Nederlanders steeds hoger opgeleid

Nederland raakt steeds hoger opgeleid. Het aantal mensen dat op zijn minst havo, vwo of mbo heeft gedaan, blijft stijgen. In 2004 had 65 procent van de 15 tot 64-jarigen een opleiding op dit niveau gevolgd.

Dat staat in het Jaarboek onderwijs in cijfers 2006 dat het Centraal Bureau voor de Statistiek vanmorgen publiceerde. In 1996 had 58 procent van de 15 tot 64-jarigen havo, vwo of mbo.

Middelbaar beroepsonderwijs op niveau 2 (er zijn vier niveaus) geldt als ondergrens voor een goede kans op een baan. Leerlingen die dat niveau niet halen, heten drop-outs. Nog altijd zijn er mensen die niet verder komen dan de basisschool, maar dit aantal is gedaald van veertien procent in 1996 tot negen procent in 2004.

Een kwart van de bevolking heeft een studie op een hogeschool of universiteit gedaan. In het studiejaar 2004/2005 telde het hoger onderwijs 543.000 studenten, vier procent meer dan een jaar eerder. Meer dan de helft van de studenten is vrouw. Mannen kiezen vooral bedrijfskunde, vrouwen gezondheidszorg en welzijn. Steeds meer universitaire studenten studeren af: in het studiejaar 2003/2004 behaalden 23.000 studenten een masterstitel, zes procent meer dan een jaar eerder. Het aantal hbo-studenten dat een diploma haalde, steeg met drie procent tot 60.000.

De gemiddelde duur van een universitaire studie is vijf jaar en vier maanden, op een hogeschool is dit vier jaar en drie maanden. Vrouwelijke studenten studeren gemiddeld sneller dan mannen af.

In het studiejaar 2003/2004 is het aantal geslaagden in het mbo met vijf procent toegenomen tot 140.000. In het mbo kunnen studenten kiezen tussen de hele week leren en daarna stage lopen om praktijkervaring op te doen en vier dagen in de week werken en daarnaast een dag naar school. Vooral het aantal gediplomeerden in de eerste variant steeg: 79.000 leerlingen behaalden een diploma, een stijging van acht procent ten opzichte van een jaar eerder. Zij studeerden vooral af in de sectoren economie en zorg en welzijn.

In navolging van binnen de Europese Unie gemaakte afspraken streeft het kabinet naar vijftig procent hoger opgeleiden in 2010. Bij deze ambitie is het echter niet duidelijk of men uitgaat van deelname (dan telt iedereen mee die aan een hogeschool of universiteit studeert) of van het aantal behaalde diploma's.