Nooit nee zeggen

Suketu Mehta dompelde zich onder in vooral de nachtkant van Bombay. Hij trok op met gangsters, prostituées en religieuze fanatici en doet daar uiterst persoonlijk verslag van. Dat vraagt om een even persoonlijk weerwoord.

A family sits in their makeshift hut beside pipelines in Bombay August 4, 2005. [India's share index rose to its ninth-straight closing high on Thursday, boosted by a major asset spin-off by Reliance Industries and robust foreign fund flows, as India's financial hub and film capital is gradually returning to normal life after a devastating] flood [killed nearly 1000 people and wreaked havoc on the city's rail, road and flight services]. REUTERS

Wie waagt zich tegenwoordig nog aan het schrijven van een reisboek? Iedereen kan naar elke uithoek van de aarde vanuit huis een ticket boeken, praktische tips downloaden, de locatie van de internetcafe's traceren, de weersomstandigheden checken, de rugzak daaraan aanpassen, de pinpas in de achterzak stoppen, want je weet wat een euro er doet in de geldautomaat, over je wederwaardigheden losjes en zonder te letten op het aantal woorden rapporteren naar vrienden en kennissen op weblogs, ervaringen die betrekking hebben op hevige verliefdheden en heftige darmstoornissen.

Waar is de tijd gebleven dat reizen was voorbehouden aan avontuurlijke geesten die zich maanden hadden voorbereid met dikke antropologische werken uit de bibliotheek, die de taal hadden bestudeerd, die bereid waren grote ontberingen te trotseren, zware golven op zee, het lange wachten overal, onbekende ziekten, verrassend aardige vreemdelingen die er vervolgens met je bagage vandoor gingen? Waar is de tijd gebleven dat reizen gevaarlijk was?

Nu het gevaar eraf is en ook kinderen en oudjes lange afstanden afleggen valt er voor de echte ontdekkers onder ons geen droog brood meer te verdienen. En daar is dan Suketu Mehta, die hier verandering in brengt. Hij gaat niet op reis, hij verhuist. Hij beweegt niet, hij kiest een standplaats. Hij woonde in Bombay tot zijn veertiende, en vertrok toen naar New York met zijn ouders, waar hij erg ongelukkig was, zoals hij zegt. Na een verblijf van eenentwintig jaar in koude landen gaat hij terug naar de stad van zijn jeugd, niet om er te logeren, in dure hotels of in goedkope pensions, maar om er te wonen, met vrouw en kinderen. Hij had nog nooit een boek geschreven, maar zijn uitgever had er vertrouwen in en gaf hem een voorschot waarvan hij tweeënhalf jaar zou moeten kunnen leven.

Suketu Mehta, van oorsprong jurist en later schrijver van stukjes voor dag- en weekbladen, introduceert het nieuwe reizen waar we nog geen goed woord voor hebben. Hij is geen kolonist of expat, geen onderzoeker of toerist. De kolonist eigent zich het land toe, de expat heeft een concrete baan voor drie jaar, de onderzoeker is alleen en eenzaam en hij let op de dingen die we nog niet kennen, de toerist is ook alleen en eenzaam maar hij let juist op de dingen we allemaal wél kennen.

Zo niet Suketu Mehta in Bombay mateloze stad, het verslag van zijn wederwaardigheden tijdens dertig maanden in de stad van zijn jeugd - een tijd waarin je misschien alle darmstoornissen te boven komt, maar niet, naar zal blijken uit het 607 pagina's tellende boek, de verliefdheden. Om Bombay te doorgronden speelt hij niet alleen de vier hierboven genoemde rollen, hij speelt er nog veel meer: hij is ook historicus en journalist, migrant en burger, klant en werkgever, kosmopoliet en provinciaal, leraar en student, jongen en man, echtgenoot en overspelige minnaar, trouwe vriend en valse bedrieger, hij is een getuige, soms ten voordele van het slachtoffer, soms ten voordele van de dader.

