Een piepende deur

In “De korte golf' beschrijft Guus Middag radiomomenten die hem raken. Vandaag “Het Bureau'.

Op de radio spreekt een man in het Frans over een of ander wetenschappelijk onderzoek. Zijn stem klinkt ingeblikt, of op een andere manier bewerkt, om aan te geven dat hij door een microfoon spreekt, ergens ver weg. Zijn voordracht is houterig, zijn zinnen zijn star, het betoog is voor een leek moeilijk te volgen. “Au sein de l'Atlas Européen, il n'existe pas d'unanimité sur les possibilités d'analyse offertes par les cartes de distribution.' En zo nog vele zinnen verder. Rare radio. Wij moeten denken dat wij luisteren naar Maarten Koning, alter ego van J.J. Voskuil, tegen zijn zin sprekend op een of ander volkskundig congres in Aix-en-Provence in 1982.

Het is een van de vele rare radiomomenten die opduiken in het dagelijkse hoorspelkwartier van Het Bureau, gebaseerd op de gelijknamige roman van Voskuil. Nog zo'n moment: Koning gaat op bezoek bij zijn oude baas Beerta, die na een hersenbloeding niet goed meer kan spreken. “Zjaz Maazjen', zegt Beerta ter begroeting. En, op de vraag hoe het met hem gaat: “Zjoez'. En dan volgt zoals elke keer de vraag hoe het nu gaat op Het Bureau: “Hoe zjazes obbes Buzjo?'

Na zo'n scène, schrijnend en grappig tegelijk, kan er een geluidje volgen, of een volksdansriedel, en dan gaat het hoorspel moeiteloos verder met een lange passage uit een lange bestuursvergadering over zaken van bezuiniging, formatieoverleg of de Werkgroep Zelfevaluatie Instituten. Saai ambtenaarlijk proza, begeleid door vergadergeluiden als het schuiven van stoelen, het piepen van een deur of het rammelen van een lepel in een koffiekop.

Allemaal rare radio, op het slaapverwekkende af, maar toch blijf ik ernaar luisteren als ik er inval, op een van de drie momenten - 12:45 en 15:45 op Radio 747 en om 00:45 op Radio 1 - waarop het kwartier Het Bureau elke dag wordt uitgezonden. De charme zit denk ik juist in de compromisloosheid: nooit mag radio minutenlang saai of onverstaanbaar of tenenkrommend zijn, maar hier wel. Tweede charme: de indruk van gekunsteldheid. Het is wel duidelijk dat de toespraak in Aix niet op locatie is opgenomen, en het is ook wel duidelijk dat wij dat mogen horen. Bewust amateurisme. Tramgeluiden: we zijn buiten. Typemachinegeluiden: we zijn weer op kantoor. Een bel: er is iemand aan de deur. Je hoort het plezier waarmee in de requisietenbak is gerommeld. Een flard radionieuwsdienst uit 1982 - om aan te geven dat het verhaal zich in 1982 afspeelt. Een fragment uit een chanson: Maarten is in Frankrijk. Hoge piepgeluiden: Maarten heeft hoofdpijn. Het Bureau is een hoorspel met een knipoog: het wil niet zo echt mogelijk klinken, maar juist als een hoorspel.

Je kan er, is mijn ervaring, elk moment in vallen. En je kunt ook gerust heel wat afleveringen missen zonder de draad kwijt te raken. Maar je kunt beter niet het boek ernaast lezen. Want dan blijkt telkens dat de mooiste stukken in de hoorspelversie worden overgeslagen, noodgedwongen: het zijn de stille alinea's waarin Maarten Koning worstelt met zijn verdriet, knarsetandt, zijn onmacht de baas probeert te blijven, zijn gevoelens van weemoed wegslikt. Daar zit de ziel van het zevendelige kantoorepos. Zulke binnenpassages laten zich nu eenmaal moeilijk vangen in de buitenkantige bedrijvigheid van een hoorspel, ook als het vele honderden afleveringen mag tellen.