Radjinder

Radjinder stond in de lift, met extra gel in zijn haar. Zou Lotta straks instappen? Hij hoopte het maar. Lotta woonde op de tweede verdieping van de flat, hijzelf op de tiende.

Ze had een hondje dat ze aaide op zijn buik als het ging liggen. Haar ogen waren lichtgroen. Ze zat in groep zes, net als hij. Radjinder zuchtte. Het was kerstvakantie. Hij had Lotta al ruim een week niet gezien. Misschien was ze wel met vakantie.

De lift zakte omlaag, langs de vijfde, de vierde, de derde verdieping en stopte. De deur gleed open. “O. Hallo“, prevelde Radjinder. “Hoi.“ Lotta stapte de lift binnen. Ze droeg een groot pak stro. Uit haar jaszak stak de punt van een wortel. Ze keek Radjinder even aan, met opgetrokken wenkbrauwen. Hij keek gauw de andere kant op.

Beneden aangekomen haastte Lotta zich de lift uit, de hal door, naar buiten de kou in. Ze liep langs de kinderboerderij door het park, in de richting van de school. Wat moest ze daar nou?

“Je volgt me.“ Vanachter een van de laatste bomen van het park sprong Lotta ineens tevoorschijn. Het pak stro hield ze als een schild voor haar buik.

“Nee hoor“, zei Radjinder geschrokken, “ik loop hier gewoon, toevallig, ook.“

“O ja? Wat ga je doen dan?“

“Kijken op het schoolplein of Ach er is, die heeft nog rotjes.“

“Achmed? Rotjes? Nee toch? Kom. Snel.“

Lotta zette het op een lopen. Verbaasd holde Radjinder achter haar aan. Bij de school was niemand te zien. De ramen waren donker. Lotta duwde het hek open. Ze wenkte Radjinder haar te volgen en wurmde zich achter het fietsenrek langs. Daar duwde ze hijgend een deur open. Nu was Radjinder nog verbaasder. Hij schoot wel eens een bal tegen die deur, maar had zich nooit afgevraagd wat erachter was. Hij hoorde iets. Het klonk blij, ongeduldig en levend. Er was daar binnen een dier!

“Is dat een schaap?“, vroeg Radjinder verbluft. “Het schaap van de kinderboerderij? Dat vermist wordt? Dat in de krant stond? Dat op het jeugdjournaal was?“

“Sst“, fluisterde Lotta. “Doe de deur dicht. Ja, dit is Truus. Ik ken haar al sinds ze een lammetje was. Ze wilden haar weghalen“

Radjinder zakte door zijn knieën. De neus van het schaap voelde stug en toch zacht aan zijn vingers. Het schaap likte zijn handpalm. Lotta keek toe, dat voelde Radjinder duidelijk, maar hij keek niet op. Hij aaide het schaap tussen de oortjes, een wit en een bruin. Ineens hurkte Lotta naast hem neer. “Radjinder“, fluisterde ze, “wil je me voortaan helpen, met zorgen voor Truus?“ Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Achmed.

    • Judith Eiselin