Over wraak en hovaardij

Ooit behoorde 'De vier Heemskinderen' tot de grote Europese ridderromans. Het boek is nooit verfilmd, maar dat kan alsnog, want de versie uit 1507 is weer verkrijgbaar.

Het scenario begint als volgt. In een kostelijk versierde paleiszaal zitten de paus en tientallen prelaten, twaalf koningen, tweeëntwintig hertogen, duizend ridders, vijfduizend jonkers en schildknapen, en vele adellijke vrouwen aan een overvloedig maal. Niemand minder dan Karel de Grote, keizer van Rome en koning van Frankrijk, houdt een hoffeest. De sfeer is overdadig, maar gemoedelijk beschaafd. Totdat uit het midden der ridders heer Huge van Dordoen de aandacht vraagt. Recht voor de troon valt hij op zijn knieën en in hoofse woorden spreekt hij de keizerlijke koning toe. “U weet wel', zegt hij, “dat hier in de zaal twee ooms van mij zitten. De een heet Aymijn en de ander Amerijn van Nerboen. Beiden hebben u trouw in Turkije gediend en daar menig heiden verslagen. U hebt ze daarvoor ternauwernood beloond. Doet u dat alsnog, en wel zo dat zij een hoge en eervolle staat mogen voeren.'

De camera zoomt in op de koning. Die is vertoornd, en zijn antwoord is navenant. “Uw vraag is vergeefs. Ze hebben al zo vaak een beloning opgeëist, maar die heb ik hun nooit gegeven, en zal ik ook nimmer geven, wat ze ook doen.' Die woorden ontstellen heer Huge, en hij verliest zijn nederigheid. “Als u volhardt in uw weigering,' laat hij zich onbeschroomd ontvallen, “dan zal men laster en schande van u spreken aan andere hoven.'

Even heerst er een diepe stilte. Dan trekt koning Karel zijn zwaard uit de schede en slaat in op heer Huge, die stervend op de paleisvloer zijgt. Onmiddellijk daarna volgt een luid krijsen onder de edelen. Een jarenlange vete begint.

Zelfs een zeventig-millimeterfilm lijkt niet breed genoeg om dit door tirannie verstoorde hoffeest vast te leggen. Bij mijn weten is de historie van Aymijns zonen - De vier Heemskinderen - ook nooit verfilmd. Ooit was het een van de grote Europese ridderromans, maar mettertijd is het verhaal ver weggezakt in het collectieve geheugen. De stof lijkt hooguit nog goed voor een kinderboek. In de twintigste eeuw verschenen bewerkingen door Daan Deken (een pseudoniem van Anne de Vries), J.A. Slempkes, P. de Zeeuw J.Gzn., Frank Herzen en anderen. En vijf jaar geleden nog kwam in de serie “Sprookverhalen' een door Agave Kruijssen geschreven versie uit. Maar geen van deze bewerkingen doet eer aan het oorspronkelijke verhaal.

De standrechtelijke executie van heer Huge is de afsluiting van het eerste van dertig hoofdstukken. Huges verwanten wapenen zich hierna om zijn dood te wreken. Ze verliezen de strijd en Aymijn en zijn familieleden worden verbannen. Zestien jaar later pas verzoent Karel zich met Aymijn. Bij die gelegenheid wordt Aye, de zuster van de koning, Aymijns echtgenote. Omdat Aymijn in zijn haat jegens Karel volhardt en zelfs zweert dat hij de kinderen van diens zuster, zijn eigen kroost dus zal doden, brengt Aye hun nageslacht in het diepste geheim groot. Pas als ze worden uitgenodigd voor de kroning van Karels zoon Lodewijc, hoort Aymijn dat hij vier kinderen heeft: Ridsaert, Adelaert, Wridsaert en Reinout. Verheugd slaat hij ze tot ridder en geeft elk van hen een paard. Reinout, tegen wie geen telganger bestand is, krijgt het vervaarlijke ros Beyaert.

