Minder terugkeer

Vorig jaar zijn 5 procent minder vluchtelingen met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) teruggekeerd dan in 2004.

In vergelijking met 2003 is er nog altijd sprake van een toegenomen vertrekkersstroom van bijna 20 procent.

De IOM begeleidt alleen vluchtelingen die zelf aangeven naar hun land van herkomst terug te willen keren. Om hen daartoe aan te moedigen geeft minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) extra hoge vertrekpremies (oplopend tot circa 6.000 euro voor een gezin met twee kinderen) aan de de zogeheten oude groep asielzoekers. Dat zijn vluchtelingen die voor april 2001, de datum waarop de nieuwe Vreemdelingenwet in werking trad, naar Nederland kwamen.

Vorig jaar vertrokken in totaal 3.623 mensen. Van hen verbleef 40 procent legaal in Nederland (met name asielzoekers). Circa 30 procent was uitgeprocedeerd als asielzoeker. De belangrijkste terugkeerlanden zijn: Angola (423), Afghanistan (287), Servië-Montenegro (274), Oekraïne (273) en Iran (166).

Volgens de IOM keerden dit jaar minder vluchtelingen uit Bosnië, Servië-Montenegro en Oekraïne terug in vergelijking met 2004. “Dat is de reden van de lichte daling“, aldus de IOM.

De organisatie geeft vluchtelingen advies en informatie over terugkeer of hervestiging, een vliegticket voor een enkele reis, een bijdrage in de binnenlandse reiskosten in het land van herkomst en een vergoeding van de kosten voor de aanschaf van een vervangend reisdocument.