Joost Pollmann en het genot van Kuifje met een tosti

Stripjournalist Joost Pollmann beschrijft zijn eerste kennismaking met Kuifje: Hij werd gedwongen op kamers te gaan en logeerde bij een vriend, die, naast Mario Praz en Evelyn Waugh, ook bijna alle delen van Kuifje in de boekenkast had staan. Met witbrood en plakjes kaas uit plastic maakte ik een overheerlijke tosti, zette geurige koffie en verdween dan weer naar Peking of Peru op een koopvaardijschip.' Wat een huiselijk genot kan het lezen van een stripboek toch zijn. In het scherpe voorwoord van Een indruk van echtheid maakt Pollmann direct duidelijk dat hij nu eens niet gaat proberen om de burgerlijke vraag of strip kunst is' te beantwoorden. Echt spannend wordt het dan ook wanneer hij zich buigt over de emancipatie van de strip.

Joost Pollmann: "Een indruk van echtheid. Stukken over strips"

Volgens Pollmann, die ook organisator is van de Stripdagen Haarlem, snakt de stripwereld naar erkenning van het hooggeëerde cultuurpubliek. Hij vergelijkt de strip met andere cultuuruitingen die aan een minderwaardigheidscomplex lijden, zoals poppentheater en animatie. De conclusie is dat de liefhebbers van subculturen eigenlijk worstelen met een meerderwaardigheidscomplex. Pollmann merkt op dat die vermeende superioriteit misplaatst is, want waarom zouden strips nu opeens the most important artform of the 20th century' zijn, zoals een Brazilliaanse hoogleraar in 1994 beweerde?

Het essay wordt uiteindelijk een beetje rommelig, omdat Pollmann overstapt op het bespreken van het werk van cartoonist Saul Steinberg. Zijn werk hing in het Museum of Modern Art en het Whitney Museum of American Art, beide in New York. Hij heeft dus de sprong naar de hoge kunst' weten te maken, maar Steinberg maakte nu juist weer geen strips, maar cartoons.

Een indruk van echtheid is geen wetenschappelijk boek, maar een bundeling artikelen die Pollmann in de loop der jaren schreef. Het is een heterogene verzameling met prikkelende artikelen over de emancipatie van strips, strips en literatuur en een loepzuivere analyse van Guido van Driels boek Om mekaar in Dokkum maar bevat ook vrijblijvende opsommingen over zwarten in de strip' of zwervers in de strip'. Die verscheidenheid leidt tot een gebrek aan samenhang en maakt ook dat dit geen theoretisch standaardwerk over de strip is. Maar de luchtigheid van sommige artikelen en de schwung waarmee Pollmann schrijft, zorgen er wel gemakkelijk kennisneemt van de situatie waarin het medium strip zich nu bevindt.

    • Gerard Zeegers