Als al deze stemmen tegelijkertijd hadden geklonken was het boek geen reisverslag geworden, maar een roman van Salman Rushdie. Alleen Rushdie is zo gek om van alle kanten tegelijk tegen je aan te brullen. Nee, Mehta is juist geen groot stilist, maar een nogal sobere verteller die zijn oorspronkelijke aantekeningen weinig bijschaaft. Hij typt de gesprekken die hij voert zelfs rechtstreeks in op de laptop, wat ook alweer een heel bijzonder soort proza oplevert, omdat zin en onzin gewoon bij elkaar blijven staan.

Suketu Mehta is geen schrijver, maar een opschrijver. En toch is dat niet altijd even storend, het is als lezer soms prettig om de indruk te hebben dat je een bandje afluistert, waar nog niets aan is gedaan. Het geeft een gevoel van authenticiteit.

Rushdie is trouwens een goede vriend van Suketu Mehta, ze wonen nu in de buurt van elkaar in New York, ze brengen, zoals Mehta in een interview vertelde, hun zoontjes, die bijna dezelfde leeftijd hebben, naar dezelfde speelplaats, waar de vaders de wereldliteratuur met elkaar bespreken. Maar belangrijker nog is dat ze uit dezelfde wijk in Bombay komen, Malabar Hill. Je moet er geweest zijn om te begrijpen welke binding dat te weeg brengt. Het is de mooiste plek in Bombay, een echte heuvel met uitzicht op de Arabische zee, waar alle inwoners iets bijzonders hebben, een merkwaardige achtergrond zoals een voorvader uit Perzië of een vader in de diamanthandel, waar café's zijn die doen denken aan die van Italië, waar het altijd waait zodat de moordende hitte alleen de sloppenwijken achter de heuvel teistert.

Malabar Hill lijkt op een ommuurde wijk in Miami of Los Angeles, alleen zijn de muren hier niet van steen, merk je bij lezing van Mehta, ze zijn van papier. Dankzij de archaïsche huurbescherming van Bombay kan de huidige bewoners van de statige bungalows van Malabar Hill geen huurverhoging worden opgelegd, en kunnen degenen die de plaats van de families van Mehta en Rushdie hebben ingenomen ook niet worden uitgezet. Zij die er nu wonen gaan nooit meer weg, al zouden Salman Rushdie en Suketu Mehta er waarschijnlijk miljoenen dollars voor over hebben. Het is het lot van de diaspora.

Zo zijn er meer absurditeiten die Mehta beschrijft, maar zoals ik zei, hij heeft vele rollen, en hij laat die stemmen nooit door elkaar spreken. Suketu Mehta's grote talent is vooral zijn ordeningsvermogen, hij kan ontzettend goed groeperen, zijn interviews in verschillende files op zijn laptop stoppen zou je bijna zeggen, maar daardoor krijg je wel een rare indruk van Bombay. Als hij bezig is met zijn reis door de sloppenwijken, krijg je het gevoel dat Bombay alleen bestaat uit sloppenwijken, waar de sloppenbazen met weinig anders bezig zijn dan de sloppenmeisjes en de sloppenvrouwen te verkrachten. Als de criminaliteit en de bendeoorlogen aan de beurt zijn, krijg je de indruk dat je in een film met Al Capone terecht bent gekomen, waarin schurken en politiemensen op elk moment van de dag mitrailleurs op elkaar afvuren en de straten bezaaid zijn met lijken. Als hij de hoeren en dansmeisjes spreekt, zijn er alleen nog maar hoeren en dansmeisjes in de stad en zo gaat het ook met de religieuze fanaten, de filmsterren en filmregisseurs, de bedelaars, de sadistische onderwijzers - al die “moreel gecompromitteerden' die de stad bevolken, zoals Mehta het zelf zegt.

Suketu Mehta geeft toe dat hij een speciale fascinatie heeft voor de moreel gecompromitteerden. Dat is goed en wel, maar dan maak je de stad vanzelf mateloos en gaat het niet meer over Bombay, maar over Suketu Mehta's obsessies die toevallig gesitueerd zijn in Bombay. Als ik wil schrijf ik net zo'n hardvochtig boek over Yaounde of Paramaribo en Amsterdam zou dan de stad zijn van de wrede moorden en afrekeningen door Joegoslavische criminelen en moslimfundamentalisten.

