Graadmeter van een beschaving

De Israëlische filosoof Avishai Margalit beschuldigt Europa van “cultureel snobisme'. Toch dient de klassieke Europese cultuur beschermd te worden tegen de druk van commercie en massavermaak, vindt hij.

Margalith Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer Boyer, Maurice

Tijdens de Nexusconferentie van afgelopen november in Amsterdam hield de Israëlische filosoof Avishai Margalit een zaal vol Europese intellectuelen voor dat Europa last heeft van cultureel snobisme. Om te beginnen gaan Europeanen er stilzwijgend vanuit dat hun cultuur de oudste, en daarom de beste en meest hoogstaande is. Daarnaast is er het dédain van de elite voor de cultuur van de massa. Dat heeft volgens Margalit niets met de vermeende wansmaak van die massa te maken, maar alles met de angst van de elite.

“Ik ben zelf in die zin een culturele snob, dat ik Beethoven meer waard vind dan Eminem“, zegt de filosoof een paar weken na de conferentie in Amsterdam. Hij oogt bleek in het overdadige oranje licht waarmee zijn hotel het wintergrijs wil buitensluiten. “Maar dat betekent niet dat ik Beethoven voor mezelf wil houden. Niet het geloof in een hoge cultuur is verkeerd, maar het vooroordeel dat alleen de elite van hoge kunst houdt. Iedereen heeft vooroordelen, maar de elite heeft de macht de samenleving naar zijn eigen vooroordelen in te richten. Wat je dus ziet, is dat de massa bij sommige kunstvormen wordt weggehouden. Opera is een goed voorbeeld. Een populaire kunstvorm, maar nergens zó gesubsidieerd dat de kaartjes voor iedereen betaalbaar worden. Je ziet het zelfs bij voetbal (waar Margalit een liefhebber van is, MS). Nu de elite er ook van houdt, wordt de massa uit de markt geprijsd. Ik geloof dat een kaartje voor Chelsea tegenwoordig wel negentig pond kost. Krankzinnig!“

In Nederland twijfelt de staatssecretaris van Cultuur over de legitimiteit van subsidie voor hoge cultuur, omdat de massa er niet in geïnteresseerd zou zijn. Hebben wij dan niet juist méér cultureel snobisme nodig?

“Toen de BBC de mogelijkheid bood om gratis muziek van Bach en Beethoven te downloaden, deden bijna een miljoen mensen dat. Aan de andere kant: er is natuurlijk een eind aan waar je mensen toe kunt stimuleren. Je kan de paarden naar het water brengen, maar je kunt ze niet dwingen te drinken.“

“Het is naar dat de hoge Europese cultuur in de loop der tijden zoveel ballast heeft verzameld“, voegt hij er na enig nadenken aan toe. “Hoge cultuur valt samen met status, met een elite die neerkijkt op de massa. De massa voelt zich gedwongen van hoge cultuur te houden, ook als ze er niets aan vindt. Tegelijkertijd wordt de massa nooit werkelijk toegelaten. Nu de massa geëmancipeerd is, gaan er stemmen op om de hoge cultuur dan maar aan haar lot over te laten. Maar ik vind dat respect hier een rol moet spelen. Het is noodzakelijk om het materiële en spirituele erfgoed van een samenleving met subsidies te beschermen. Je moet dat erfgoed respecteren om zijn intrinsieke waarde, ook als je er zelf niet van houdt. U kent mijn familie niet, maar u kunt die toch best waarderen, omdat u respecteert dat ík van mijn familie houd. Zo zou het met cultuur ook moeten zijn.“

“Subsidie“, zegt Avishai Margalit, “is een van de beste manieren om een samenleving te bestuderen. Samenlevingen subsidiëren wat zij belangrijk vinden. De mate waarin het zwakke met subsidie beschermd wordt, is een graadmeter van een beschaving.“

Netelige vraagstukken

Kunstsubsidie als filosofisch onderwerp - je zou er niet direct aan denken. Maar voor Avishai Margalit heeft dit onderwerp hetzelfde gewicht als pakweg de geschiedenis van culturele projecties of moderne maatschappij-ethiek. Margalit, geboren in 1939 en hoogleraar filosofie aan de Hebrew University in Jerusalem, viel de afgelopen tien jaar op met twee goed getimede boeken die houvast boden bij netelige Europese vraagstukken. The Decent Society (1996) gaat over het streven naar een samenleving waarin geen bevolkingsgroepen vernederd worden. In Occidentalism, The West in the Eyes of its Enemies (2004) ontrafelt hij samen met Ian Buruma de culturele projecties van het oosten op het westen.

In Nederland wordt gepleit voor herinvoering van een canon van kunst en geschiedenis op scholen om nieuwkomers meer kennis van de Nederlandse identiteit te geven.

“Daar ben ik niet tegen. Het beste van jouw cultuur laten zien aan een nieuwkomer lijkt me een goede zaak. Maar mensen en vooral jongeren dwingen het te slikken, lijkt me dan weer snobistisch en bovendien contraproductief.'