Koning Karel ontvangt hen vriendelijk, maar kroonprins Lodewijc ligt dwars. Hij kan het niet uitstaan dat Aymijn ineens zonen heeft. Vooral op Reinout richt hij zijn rancune. Kort na de kroning daagt hij hem uit tot een tweekamp stenen gooien - die Reinout wint. Dan speelt Lodewijc een schaakspel met Adelaert, waarbij het hoofd van de verliezer de inzet is. Lodewijc verliest opnieuw, maar Adelaert spaart zijn leven en waarschuwt hem voor een herhaling van zulk hoog spel. Verbitterd mept Lodewijc hem tot bloedens toe met het schaakbord. Wanneer Reinout daarvan hoort, slaat hij Lodewijc voor de ogen van diens vader het hoofd af. Na een hopeloze, ongelijke strijd met het koninklijk leger rest de Heemskinderen niets anders dan te vluchten. Karel spreekt hun ban uit en eist dat Aymijn en Aye hun zonen verloochenen.

We zijn dan pas aan het eind van het achtste hoofdstuk. “Hier wil ic swijghen van Aymijn,' meldt de druk die in 1508 bij Jan Seversoen in Leiden van de pers kwam, “ende seggen voert van sijn kinder.' Het eigenlijke verhaal moet dus nog beginnen. Dat is een even spannende als droeve historie van wraakzucht, hovaardij en onverzoenlijkheid. Ondanks de bovennatuurlijke kracht van het ros Beyaert - dat de broers vaak gezamenlijk berijden - en de magische hulp van Aymijns neef Maeldegijs, is de vier Heemskinderen decennia lang geen rust vergund. Zelfs als Karel door bemiddeling van Aye eindelijk tot verzoening bereid is, toont hij zijn onrechtvaardige karakter. Reinout moet Beyaert uitleveren. De beschrijving van diens verdrinkingsdood is een van de ontroerendste scènes uit onze letterkunde.

Voor wie het hele verhaal wil lezen is er sinds kort een Delta-uitgave van De Historie vanden vier Heemskinderen. Irene Spijker bezorgde daarin de Leidse editie uit 1508. Dat is de oudste volledig bewaarde Nederlandse gedrukte versie van de ridderroman. In haar uitgebreide nawoord vermeldt de bezorgster de Franse bronnen van dit onderdeel van de Karel-romans. Ze beschrijft de geschiedenis van de productie en de receptie van de verschillende drukken en ontleedt het karakter van de personages. Daarbij typeert ze glashelder het politieke dilemma in het verhaal: Aymijns zonen zien zich geconfronteerd met de vraag hoe zij zich moeten opstellen tegenover een tirannieke vorst die niet in zijn recht staat, maar die desondanks hun heer is.

Dat is geen materiaal voor een kinderboek. Toch waren het vooral eenvoudigen van geest, waaronder kinderen, die het verhaal als volksboek van de zeventiende tot in de negentiende eeuw in handen kregen, of de geschiedenis in het poppentheater zagen vertoond. In de zuidelijke Nederlanden betrof het steevast de door Maximiliaen van Eynatten in 1619 gecensureerde versie. Daarin werd Maeldegijs niet meer als tovenaar gepresenteerd en waren ook andere magische staaltjes geschrapt. In de noordelijke Nederlanden bleef het oorspronkelijke verhaal (zij het steeds slordiger gezet) in druk verschijnen, al was er een sterke weerstand van vroege pedagogen, zoals Betje Wolff.

Serieuze aandacht kreeg de tekst pas toen J.A. Alberdingk Thijm in 1851 zijn Karolingische Verhalen publiceerde. Daarna verschenen wetenschappelijke edities van J.C. Matthes (1875) en G.S. Overdiep (1931), maar sindsdien was geen betrouwbare uitgave verkrijgbaar. In die lacune voorziet nu deze Delta-editie. Het is even wennen om het verhaal in het Middelnederlands te consumeren, maar Spijker geeft daarvoor duidelijke aanwijzingen en lastige woorden zijn in een voetnoot vertaald. Dat maakt het mogelijk om De Historie vanden vier Heemskinderen in een oerversie te lezen. En dan blijkt dat de scenische kracht ook tv-kijkers kan verrassen.

De Historie vanden vier Heemskinderen. Bezorgd door Irene Spijker. Delta / Bert Bakker, 397 blz. euro 29,95 (geb.)

    • Arie van den Berg