Maar ik geef toe: je kunt een stad als Bombay geen recht doen. Alles wat Mehta schrijft is waar, daar twijfel ik geen moment aan, maar je moet wel de betrekkelijkheid blijven zien. Dat nu lukt hem niet altijd. Als hij Bombay haat vanwege de bedrieglijke verhuurders, loodgieters, kabelexploitanten en foutparkeerders, dan schrijft hij op zijn laptop: “Wat een klote stad. De zee zou met een enorme vloedgolf over deze stad heen moeten spoelen, hem vernietigen en onder water zetten. Elke morgen maak ik me kwaad. Het is de enige manier om iets gedaan te krijgen; de mensen hier reageren op boosheid, ze zijn er bang voor.'

Mag ik alsjeblieft even met hem van mening verschillen, als iemand die ook in die stad heeft gewoond? Ze zijn niet bang voor je boosheid, Suketu, ze kijken op van de absurditeit van je boosheid. Terwijl jij je heftig kwaad maakt om een evident onrecht dat je wordt aangedaan, kijken de mensen in Bombay elkaar aan met de steelse blik van verplegers in een gekkenhuis. Als je niet uitkijkt vinden ze je zelfs grappig.

Mehta vertelt langdurig over de valse streken die hem werden gelapt toen hij pas kwam wonen in de stad, de streken van de gasleveranciers en de telefoonaansluiters en de bedienden en de onderwijzers op de scholen van zijn kinderen. Hij trekt daaruit de algemene conclusie dat Bombay nieuwkomers afstoot, uitsluit en wegpest. Dan komt bij mij de gedachte op: amateur. Je gedraagt je als een expat en je wilde zo graag meer zijn. Je beweert dat men in Bombay altijd alles weigert en altijd nee zegt. De waarheid is: ze zeggen nooit nee, ze zeggen altijd: het zou mogelijk moeten zijn. Tenslotte blijkt het weliswaar niet te kunnen, maar daarmee is hun filosofische uitgangspunt dat het mogelijk had moeten zijn, niet weerlegd.

U ziet, ik ben een boek over Bombay aan het bespreken zonder onpartijdig te zijn. Ik zal het openlijk toegeven: ik ben zeer partijdig, Bombay is mijn lievelingsstad. Bombay is een bizarre stad, ja ja, er wonen meer mensen dan in gans Australië en er heerst een immense armoede. De juiste vraag moet dan zijn: waarom explodeert de stad niet elke dag? Waarom maken ze elkaar niet aldoor af, als ratten in een overvolle kooi?

In 1993 is het gebeurd. In het noorden van India werd een moskee met de grond gelijk gemaakt door hindoefanaten, omdat op die plek de geboortetempel van de god Rama zou hebben gestaan. In Bombay, altijd de stad van migranten - van 500 nieuwe gezinnen per dag wel te verstaan - en dus bevolkt door zeer veel moslims, werd boos gereageerd: moslims bliezen zomaar gebouwen op, met vele doden. Waarop hindoes onder begeleiding van de politie een pogrom begonnen en duizenden moslims afslachtten.

Bombay hield in dat jaar op een tolerante en seculiere handelsstad te zijn. Er ontstonden hindoe- en moslimbendes die de mensen afpersten, ontvoerden en uitmoordden. Waarop de politie ook begon te moorden, omdat de rechtsgang in India erg traag is. Je vangt een crimineel, je ondervraagt hem, en als je denkt dat hij schuldig is breng je hem naar een stille plek en je schiet hem dood. Dat gebeurt allemaal sinds 1993.

Toch moet de conclusie zijn dat de inwoners van Bombay elkaar juist niet aldoor afmaken. Je zou in die absoluut verschrikkelijke chaos een toestand moeten aantreffen waarbij het levend van A naar B komen een kunst zou moeten zijn. De waarheid is dat je er juist geen moeite voor hoeft te doen. Je komt op het perron. De trein is aan het vertrekken, de wagons zijn zo vol dat de mensen uit de openstaande deuren hangen. Je rent en maakt duidelijk dat je mee wilt. Een wildvreemde steekt zijn hand uit en trekt je omhoog, geeft je een plek en deelt met jou zijn zakje cashewnoten. Dat is niet romantisch, dat is praktisch: leven en laten leven, dank u.

