Rallyauto is bron van vernieuwing

De Dakar Rally waarvan vandaag de zevende etappe plaatsvindt, is de bron van veel technische vernieuwingen. Die vinden ook hun weg naar de fabrikanten van gewone personenauto's. “De fabrikanten snoepen gratis mee.“

Eerst zandduinen van soms wel dertig meter hoog. Daarna een maanlandschap vol stenen en kuilen. En ten slotte een slalomparcours met verraderlijke pollen kamelengras. De 144 auto's die vanmorgen in Zouerat aan de zevende etappe van de Dakar Rally begonnen, wachtte een lastige rit van ruim 500 kilometer door de wonderschone woestijn van Mauretanië. Een etappe die het uiterste vergt van mens en machine. Vier jaar geleden raakten op hetzelfde parcours 35 deelnemers gewond, van wie 8 ernstig.

De deelnemers jakkeren door de Sahara in zware terreinwagens als de Mitsubishi Pajero en de Toyota Landcruiser. Modellen waar vroeger vooral boswachters, boeren en ontwikkelingswerkers mee reden, maar die een paar jaar geleden populair werden bij automobilisten die zelden door de modder ploegen. Al snel kwamen deze zogeheten sports utility vehicles (SUV) bekend te staan als yuppentrucks of PC Hoofttractoren. Benamingen die inmiddels achterhaald zijn; terreinwagens staan niet meer alleen in chique winkelstraten geparkeerd, maar ook voor de Aldi. Voor iedere beurs is er een stoere vierwielaangedreven (4×4) auto op de markt gekomen, zelfs van de piepkleine Fiat Panda. Het afgelopen jaar kwamen er nog eens ruim 30.000 SUV-rijders bij. In totaal telt het Nederlandse wagenpark nu zo'n 150.000 terreinwagens.

Met dank aan de Dakar Rally, zegt Peter Plevier, communicatiedirecteur van Renault Nederland. Volgens hem speelt de woestijnrally een prominente rol in de marketingstrategie van de auto-industrie. “Hoe meer de wegen dichtslibben, hoe groter het verlangen naar avontuur achter het stuur.“ Beelden van de zwaarste off-roadrally ter wereld zijn dagelijks in 178 landen op televisie te zien. Fabrikanten en sponsors betalen graag mee om de beelden in de huiskamer te krijgen. Een goede klassering is een opsteker voor het imago, zegt Plevier. “Met een auto die door de woestijn naar Dakar kan rijden, moet je toch zeker je kinderen veilig van school kunnen halen.“

Maar de Dakar Rally is niet alleen een tweeënhalve week durende reclamespot voor avontuurlijke nieuwe auto's. Voor fabrikanten is de Afrikaanse woestijn ook een ideale testbaan. Via racewagens uit de Formule I zijn de schijfremmen, het motormanagement en de beveiligde brandstoftank doorgedrongen tot de standaarduitrusting van elke middenklasser. Ook de rallysport heeft het nodige bijgedragen aan de veiligheid en het comfort van gewone auto's.

In de beginjaren van de Dakar Rally zag het daar niet naar uit. Deelnemen was aanvankelijk belangrijker dan winnen, zegt garagehouder Kees Tijsterman, met zijn vrouw Mieke vanaf 1984 achtvoudig deelnemer. Een enigszins aangepaste Renault 4 finishte de eerste keer als tweede. Tijsterman: “Het tempo lag toen nog zo verdraaid laag, dat je met goed navigeren de rally kon winnen.“

Wat betreft techniek stelde de rally weinig voor, zegt Tijsterman. Neem zijn Mercedes G, een grote terreinwagen waarmee hij de eerste keer van start ging: motorvermogen 120 pk, gewicht 3.500 kilo. “Nu hebben de auto's drie keer zoveel vermogen en wegen ze nog maar de helft. Wij hadden geen assistentietruck, alle reserveonderdelen lagen nog gewoon achterin. Onderweg sleutelden we heel wat af. En als het nodig was hielpen deelnemers elkaar.“

