Israël zonder Sharon

Het uitvallen van de Israëlische premier Ariel Sharon heeft wel degelijk een machtsvacuüm geschapen, ondanks bezweringen van het tegenovergestelde. Hij is niet alleen de machtigste man van het land, en tot eergisteren nog volop in functie, maar Sharon haalde twee maanden geleden ook nog eens de binnenlandse politiek met één gebaar overhoop. Hij stapte uit de partij die hij zelf had helpen oprichten (Likud) en begon een nieuwe partij (Kadima) die, passend bij zijn stijl van leidinggeven, geheel om hem zou worden opgebouwd. Aanleiding was de rebellie in Likud tegen de Israëlische terugtrekking uit de strook van Gaza, een initiatief van Sharon. Uit medisch oogpunt lijkt het ondoenlijk en uit machtspolitiek perspectief is het bijna ondenkbaar dat Sharon, áls hij overleeft, ooit nog aan de slag kan. Daarmee verliest Israël een prominent en omstreden leider. Hij laat de joodse staat en vooral zijn grote aanhang in verwarring en onzekerheid achter op een moment dat de verkiezingscampagne net op gang is gekomen. Hoe die zich ontwikkelt, is onduidelijk. Maar de verkiezingen dienen hoe dan ook door te gaan. Een democratie wijkt niet voor zieken of doden, hoe belangrijk of geliefd die ook zijn of bij leven waren.

Vice-premier Ehud Olmert neemt Sharons taken voorlopig over. Maar het gat dat de premier achterlaat, is moeilijk te vullen. In die zin is sprake van een vacuüm. Olmert mist wat Ariel Sharon in overvloed heeft: charisma en leiderschapskwaliteiten, gevormd in een carrière als militair, partijpoliticus en staatsman. De chaos in de Gazastrook na Israëls vertrek, en de opmars van Hamas daar, vergroten de instabiliteit in het Midden-Oosten. Die houdt nog wel even aan; zeker tot na de parlementsverkiezingen van beide volkeren. De Palestijnen zouden op 25 januari naar de stembus moeten - wat gelet op de omstandigheden onzeker is - en de Israëliërs op 28 maart. Aan die datum lijkt nog niet te worden getornd.

Door zijn hersenbloeding is Sharon ruim een jaar na de dood van zijn grote tegenstrever, de Palestijnse leider Yasser Arafat, uitgevallen. Een nieuwe start van het vredesproces in het Midden-Oosten zou nu op papier voor de hand liggen. Het punt is echter dat de eigengereide minister-president zélf al een impuls had gegeven aan het, eveneens door zijn toedoen, vastgelopen overleg tussen Palestijnen en Israëliërs. Na Arafats dood begon hij aan de uitvoering van zijn (in eigen land) meest omstreden missie: het opgeven van de Gazastrook. Hij zei dat Israël ook concessies moest doen op de Westelijke Jordaanoever. Land voor vrede; woorden die voordien niet in het vocabulaire van deze houwdegen voorkwamen. Sharon is een vat vol tegenstrijdigheden.

Ariel Sharons eenzijdige actie in Gaza is zijn grote verdienste geweest, bij alle omstreden en onbesuisde manoeuvres waar hij Israël en de wereld ooit op vergastte. Gaza gaf hij niet op voor de Palestijnen en hun eigen staat, maar voor de veiligheid van Israël. Dat was ook het argument voor het hek dat hij om zijn land liet zetten. Zijn opvolger heeft de ondankbare taak zowel de veiligheid te dienen als het vredesoverleg met een wankelend Palestijns bestuur te hervatten. Een Palestijnse staat met Gaza en een paar deeltjes Westoever is niet levensvatbaar. Hoe dit verder moet, ligt door Sharons huidige incapacité geheel open. De gevolgen van deze politieke luchtledigheid verdienen de aandacht, invloed en bemiddeling van buitenaf - in de eerste plaats van Amerika.