Meer dan massamoordenaars

In een nieuwe, mondiale geschiedenis van het communisme wordt keihard afgerekend met deze leer. Of niet?

“Het kost weinig moeite om een geschiedenis van de communistische beweging te schrijven enkel bestaand uit massamoord en terreur', zo besluit Erik van Ree na bijna vijfhonderd pagina's vol moord en doodslag in naam van de wereldrevolutie. Verrassend is dan de zin die daarop volgt: “Maar dat zou de waarheid ernstig geweld aandoen.'

Anders dan de nazistische genocide, diende de communistische terreur volgens Van Ree slechts om politieke vijanden de mond te snoeren. Stalin zou het voorstel om een vijandelijke klasse volledig te elimineren afgedaan hebben als “kinderachtige overdrijving'. Het zou evenwel een vergissing zijn te denken dat Stalin daartoe kwam uit rechtschapenheid. Communisten hadden volgens Van Ree geen last van morele overwegingen: ze dachten simpelweg niet in termen van goed en kwaad, maar keken uitsluitend naar het nut voor de communistische zaak, ook als dat ten koste ging van vele miljoenen slachtoffers.

Van Rees geschiedenis van het communisme is een grondige afrekening met een beweging van “door machtshonger gedreven romantici, dichtende massamoordenaars en cynische fanatici, bureaucraten en ja-knikkers die droomden van de grote utopie'. Daarbij heeft hij zich beperkt tot de plaatsen en tijden waarin het communisme een macht van betekenis vormde, als heersend regime of als staatsondermijnende verzetsbeweging. Landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk of Nederland, waar het communisme vrijwel geen voet aan de grond kreeg, slaat Van Ree over. Nog altijd waaiert zijn betoog zeer breed uit. Van Ree presenteert op virtuoze wijze een daadwerkelijk mondiale geschiedenis van het communisme. Van Mongolië tot Peru, van West-Bengalen tot Moldavië: elke plaats waar de wereldrevolutie zich heeft gemanifesteerd krijgt een beurt.

In het eerste deel schetst Van Ree het verhaal van de marxistische beweging die ten grondslag lag aan de Russische revolutie, de repressie onder Lenin en Stalin, en de al gauw vastlopende pogingen om een internationale revolutie onder leiding van de Sovjet-Unie vorm te geven. Van Ree ziet een keerpunt in 1941 met de Duitse invasie, maar vooral met de beëindiging van de internationale samenwerking van communistische partijen in de Comintern. Na het mislukken van de communistische strijd die landsgrenzen moest overstijgen, veranderde de wereldrevolutie in een gevecht tussen nationale staten om de internationale hegemonie.

Zo werd volgens Van Ree na de val van Duitsland onder de hoede van het Rode Leger de expansie van het communisme ingezet. Stalins aanvankelijke eerbiediging van parlementaire vormen in de landen van Oost-Europa was slechts een dekmantel voor een machtsgreep waarin achtereenvolgens de andere partijen, de departementen van Binnenlandse Zaken, Defensie en Justitie, en economische sleutelsectoren onder controle van de communistische partij kwamen. De staatsgrepen werden ten slotte afgezegend met gemanipuleerde verkiezingen, waarin de nieuwe machthebbers zich gesteund wisten door 99,72 procent van de kiezers.

Ondertussen kreeg de wereldrevolutie ook voet aan de grond in China. Maar van één communistische beweging bleek geen sprake, toen Mao niet bereid was Chroestjov te volgen in de kritiek op de stalinistische persoonlijkheidscultus. Integendeel: Mao had zich juist laten installeren als Grote Leider, Grote Leraar en Grote Stuurman, die zijn land met de “grote sprong voorwaarts' vastberaden in de afgrond stuurde. Tegelijkertijd ontstonden ook elders in Azië en Latijns-Amerika communistische bewegingen, die met name in Vietnam en Cuba succes hadden. In Europa leidde de destalinisatie tot tekenen van desintegratie in het communistische blok, met opstanden in Oost-Duitsland en Hongarije en de definitieve breuk tussen de Sovjet-Unie en het regime van Tito in Joegoslavië. Het gevolg was dat hoe verder de wereldrevolutie om zich heen greep, hoe minder samenhang daarin was te bespeuren.

Culturele revolutie

Ondanks een laatste opflakkering in de gedekoloniseerde Afrikaanse staten Angola, Mozambique en Ethiopië, raakte de communistische beweging in de jaren zestig overal in het defensief. Mao reageerde daarop met een vlucht naar voren in de Culturele Revolutie. Brezjnev koos een conservatieve strategie door de verworvenheden van het partijkader veilig te stellen en de rest van de bevolking af te kopen. Maar beide grootmachten bleken halverwege de jaren zeventig door en door verrot. Het Sovjet-blok stortte in onder druk van Reagans herneming van de Koude Oorlog, terwijl China zich met de dood van Mao ontdeed van zijn ideologische erfenis. Van Ree geeft zo een overzicht van een verloren wereld, waar Cuba, Noord-Korea, Moldavië en West-Bengalen de laatste bastions van het communisme vormen, en de maoïstische fakkel alleen nog brandend wordt gehouden door guerilleros in Nepal en de “narco-communisten' in Colombia en Peru.

