God verdwijnt hier ook

Op dienstreis kom je noodgedwongen wel eens in een duur hotel terecht. Het stond in Sint Petersburg, vlakbij Nevski Prospekt waar je voor duizend dollar Barbies, verkleed als tsarinaatjes, kon aanschaffen. In het hotel kostte een Spa een dollar of acht en op alles waar je verder naar informeerde, antwoordde het baliepersoneel steevast met “njet'. Het ontbijt werd er geserveerd tussen spiegels en goudgelakte kandelabers. En in die serene rust maakte daar 's ochtends steeds een paar aangeschoten mannen hun opwachting. Ze waren elk in gezelschap van twee jonge vrouwen, die zich in het kader van hun beroepsuitoefening allerlei platvloersigheden moesten laten welgevallen. Ook de serveersters kregen bilvegen uitgedeeld. En de heren konden daar vrolijk mee doorgaan - totdat één van de dames er genoeg van had. Ze ging met haar lege dienblad kaarsrecht voor die ene tafel staan, schold het gezelschap uit voor rotte vis en verliet de “paleiszaal' met een air van “ziezo, die zat!' De kleinste van het tuig voelde zich het meest geschoffeerd. Hij stond op als een roofdier dat bloed rook en brulde om de manager. Die had het gedonder vanuit een zaalhoek al in de gaten gehouden en wist met veel nederigheid de zaak te sussen. De serveerster werd gecommandeerd haar excuses aan te bieden en daarna mocht het dronken baasje haar alsnog uitschelden.

Het incident kwam terug in mijn herinnering bij het zien van Geen geluk, Mennonieten in Siberië, een boek met 160 kleur- en zwartwitfoto's van Ad van Lit, die het dagelijks leven vastlegde in het Siberische dorp Neöedatsjino. Ooit was dat dorp een diepgelovige, nogal gesloten, van oorsprong Duitse gemeenschap waar het leven draaide om God, de bijbel, werk en nageslacht. Om hun geloof te kunnen blijven praktiseren moesten de Mennonieten - in wezen volgelingen van de 16de-eeuwse, Friese priester Menno Simons - vanuit Pruisen steeds verder oostwaarts trekken, tot in Siberië aan toe . En daar hielden ze stand, tot in de jaren negentig, toen steeds meer dorpelingen naar westerse welvaart gingen verlangen.

Van Lit leefde mee met de achterblijvers om er pretentieloze, sfeervolle documentaire-foto's te maken - bij de varkensslacht en begrafenissen, bij verhuizingen en in de kolchoze-kantine die sterk lijkt op een afwerkplek. Er heerst in het dorp nog steeds veel broederschap en goedertierenheid, en even zoveel armoede en verval. Men maakt er het beste van en sleutelt verder aan auto's en machines die nergens anders ter wereld zo vaak lijken te falen als in Rusland. Om de kou, de modder en de kaalslag te trotseren, staan er volksdansen, biddiensten en oogstfeesten op het programma. Eigenlijk heeft Neöedatsjino het in tijden niet zo goed gehad. Want onder de communisten moest God ontkend worden en haalden vreemden je huis overhoop om te controleren of die ontkenning wel werd nageleefd.

Zijn er dan zoveel dronken mensen op de foto's uit Neöedatsjino te zien die aan dat dure hotel herinnerden? Nee, en dat tuig bij het ontbijt was destijds ook niet de reden om naar huis te verlangen. Dat waren de bejaarden op straat, om de hoek van dat hotel, die in de november-kou in voetgangerstunnels hun pensioen bijeen zaten te bedelen, terwijl een nieuwe generatie graaiers hen letterlijk omver liep. In Neöedatsjino heerst nog veel gemoedelijkheid en solidariteit, zo laat Van Lit zien. De graaiers zijn er nog niet neergestreken en God is er nog niet verdwenen. Nog even, en Neöedatsjino is geschiedenis.

Geen geluk/Mennonieten in Siberië. Fotografie Ad van Lit; historische inleiding over Mennonieten door Patricia Gorissen, 128 blz. euro 39,50. www.advanlitfotografie.nl