Hoe anders gaat het er nu aan toe. Merken als Mitsubishi en Volkswagen doen met fabrieksteams aan de rally mee. Professionele coureurs, een leger aan mecaniciens en miljoenenbudgetten hebben de strijd hard gemaakt. Ook Renault-dochter Nissan, dat met modellen als X-trail, Patrol en Pathfinder een naam heeft hoog te houden in het 4×4-segment, verscheen tot vorig jaar met een eigen team aan de start. Met rockster Johnny Halliday achter het stuur van een van de rode pick-ups verzekerde het Japanse merk zich vier jaar geleden nog van een vracht media-aandacht. Nissan stak jaarlijks meer dan 10 miljoen euro in de rally, vertelt woordvoerder Bart van Thienen. “In de eerste plaats voor de publiciteit. Maar ook om nieuwe techniek te testen.“ Die investering leverde innovaties op wat betreft wegligging en gewichtsbesparing, zegt hij. “Die techniek zou ook op andere manieren kunnen worden ontwikkeld, maar de extreme omstandigheden van een rally versnellen het proces. De woestijn werkt als een snelkookpan: in een paar weken tijd wordt een auto tien jaar ouder.“

Sommige vondsten uit de woestijn bewijzen nimmer hun nut op de A4, zegt Van Thienen. “In een rallyauto wil je het gewicht zoveel mogelijk in het midden hebben, dan kan je het hardste doorrijden. In onze Dakar-auto's zit het motorblok bijna tussen rijder en bijrijder. Aan zo'n oplossing heb je natuurlijk niets voor gewone auto's.“

Een ontwikkeling die via de Dakar Rally wel doordrong tot de productieauto's van Nissan is het gebruik van lichtere materialen. De nieuwe X-trail, een kleine SUV, is de eerste terreinauto met kunststof voorschermen. In de woestijn bleken die duurzaam genoeg te zijn, zegt Van Thienen.

Volkswagen was twintig jaar geleden al actief in kleinere rallysportwedstijden met de Golf en de Polo. Met de introductie twee jaar geleden van de Touareg, een grote SUV van meer dan 60.000 euro, besloot de Duitse fabrikant zich in te schrijven voor de Dakar Rally, volgens een concernwoordvoerder “hét toneel om dynamiek, betrouwbaarheid en technische innovatie te demonstreren“.

Vorig jaar boekte de vrouwelijke coureur Jutta Kleinschmidt het eerste grote succes voor Volkswagen toen ze met een dieselversie van de Touareg als derde finishte. De ingenieurs van de motorsportafdeling van Volkswagen werken nauw samen met de afdeling onderzoek en ontwikkeling, zegt de woordvoerder. Jongste voorbeeld van deze samenwerking is de ontwikkeling van een verbeterde brandstofinspuiting van de 2,5 liter vijfcilinder TDI-motor in de Touareg.

Mitsubishi is al jaren oppermachtig in de woestijn. De laatste vijf Dakar Rally's werden door een equipe van het Japanse fabrieksteam gewonnen. Ralliart, de motorsportafdeling van het merk, ontwikkelt de techniek voor de Dakar Rally. Wat de Japanse ingenieurs met succes in de woestijn uittesten, zie je op den duur terug in de auto's in de showroom, zegt Fried Lommerse, technisch specialist van Mitsubishi Nederland.

Het duurt uiteraard wel een paar jaar voordat technische innovaties worden toegepast in productieauto's. Neem de onafhankelijke wielophanging die in 1997 in de rally werd getest. Die diende als uitgangspunt voor de wielophanging van de Pajero voor consumentengebruik van het modeljaar 2001. De zelfdragende carrosserie (een lichte, doosvormige constructie in plaats van een zwaar dragend chassis dat alle krachten opvangt) van ditzelfde model was pas twee jaar eerder in de woestijn beproefd. Enorme verbeteringen, legt Lommerse uit. “Een zelfdragende carrosserie maakt een terreinwagen honderden kilo's lichter. Zo'n gewichtsbesparing verbetert het rijgedrag, verlaagt het brandstofgebruik, laat de auto vlotter accelereren en draagt bij aan een grotere remcapaciteit.“

