Jonge renners volgen niet blindelings oude garde

Gisteren presenteerde Rabobank de nieuwe wielerploeg. Marc de Maar en Kai Reus steken de andere jonge coureurs naar de kroon.

Rotterdam, 6 jan. Wat hij in zijn eerste jaar bij de profs van de Rabobank-ploeg allemaal gaat leren, weet Marc de Maar niet, maar grote zorgen maakt hij zich in elk geval niet. “Ach, een fiets heeft twee wielen en je moet vooral hard trappen“, lacht de 21-jarige neo-prof uit Drenthe. “Ik heb voor mijn eerste jaar geen doelstellingen. Ik wil gewoon één overwinning boeken, maakt niet uit waar.“

De Maar is de enige jongeling die aan het begin van dit wielerseizoen naar het ProTeam van de Rabobankploeg overstapt. Gisteren werd de ploeg aan de vooravond van de Rotterdamse Zesdaagse in Ahoy' gepresenteerd. Inclusief de Spaanse aanwinst Juan Antonio Flecha en de Australische sprinter Graeme Brown. De Colombiaan Mauricio Ardila ontbrak nog als gevolg van visumproblemen.

In de zomer treedt alleen nog de 20-jarige Kai Reus toe tot de profploeg die voor het elfde seizoen zijn opwachting maakt. De afgelopen jaren zijn er zoveel talenten doorgestroomd (Joost Posthuma, Pieter Weening, Theo Eltink en Thomas Dekker) dat de ruimte bij de elite beperkt is. Op de opmerking dat hij dan wel erg goed moet zijn (negen overwinningen in het afgelopen seizoen) begint De Maar te lachen. “De afgelopen jaren had ik wel de indruk dat Kai en ik erboven uit staken. Wij wonnen de moeilijkste wedstrijden. Mijn eigenschappen? Ik kan goed bergop, heb een goede tijdrit. Maar ik denk dat mijn sterkste punt mijn slimheid, mijn koersinzicht is.“

De onbevangenheid van De Maar is tekenend voor de nieuwe generatie wielrenners. Ze hebben geen last van valse bescheidenheid en volgen niet blindelings de adviezen op van de oudere garde. “Maar ik zie de eerste twee jaar echt wel als een leerschool en af en toe zal het niet makkelijk zijn. Ik ga morgen mee met het eerste trainingskamp, dus kan ik nog niet zeggen hoe de relatie tussen de jongeren en routiniers is. Respect voor hen heb ik zeker.“ En, lachend: “Als ik met Erik Dekker en Michael Boogerd voorop rijd, ben ik echt niet de kopman.“

Ploegleider Frans Maassen is ervan overtuigd dat De Maar en Reus boven de andere jonge coureurs (20, 21 jaar) uitsteken. Tot twee jaar geleden leidde de oud-coureur zelf nog jonge talenten op. Velen daarvan ziet hij inmiddels in andere wielertricots langsfietsen. Koen de Kort rijdt bijvoorbeeld bij Liberty Seguros, Bram Schmitz bij Telekom en Mathieu Heijboer bij Cofidis. “Andere teams weten inmiddels ook dat bij ons veel talenten rijden. Zolang wij als Rabobank maar de beste jongens eruit pikken is er niet zoveel aan de hand“, zegt Maassen. “En wellicht rijden sommige coureurs twee of drie jaar bij een andere ploeg en komen ze weer naar ons toe. Daar is niets mis mee“.

Vergelijkingen met de voetbalwereld gaan volgens Maassen niet op. Respect overheerst, ook op de transfermarkt. “Anders dan in de voetbalwereld bestaat er in de wielrennerij de afspraak dat wij geen jongens benaderen die nog onder contract staan. Daarom is het ook goed dat bijvoorbeeld Thomas Dekker en Marc de Maar tot en met 2007 zijn vastgelegd.“

Probleem voor de Rabobank is alleen dat niemand weet hoe talenten zich zullen ontwikkelen. De kans bestaat dat de Rabo-ploeg een topper in spe laat vertrekken. “Het is inderdaad moeilijk te zeggen. Thomas Dekker wordt door iedereen het talent van Nederland genoemd, maar misschien komt Theo Eltink wel verder.“

“Toen Erik Dekker in 1993 naar de Rabo kwam, heeft het zeven jaar geduurd voordat hij echt grote prijzen ging halen. En Michael Boogerd kreeg een contract omdat Jan Raas (toenmalige directeur, red.) zijn hand over zijn hart streek: hij werd gezien als een twijfelgeval.“ De Maar heeft niet getwijfeld of hij bij Rabobank zou blijven. Financiën speelden bij zijn keuze al helemaal geen rol. ,,Geld moet niet de hoofdmoot zijn. Het belangrijkste is nu om in jezelf te investeren.''