewogen bestaan van C.B. Vaandrager. De Bezige Bij, 495 blz. euro 35,-

    • Toef Jaeger