Ook onafhankelijke wielophanging biedt vele voordelen. “Dat maakt een auto koersvaster. Als de auto met één wiel over een oneffenheid gaat, blijft hij gewoon rechtuit rijden.“

Voor de ontwikkeling van schokdempers en aandrijflijnen heeft de rallysport ook nieuwe inzichten opgeleverd, zegt Lommerse. “Hoe krijg je bij hoge terreinwagens het zwaartepunt zo laag mogelijk? Onze motorsportafdeling heeft de afgelopen jaren in de rally flink geëxperimenteerd met gewichtsverdeling. De volgende generatie Pajero krijgt een aluminium dak, dat scheelt weer kilo's.“

Het zijn niet alleen de fabrieksteams die voor technische verbeteringen zorgen. Ook ambitieuze amateurs als Tonnie van Deijne kunnen voor noviteiten zorgen. De 44-jarige handelaar in gebruikte onderdelen van Japanse auto's uit het Brabantse Volkel - die vanmorgen op een zeventigste plaats stond - begon op oudejaarsdag aan zijn tweede Dakar Rally. Van Deijne behoort niet tot de avonturiers die al tevreden zijn als ze de finish bij het Lac Rose halen. “Ik wil me ook onderscheiden“, zegt de tweevoudig Nederlands kampioen rallyrijden.

Bij Ralliart kocht Van Deijne vorig jaar een geprepareerde Mitsubishi Pajero, waarvoor hij 235.000 euro betaalde. Halverwege viel hij uit door problemen aan zijn versnellingsbak. “Ik kreeg mijn auto pas drie weken voor de start, te laat om genoeg te kunnen testen. Als je de grenzen van je auto niet kent, moet je voorzichtig rijden.“

Het afgelopen jaar heeft hij gebruikt om zijn auto op tal van punten te verbeteren. Zijn grote netwerk als ondernemer kwam hem daarbij goed van pas. Zo'n veertig mensen en zes gespecialiseerde technische bedrijven hielpen hem om zijn inzichten te realiseren. Meestal zonder dat daar een vergoeding tegenover stond. “Ik heb specialistische informatie gekregen die niet eens te koop is“,glundert hij.

Als ervaren motorcrosser concludeerde Van Deijne dat de gewichtsverdeling van zijn auto anders moest. Als het zwaartepunt van de Mitsubishi Pajero meer naar achteren kwam te liggen, zou hij op hobbelige trajecten meer controle houden. Van Deijne paste de wielophanging aan en verschoof de tachtig kilo zware brandstoftank een paar centimeter naar achteren. Met succes, want bij een weekje testen in Tunesië bleek de auto aanmerkelijk sneller te zijn.

Het motorvermogen maakte hij “bruikbaarder“, onder meer door de software van het motormanagement aan te passen. Presteerde de Pajero eerst het beste tussen de 2.200 en 3.400 toeren, nu is dat al bij 1.500 toeren en houdt hij het koppel vast tot 3.800 toeren. Dat betekent minder schakelen in de duinen van Mauretanië, zegt Van Deijne. Zijn auto is niet alleen beter hanteerbaar en sneller geworden, door het vele testen kent hij de auto ook beter. “Ik kan op een verantwoorde manier de grenzen opzoeken.“

Van Deijne doet aan de rally mee voor de sport. Maar hij is ervan overtuigd dat rallyrijden het weggedrag van gewone auto's veiliger maakt. Een teamleider van Mitsubishi was nieuwsgierig naar zijn aanpassingen en kwam kijken. De man raakte onder de indruk, zegt Van Deijne, en kondigde fabrieksonderzoek aan. Misschien is er dus wel toekomst voor de verbeteringen die zijn team de afgelopen maanden ontwikkelde, zegt de ondernemer. “Wij zoeken de grenzen op. Daar profiteren fabrikanten van, ze snoepen gratis mee.“