Lonen vrouwen stijgen harder

Voor het eerst stijgen de salarissen van vrouwen harder dan die van mannen. Hoogopgeleide mannen verdienen gemiddeld nog steeds meer dan vrouwen, maar die lijken de achterstand in te halen, blijkt uit de jaarlijkse loopbaanenquête van weekblad Intermediair.

Deze ontwikkeling past in het beeld dat er steeds meer vrouwen aan het werk zijn. Vorige maand bleek uit cijfers van het CBS dat er 40.000 vrouwen meer betaald werk verrichten dan het jaar daarvoor. In totaal werken er bijna drie miljoen vrouwen, en vier miljoen mannen. Vrouwen werken wel veel vaker parttime.

In het algemeen stegen de lonen van academici en HBO'ers vorig jaar met 2,7 tot 5,4 procent, terwijl de gemiddelde contractloonstijging vorig jaar maar 0,5 procent was door de afspraak van werkgevers en werknemers om de lonen te matigen. Uit het onderzoek onder 7.000 lezers van Intermediair bleek dat vooral de lonen van jongere werknemers stijgen, terwijl meer ervaren werknemers langzamer vooruitgaan in inkomen.

De inhaalslag van vrouwen is in vrijwel alle sectoren te zien, ook in een traditioneel mannenbolwerk als de industrie. Daar gingen de lonen van vrouwen met 3,5 procent omhoog, en die van mannen met 2,7 procent. Groter is het verschil in de IT, waar de salarissen van vrouwen met 5,5 procent stegen, en van mannen met 3,8 procent. Alleen in de zakelijke dienstverlening gingen de lonen van mannen harder omhoog: met 4,7 procent tegen 3,9 voor de vrouwen.

Intermediair heeft geen duidelijke verklaring voor de trendbreuk. “Vrouwen studeren sneller af, met hogere cijfers“, zegt chef-redacteur Evert de Vos van het weekblad. “Werkgevers lijken dat te herkennen. En mannen zijn traditioneel beter in onderhandelen over hun salarissen, en in deze laagconjunctuur viel er niet veel te onderhandelen.“

De achterstand van vrouwen is in alle sectoren nog aanzienlijk. “Mannen verdienen nog steeds tussen 5 en 15 procent meer dan vrouwen in dezelfde functies.“ Dat salarissen van mannen in de zakelijk dienstverlening in tegenstelling tot de andere sectoren nog sneller stijgen, komt niet omdat daar de inhaalslag al is gemaakt, zegt De Vos. “Daar is het verschil nog meer dan 10 procent.“