Op naar de andere wereld

Kan een acteur verdwijnen in een rol of blijft hij altijd zichtbaar? Twee informatieve boeken die elkaar prachtig aanvullen, zoeken naar de kern van het toneelspelen.

Acteur Victor Löw zegt tegen zijn collega's vlak voordat het doek opgaat en de voorstelling begint: “Tot ziens in de andere wereld“. Eigenlijk is er geen betere omschrijving van het theater dan deze: de tocht naar een andere wereld. Maar hoe gaat dat acteren in zijn werk? Is het een geheim of juist een ambacht? Bezieling of eenvoudigweg het hardop zeggen van een tekst, eventueel aangevuld met suggestieve gebaren? Op deze en tientallen andere vragen over de kunst van het acteren zijn de wildste antwoorden mogelijk, en ook de simpelste. Voormalig theatercriticus Hans van den Bergh (1932) stelde in 2000 een lijst vragen op van “onbeschaamde' lengte die hij toestuurde aan de vijftig mensen uit de toneelwereld die hij als het “meest memorabel' beschouwt. Na een jarenlange beroepspraktijk als recensent voor Het Parool kreeg Van den Bergh het verlangen de acteerkunst verder uit te diepen dan de lengte van een recensie toestaat.

De vragen die Van den Bergh stelt omvatten alle facetten van het acteren, vanaf de eerste lezing van een tekst tot en met de landelijke tournee, de betekenis van recensies, de reacties van het publiek. Ook gaat hij in op de redenen waarom iemand aan het toneel wil gaan. Nu, na vijf jaar, is het boek verschenen. Het is waardevol en uitputtend, gedetailleerd en liefdevol. Een vraag die opmerkelijk eensgezind wordt beantwoord, is die naar de ideale regisseur. Voor alle ondervraagden geldt dat de regisseur vertrouwen moet hebben in zijn spelers en dat hij met een onderbouwde interpretatie moet komen.

De kunst van het toneelspelen is natuurlijk sterk afhankelijk van de kunst van het regisseren. Erik Vos (1929), die in 1955 als eerste afstudeerde aan de regie-opleiding van de Amsterdamse Toneelschool, zet in zijn recente overzichtswerk De hele wereld is toneel zijn ideeën en drijfveren uiteen. De twee boeken vullen elkaar aan: Van den Bergh verwoordt het standpunt van anderen, Vos, decennialang verbonden aan het Haagse toneelgezelschap De Appel, houdt er persoonlijke theorieën op na die hij in honderden voorstellingen bij zijn eigen gezelschap en in samenwerking met de acteurs heeft vormgegeven.

De gerenommeerde spelers die Van den Bergh kiest, zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de gezelschappen die de Amsterdamse Stadsschouwburg bespelen. Den Haag of Rotterdam zijn beduidend minder vertegenwoordigd. Enkele namen: Joop Admiraal, Pierre Bokma, Hans Croiset, Marieke Heebink, Sigrid Koetse, Ton Lutz, Eric Schneider, Gijs Scholten van Aschat en Ellen Vogel. De jongste generatie ontbreekt. Maar ook belangrijke acteurs als Jeroen Willems, Porgy Franssen, Geert de Jong en Victor Löw zijn niet in het boek te vinden. Het is de bewuste keuze van Van den Bergh: hij heeft de meeste affiniteit met de spelers uit de jaren waarin hijzelf recenseerde, tussen 1959 en 1999. Gelukkig laat hij wel Sacha Bulthuis aan het woord, een van de beste actrices bij regisseur Vos van De Appel. Voor haar is het “innerlijk vuur' bij het toneelspelen van het grootste belang. Deze zinvolle gedrevenheid is vergelijkbaar met wat Vos de “directe confrontatie tussen publiek en toneelmakers' noemt. Theater is “het gezamenlijk beleven van wat de mens bezielt, of wat hem overkomt in crisissuaties'.

Erik Vos ervaart toneel als een mysterie, waaraan hij met de acteurs vorm geeft. Wie zijn voorstellingen kent, vindt in dit boek de achtergrond ervan terug. Vos is overtuigd van een bijna heilige missie: hij zoekt naar de grote expressie, het alomvattende leven. Zijn boek bevat oefeningen op het gebied van ademhaling, beweging, improvisatie, om steeds meer te begrijpen van het verschijnsel theater, en dus van het menselijk bestaan. Toeschouwers zoeken in theater niet de weergave van de werkelijkheid, maar een interpretatie van die werkelijkheid. Toneel laat ons niet zien hoe het leven is, maar hoe het leven zou kunnen, of zelfs moeten zijn. Vos geeft boeiende voorbeelden uit de toneelgeschiedenis en put inspiratie uit poëzie en schilderkunst. Vos is een van de weinige regisseurs voor wie improvisatie van het hoogste belang is. Dit leidt tot het aanboren van diepere lagen bij de spelers én tot betere vormen van expressie.

Hans van den Bergh benoemt in geen van zijn 86 vragen het begrip improvisatie. Zijn professionele nieuwsgierigheid geldt vragen als “is toneelspelen het “opgaan“ in het personage?', “is mooi zijn een pluspunt?' en “wat zijn de typische problemen in het repetitielokaal?' De overvloed aan antwoorden is overweldigend. Van den Bergh opent elk hoofdstuk met een samenvatting en laat vervolgens de individuele spelers aan het woord. De acteurs en actrices reageerden opvallend openhartig. Van den Bergh heeft geen andere bronnen aangeboord dan strikt wat hij aan antwoorden ontving. Elke verwijzing naar interviews met toneelspelers in krant of vaktijdschrift ontbreekt. Wel betrekt Van den Bergh een belangrijke lijst secundaire literatuur bij zijn onderwerp.

Interessant is de vraag naar het verschil tussen “karakteracteur' (iemand die verdwijnt in de rol) en de “persoonlijkheidsacteur' (iemand die altijd herkenbaar blijft). Bulthuis komt terecht met de wedervraag hoe je “nou kan verdwijnen in een rol'. Van den Bergh noemt acteren “tover', vergelijkbaar met de bezieling die Erik Vos als kern noemt. Acteur Gijs Scholten van Aschat erkent zowel de betovering die van het acteren kan uitgaan als de vaktechnische waakzaamheid die is geboden. Je bent in de rol en tegelijkertijd ben je je eigen waarnemer. Scholten van Aschat benoemt die innerlijke gespletenheid als een van de weinigen: “Dat dubbele bewustzijn moet je tweede natuur worden, anders gebeuren er ongelukken op het toneel. Als je een gevecht hebt met degens, zoals in Hamlet en Macbeth, dan moet je absoluut de drift voelen om die ander mores te leren, maar tegelijk doe je heel koel volgens afspraak dat gevecht.'

Hans van den Bergh: De sterren van de hemel. De kunst van het toneelspelen. Theater Instituut Nederland, 573 blz. euro 32,50

Erik Vos: De hele wereld is toneel. Tekst beweging improvisatie. Theater Instituut Nederland, 294 blz. euro 34,95

    • Kester Freriks