Van Ree vertelt zijn verhaal met een scherp oog voor details. Stalins rechterhand Lavrenti Beria omschrijft hij als “een in een lange jas gehesen zak vet', die zich vergreep aan honderden vrouwen en een even minutieus verslag bijhield van zijn operabezoeken als van de honderdduizenden slachtoffers die hij liet deporteren. Pol Pot “was hoffelijk, altijd met een glimlach zonder gekunsteld te worden', wat nogal contrasteerde met zijn verantwoordelijkheid voor de moord op miljoenen Cambodjanen. De Roemeense dictator Nicolae Ceausescu had daarentegen een “verkrampt gezicht, zure grijns en onzekere oogopslag', wat hem niet belette zich te laten vereren als “de Zoon van de Zon, Eik der Karpathen, Grote Mast, Titaan der Titanen en Toverprins'. Ook de Ethiopische leider Mengistu oogde in zijn Mao-tuniek en “met zijn loensende blik en nerveuze pruilmondje' weinig aantrekkelijk, maar hij was wel charmant, al weerhield hem dit er in 1977 niet van om de kinderen van zijn politieke tegenstanders aan de hyena's te voeren. De huidige leider van Noord-Korea, Kim Jong Il, ten slotte, ziet er “met zijn norse kop, zonnebril en dreigend samengeknepen mond' uit “als een gangster', en hij is “een lekkerbek, een vrouwengek en een fanatieke fan van Hollywood-films'. En ook hij stort zijn volk in het verderf in naam van de Koreaanse variant van het marxisme-leninisme. Zoals Van Ree uiteindelijk benadrukt, heeft het communisme “enkele van de grootste monsters uit de geschiedenis voortgebracht'. Ten onrechte wordt er soms een uitzondering gemaakt voor Lenin en Trotski, want “welbeschouwd waren ook zij schoften, leiders van een politieke knokploeg.'

Het gespierde taalgebruik van Van Ree is meer dan alleen een stijlmiddel om zijn betoog kracht bij te zetten. De nadruk op de perversiteit van de communistische leiders is ook een manier om radicaal afstand te nemen van de communistische erfenis, waar Van Ree als voormalig maoïst rijkelijk mee bedeeld is. Geen spoor is er in zijn betoog nog te vinden van de marxistische opvatting, dat niet de poppetjes maar de onpersoonlijke klassenverhoudingen de gang van de geschiedenis bepalen. Sociaal-economische ontwikkelingen komen slechts ter sprake wanneer communistische leiders daarin een chaos aanrichtten, wat ze zonder uitzondering deden. Ook het karakter van de staat, de organisatie van het maatschappelijk leven of culturele tradities waarin het communisme kon gedijen, komen nauwelijks aan de orde. Wat ook de omstandigheden zijn, uiteindelijk is het marxisme-leninisme zelf misdadig.

De sterke nadruk op de kwaadaardigheid van de leer en de leiders van de wereldrevolutie zorgt ervoor dat Van Ree zijn kernvraag, “waarom in de twintigste eeuw tientallen miljoenen mensen van over de hele wereld hun lot verbonden aan het communisme', niet goed kan beantwoorden. Wat was de morele aantrekkingskracht van het marxisme? Meer dan vier zinnen besteedt Van Ree er niet aan: het kapitalisme brengt onvermijdelijk misstanden met zich mee en daarom zullen er altijd mensen zijn die een alternatief zoeken. “Voor hen die dit temperament hebben, vormt het marxisme een goudmijn van analyse en inspiratie. Dat zal wel zo blijven.'

Gorbatsjov

De reden dat Van Ree zo weinig over het morele appèl van het communisme te zeggen heeft, is wellicht dat hij in het algemeen weinig vertrouwen heeft in de kracht van de moraal. Zo komt hij tot een uitzonderlijk negatief oordeel over Gorbatsjov, want die zou door geklungel de Sovjet-Unie hebben verkwanseld. In plaats van het leger in te zetten, pleitte hij voor democratische hervormingen: “Zijn tenen krommende frasen over humanisme en menselijke waardigheid bleken welgemeend', aldus Van Ree. Waar hij eerder nog de destalinisatie zag als een doorbraak, omdat het communisme zichzelf voor het eerst onderwierp aan “een morele kritiek', blijkt hier dat de moraal wordt gewogen en te licht bevonden, vanwege het gebrek aan politiek nut.

Daarmee komt Van Ree opeens dicht in de buurt van de verontachtzaming van de moraal die hij de communisten juist verwijt. Hier aangekomen, bekroop mij een ongemakkelijk gevoel. Is zijn afrekening met het communisme zo hardhandig, omdat dit een nog niet geheel verwerkt verleden is? Wat bijvoorbeeld te denken van de rol die Van Ree toebedeelt aan het gewone volk? Dat speelt slechts de rol van lijdend voorwerp, maar komt zo nu en dan spontaan tegen het onrecht in opstand - geheel volgens de romantische verwachtingen die met name maoïsten van het volk hebben. En waarin verschillen Van Ree's snerende beschrijvingen van de communistische leiders, met al hun perversiteiten, nu eigenlijk van de aanvallen op de kleinburgerlijke afwijkingen, waarvoor Marx de toon al had gezet? Het voert te ver Van Ree's Wereldrevolutie te lezen als ironische echo van de stalinistische showprocessen. Maar dit boek maakt duidelijk dat het communisme nog niet geheel tot het verleden behoort.