Het mooie is dat Suketu Mehta zulke passages ook heeft opgenomen in zijn boek. Op het ene moment beschrijft hij hoe hij bij een taxistandplaats vier kleine kinderen ziet, tussen twee en vijf jaar oud, waarvan die van twee de drukke straat op loopt en miraculeus terugkeert zonder aangereden te zijn en die van vijf hem vraagt om een tamelijk luxe milkshake. Hoe moet hij hier weg, vraagt Mehta zich af, die kinderen aan hun lot overlatend? Het is een hartekreet die je bij blijft.

Op het andere moment wordt Suketu Mehta uitgenodigd in de slaapkamer van het mooiste dansmeisje van Bombay. Een dansmeisje is een meisje dat in vol ornaat een Indiase filmscène nadoet in een bar, en daarvoor in ruil biljetten van tien roepies naar zich toe gegooid krijgt. Ze verdienen een paar jaar goed - in sommige gevallen vijfhonderd euro per avond - en daarna worden ze prostituee. Mehta raakt wel heel erg gehecht aan dit beeldschone dansmeisje dat hij zelfs Mona Lisa noemt. Hij zit op haar bed een warme maaltijd te nuttigen.

Zulke intieme gebeurtenissen - je hoeft geen seks te hebben om het intiemer te maken. Suketu, Suketu, dat schrijf je toch niet op, je hebt een vrouw en twee kinderen. Maar zo is Suketu Mehta. Hij is zo ontwapenend, zo volstrekt onbevangen, zo naïef soms (of een geweldig gladde prater tegenover een goed gelovige echtgenote), dat je blijft lezen. Hij vertelt erbij dat hij Mona Lisa niet vertelde dat hij getrouwd was en twee kinderen had, omdat hij zijn gezin wil beschermen tegen de zelfkant van het leven. Ja, dat geloof ik dus meteen.

Hij is een rare jongen, Suketu Mehta, hij wordt makkelijk meegesleept en hij maakt er geen geheim van: de politieman die lukraak gangsters vermoordt wordt zijn beste vriend, de gangster die vanuit Dubai in Bombay mensen laat vermoorden biedt hem als cadeau de gratis liquidatie aan van een eventuele vijand, een succesvolle Bollywood-filmer vraagt hem een scenario voor hem te schrijven. En om een gelovige die eerst ceremonieel al zijn wereldse bezittingen wegdoet, omdat hij wil opgaan in God, maar later een verzekering blijkt te hebben afgesloten die geld uitkeert als hij zich bedenkt, moet Mehta helemaal niet lachen.

Terwijl ik het 607 pagina's dikke boek las, waarvan Mehta zonder een spier te vertrekken heeft gezegd dat hij er uit de eerdere versie 1.200 had geschrapt , kreeg ik het gevoel dat dat de belangrijkste conclusie was: Bombay is niet na te vertellen. Er zijn zoveel moreel gecompromitteerden als er inwoners zijn. Je moet dus altijd een keus maken en die is altijd arbitrair, door toeval bepaald, afhankelijk van de contacten die je aanknoopt. Iedere schrijver maakt daarom zijn eigen Bombay. Waarschijnlijk durft daarom bijna niemand meer een reisboek over zo'n stad te schrijven. Maar de onderdompeling van Mehta is een nieuwe aanpak.

Suketu Mehta heeft moordenaars en hoeren en bedriegers beschreven - hoe gaat het nu met hem zelf? Houdt hij nog op dezelfde manier van zijn vrouw en van zijn kinderen als voor zijn vertrek uit New York? Suketu Mehta, ben jij na het schrijven van dit boek over jouw Bombay nog een normaal mens gebleven? Ik vrees het ergste.

Suketu Mehta: Bombay mateloze stad. Vertaald uit het Engels door Wiecher Hulst. Mets en Schilt, 607 blz. euro 39,90

ramdas@nrc.nl