Rome van begin tot eind

Fik Meijer beschrijft in Macht zonder grenzen. Rome en zijn imperium een geschiedenis van grofweg negenhonderd jaar. Het boek telt 369 pagina's, dat zegt iets over de hoogte van de vogelvlucht van deze auteur. Bijna drie behandelde jaren per bladzijde, waaronder jaren met vier achtereenvolgende keizers aan de macht. We zuchten even. Dan de wetenschap dat Meijer zich heeft bewogen door een uitgestrekt woud van eerdere geschiedwerken op dit gebied, vaak kwestieus inzake betrouwbaarheid . We zuchten dieper. Allemachtig!

Dat Macht zonder grenzen desondanks een buitengewoon helder en overzichtelijk boek is geworden, een ideale cursus voor de beginnende historicus van “Rome in rise and fall,' is een compliment waar de lezer niet omheen kan. Eerder verscheen van Fik Meijer Gladiatoren. Volksvermaak in het Colosseum, een rijk, met anekdotes gestoffeerd boek om huiverend, met rode oortjes te lezen. Macht zonder grenzen is uiteraard volstrekt anders van toon, al herkennen we de nuchtere, kritische pen van Meijer en zijn de citaten die hij gebruikt zonder uitzondering zowel kostelijk als tekenend.

Ik heb niet de neiging de gang hier samen te vatten van het dorp in een bocht van de Tiber tot de vervallen herinnering aan Rome als centrum van een wereldrijk, met ingestorte graansilo's, van de sokkel getrokken bronzen beelden en schaapherders die tussen ruïnes op met gras begroeide pleinen hun kuddes weiden. Het is teveel, je hebt er op zijn minst 369 pagina's voor nodig. Of Meijer het altijd bij het goede eind heeft in zijn slotsommen bij het afwegen van al zijn bronnen kan ik nauwelijks beoordelen: ik heb de gang door genoemd woud niet afgelegd. Passages waarin hij niet plausibel redeneert heb ik echter nergens aangetroffen.

Het mag niet gebruikelijk zijn een stuk als dit te beginnen met wat de conclusie hoort te zijn, maar je raakt door alle informatie in Macht zonder grenzen enigszins platgeslagen. Wat kun je anders doen dan eerst te buigen voor een erudiet historicus, tot je in je middel iets hoort knakken? Pas dan zet men zich krakend overeind en begint een lijn te ontdekken in deze vloed van overzichtelijkheden. Zo is er de aandacht voor de rol van de rethorica in Rome's machtsuitoefening. Ondanks eeuwen van usurpatie hield Rome eeuwenlang vol dat het slechts verdedigingsoorlogen voerde, en Meijer laat (enigszins geamuseerd) zien in welke bochten men zich daarbij wrong.

Een ander punt van Fik Meijers aandacht betreft de economie van het Romeinse Rijk. Alle veroveringen dragen daar natuurlijk aan bij, er worden soms immense schatten gevonden en nog grotere schattingen opgelegd. Voor de langere termijn waren de Spaanse goud- en zilvermijnen van grote betekenis én - als Rome eenmaal over het hoogtepunt heen is - de belastingheffing, waarmee soms ronduit verpletterende druk wordt uitoefend.

Waar haalt men (we lezen over bewegingen in olijfoliegolf en wijnstroom) grondstoffen en eindproducten vandaan? Waar soldaten? Meijer heeft er aandacht voor. Ook voor de opbouw van de Romeinse maatschappij, de tegenstelling der klassen (waar komen de keizers vandaan?), de opbouw der cohorten en hun leiders, de uitvinding van de militaire inlichtingendienst, de rol van triomftochten na meer of minder geslaagde campagnes, de culturele diversiteit als Rome eenmaal wereldstad is met alle interne spanningen tot en met xenofobie (Juvenalis: “Die Griekse droesem, waar die stad van ons verziekt van is'), huisvesting (Rome kende flatgebouwen en bidonvilles), decadentie, en uiteindelijk het moment dat Rome haar plaats als centrum moet afstaan aan Byzantium (het huidige Istanbul), de onderdrukking der Christenen - die mislukt, en hoe! Je ziet hoe de H. Roomse Kerk bijna historisch noodzakelijk als zwam uit de puinhopen van het Romeinse imperium opschiet en haar sporen uit de hoed begint te schudden.

Wie een beeld wil krijgen van hoe overtuigend Fik Meijers aanpak is van dit reuzenwerk hoeft alleen maar de bladzijden te lezen waarin hij de Batavenopstand onder leiding van Julius Civilis behandelt. “Wat echt kwaad bloed bij de Bataven zette,' schrijft hij, “was dat mooie jongens geselecteerd werden om als schandknapen leden van de Romeinse elite te vermaken.' Ja, dan kom je wel in opstand - ik zie mijn zoon al richting badhuis worden afgevoerd. Dat de opstand uiteindelijk werd afgesloten met een dialoog tussen Civilis en Romes opstandbreker Cerialis (was het in 70 AD?) op een vernielde brug? Meijer: “Een jaar van rebellie had de Bataven niet meer dan een leeg land opgeleverd.' Daartussen een genuanceerd beeld van de later zo geromantiseerde Opstand der Bataven. Hoe Fik Meijers Macht zonder grenzen. Rome en zijn imperium dus is? Die conclusie gaf ik al.

    • Atte Jongstra