Door termen uit de alledaagse omgang tussen mensen, zoals vernedering en snobisme, op samenlevingen en instituties te betrekken, kweekt Margalit empathie voor de kwetsuren die politieke uitspraken of gebeurtenissen bij hele bevolkingsgroepen kunnen veroorzaken. Europees cultureel snobisme, achteloos en onbewust geuit, wordt volgens Margalit in andere culturen als zo'n vernederende kwetsuur ervaren. Hij typeert de Europese houding als volgt: “Wij, de Europeanen, zijn verfijnd. We zijn ook moe van de wereld, want we hebben alles al gezien. Wij zijn de volwassen cultuur te midden van de puberale cultuur van nationalisme en de infantiele cultuur van de religieuze tegenstellingen. Wij in Europa hebben die kinderziektes allang achter de rug.“

Op de Nexusconferentie sprak Margalit vlak na Frits Bolkestein, die in zijn rede de superioriteit van de Europese Verlichtings- en mensenrechtencultuur benadrukte. Wil hij zich tegen dit “Verlichtingsfundamentalisme' afzetten?

“Niet helemaal. Zeker, ik verschil van mening met de advocaten van de Verlichting, die stellen dat de westerse cultuur de dominante is, en dat andere culturen vooral aardig zijn wegens hun folklore en leuke restaurantjes. Maar ik ben het evenmin eens met de cultuurrelativisten, die stellen dat zelfs verminking respect verdient omdat het eigen is aan bepaalde culturen. Ik kies een middenweg, ik pleit voor pluralisme. Onder pluralisme versta ik de erkenning van de eigen waarde van andere culturen, de erkenning van tegengestelde waarden tussen verschillende culturen, maar ook binnen die culturen. Want alle culturen bevatten contradicties. In de christelijke cultuur bijvoorbeeld, heb je de loftuitingen op de vruchtbaarheid, maar je hebt ook nonnen. Dat is een dubbelzinnigheid waar veel mannen nog altijd moeilijk mee uit de voeten kunnen en waarin ze een balans moeten vinden. Verschillende culturen die met elkaar samenleven zullen ook op zoek moeten naar zo'n balans. De manier waarop de dominante cultuur de cultuur van minderheden bejegent, is daarbij van doorslaggevend belang. Niet paternaliseren is belangrijk. Je kunt mensen vernederen en ze langdurig boos maken als je ze dwingt hun cultuur te verloochenen. Kritiek op andere culturen mag nooit in een kruistocht ontaarden. Hoe moeilijk voorstelbaar ook voor Europeanen: de meeste mensen in deze wereld hebben nou eenmaal geen kosmopolitische, urbane mentaliteit.“

Hoe moet het cultureel snobistische Europa dan omgaan met minderheden die op hun beurt intolerante trekken vertonen?

“Een tolerante samenleving kan best intolerante groepen in haar midden opnemen, zij het op twee voorwaarden. Ik noem ze: Voice en Exit. De samenleving moet zorgen dat ook de intolerante groep haar stem kan verheffen. Daarnaast moet ze zorgen dat mensen de intolerante cultuur kunnen verlaten als zij dat willen. Voor vrouwen die uitgehuwelijkt dreigen te worden, dient er bijvoorbeeld een veilige uitweg te zijn.

“Intolerante uitingen van minderheden tolereer je tot op een bepaald punt, waarbij ik de vrijheid van meningsuiting en de integriteit van het lichaam als grenzen wil definiëren.“

Salomo

Rechtop op zijn stoel en bedaard zijn volzinnen uitend, oogt Margalit als een echte Salomo. Hoog tijd dus voor zijn oordeel over de praktijk van Europese culturele mijnenvelden. De opera Aisja over de vrouw van Mohammed bijvoorbeeld, die het Onafhankelijk Toneel in 2001 wilde opvoeren en die uiteindelijk werd teruggetrokken. Of de hevige protesten van sikhs twee jaar geleden in Birmingham, tegen de opvoering van een toneelstuk over seksueel misbruik dat zich in een sikh-tempel afspeelde. En wat te denken van de opwinding van moslimzijde over Submission, de film van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali? Net als bij de twee andere voorbeelden is het punt van aanstoot de beschuldiging van vernedering: vrouwenonderdrukking in de cultuur van een minderheid. Wat is Margalits oordeel?

“Men moet de vrijheid van meningsuiting altijd verdedigen, maar dat betekent niet dat men haar altijd ten volle hoeft te gebruiken. De dominante cultuur heeft de morele plicht om voorzichtig te zijn. Het is geen verdienste tegen dingen aan te schoppen die anderen als heilig beschouwen. Dat gezegd hebbende, vind ik dat de opvoering van zo'n stuk moet doorgaan. Maar net zo goed vind ik dat er protest mogelijk moet zijn, zo luid en zo geschakeerd mogelijk. In een pluralistische samenleving bestaan verschillende meningen naast elkaar. Ja, ik zou het zó doen als ik burgemeester was: ik zou de voorstelling laten doorgaan, maar ik zou zelf meelopen bij de protesten.“

Ian Buruma & Avishai Margalit, “Occidentalisme. Het Westen in de ogen van zijn vijanden' , uitgeverij Atlas, euro 17,50

    • Maartje Somers