Rembrandt en zijn gimmicks

Jongeren komen niet meer in het museum, mensen tussen 20 en 35 zijn notoire museummijders en die van boven de 45 zie je ook niet meer in onze nationale schatkamers. Drie op de vijf Nederlanders gaat nooit naar een museum. Aldus mevrouw Medy van der Laan in de Volkskrant van gisteren. Ze verdedigt haar veelbesproken nota waarin ze voorstellen doet om het grote publiek, in het bijzonder de jongeren, en onder hen weer in het bijzonder de allochtonen nader tot het verleden te brengen. Daarvoor is in deze kabinetsperiode 50 miljoen euro beschikbaar. De staatssecretaris verzekert dat ook zij vindt dat de schilderijen aan de muren moeten blijven hangen en kostbaarheden in vitrines opgeborgen. Ze verweert zich tegen misverstanden.

In haar nota waart de onuitgesproken gedachte dat het vroeger beter was. Is dat zo? Wat is vroeger? Eén van de oorzaken waardoor de kinderen niet meer tot de kunst komen, ligt in de moderne verpakkingsindustrie. Kreeg je vroeger ergens een koekje, dan zat dat in een trommel met op het deksel de stier van Paulus Potter. Of beter nog, een wintertafereel van Barend Cornelis Koekkoek die als geen ander barsten in het ijs kon schilderen. Verkade deed bij zijn beschuit en ontbijtkoek plaatjes van Voerman en Rol, aquarellen van Onze grote rivieren, Texel of Kamerplanten, alles met grote nauwkeurigheid in beeld gebracht. De nieuwsgierigheid werd terloops geprikkeld, etenderwijs kwamen de kinderen tot de kunst.

Dan waren er opzienbarende gebeurtenissen. In 1937 werd in München de tentoonstelling Entartete Kunst gehouden, een verzameling van 750 kunstwerken die volgens de nazi's niet door de germaanse beugel konden. Internationale verontwaardiging. De belangstelling voor deze kunst werd er sterk door bevorderd. In hetzelfde jaar kocht het Museum Boijmans De Emmaüsgangers waarvan alle deskundigen toen nog dachten dat dit meesterwerk door Johannes Vermeer was geschilderd. Mijn vader nam me mee. Voor het eerst kwam ik, tien jaar oud, in een museum. Mijn vader werd door de aanblik van het meesterwerk ontroerd. Dat zag ik. En ik dacht: wat een onzin. Dat lijkt wel een Van Meegeren. Ik zweer dat het waar is. Bij een naburige kunsthandel stond werk van de vervalser in de etalage. Ik bewonderde hem om de manier waarop hij de menselijke ogen tekende, met diep aangezette schaduw in de oogkassen, precies als bij de Emmaüsgangers.

Door allerlei oneigenlijke omstandigheden komen de kinderen tot de kunst. De koekjes kregen een verpakking in plastic, de Verkadesplaatjes verdwenen. In plaats daarvan kwamen de voetbalplaatjes met foto's en een biografietje van alle spelers uit de eredivisie. Hadden we nu een equivalent van Rembrandt gehad en had dit talent in plaats van het vendel van Frans Banning Cocq of de Staalmeesters het elftal van Ajax geschilderd, dan waren er veel meer jongeren naar het museum gekomen.

Kunst heeft iets extra's nodig, wil er grote belangstelling voor ontstaan. Zet je mes in een schilderij, gooi er zwavelzuur over en je maakt de kunstenaar beroemd. Dat is de geest van de tijd. Een paar jaar geleden werd uit een museum in Edam een schilderij van ik weet niet meer wie gestolen. De diefstal baarde opzien door de techniek waarmee de inbrekers tewerk waren gegaan. Het volgende weekeinde liep het storm in dit museum. Iedereen wilde zien waar dit schilderij had gehangen. In het Van Gogh Museum is op kleinere schaal iets soortgelijks gebeurd. Overigens heeft dit museum niet over belangstelling te klagen. Weer of geen weer, iedere dag staat er een rij voor. Uit alle landen komen ze kijken, en gelijk hebben ze, en toch denk ik dat die constante en massale toeloop ook iets met zijn oor te maken heeft.

Nu is het Rembrandtjaar begonnen. De meester werd vierhonderd jaar geleden geboren. Dat heeft niets met zijn kunst te maken, maar het bevordert de belangstelling. Op het Rembrandtplein is voor zijn standbeeld De Nachtwacht neergezet in drie dimensies, een groep van vervaarlijke zeventiende-eeuwers met grote hoeden, hellebaarden en musketten. Was ik een jaar of tien geweest dan zou ik er misschien niet weg te slaan zijn. En het is een verdienstelijke beeldengroep die flink de aandacht trekt. En het is ook een gimmick. Deze beelden bevorderen de belangstelling voor De Nachtwacht en daarna voor Rembrandt en niet andersom. Dit is de tijd van de gimmicks. Zolang ze niet vloeken met het doel, of doel in zichzelf worden, lijkt me er niets tegen om er gebruik van te maken.

    • H.J.A. Hofland