Dr. Esser was gepassioneerd verzamelaar

In een vitrine in het Singermuseum ligt een lijvig, met de hand geschreven operatieboek uit het begin van de twintigste eeuw. Het bevat lijsten met patiënten van dr. J.F.S. Esser. Daarnaast een kinderprentenboek uit 1989, opengeslagen bij een plaat van een oud Frans kasteeltje. Het is geïnspireerd op het kasteel waar diezelfde dr. Esser zijn kunstverzameling bewaarde. Aan de wand tegenover de vitrine een levensgrote foto van twee schakers: één ervan is dr. Esser.

Gustave de Smet: 'Vondelpark' (1915, olieverf/karton, 45x60 cm)

Nog tot diep in het voorjaar is in Singer Laren een grote tentoonstelling gewijd aan deze veelzijdige, legendarische arts die in de periode vlak voor de Eerste Wereldoorlog in Amsterdam moderne kunst verzamelde. J.F.S. Esser werd geboren in Leiden in 1877 en als je zijn levensloop bekijkt dan zie je dat hij zeer gepassioneerd was in alles wat hij ondernam. Hij was bijvoorbeeld niet zomaar iemand die graag schaakte, vanaf zijn zestiende richtte hij schaakclubs op en later bracht hij het tot Nederlands kampioen. Esser studeerde medicijnen, werd eerst scheepsarts, vestigde zich toen als huisarts in de Concertgebouwbuurt in Amsterdam, waar hij jonge experimentele schilders als Leo Gestel, Jan Sluijters en Piet Mondriaan leerde kennen. In korte tijd bracht hij zo'n 800 werken van deze nog nauwelijks erkende jongelui bij elkaar. Hij geldt ook als de eerste serieuze verzamelaar van het werk van Piet Mondriaan, uit de periode dat deze nog les moest geven om rond te komen. Maar het beroemdst werd Esser als plastisch chirurg, het gebied waarop hij zelf tot de experimentelen hoorde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde hij bepaalde operatietechnieken waardoor hij internationaal in medische kringen erkend werd.

Ook zonder deze achtergrondinformatie wordt op de tentoonstelling duidelijk dat het hier om een verzamelaar met visie gaat. Esser, die schaakte met Witsen en Breitner, verzamelde geen oeuvres, hij wilde niet compleet zijn, maar koos alleen kunstwerken waar hij emotie bij kon voelen. Toen Mondriaan abstract ging werken haakte hij af, hij hield van de meer krachtige Geinlandschappen, van het geëxalteerde meisje met het rode haar (“Devotie') of van een stevige, luministische Zeeuwse boer. Geen al te kubistische Gestels, maar juist diens bewogen vrouwenportretten en van Jan Sluijters vooral de brede, kleurige landschappen. Esser had duidelijk een voorkeur voor landschappen met daarin eenzame, ietwat grillige, verwrongen boompartijen maar ook voor vrouwenportretten. Op de tentoonstelling hangen vele dromerige, mooie vrouwen met zachte trekken en gladde wangen. Dat laatste is wel begrijpelijk als je ziet hoe hij als chirurg bezig was met het tegenovergestelde, met verminkte soldaten, die hij deskundig oplapte, maar nooit meer helemaal perfect kreeg.

De collectie Esser wordt ook gekenmerkt door het onaffe, de losse toets. Het is een verzameling uit de beginperiode van het Nederlandse luminisme en kubisme, maar die voor een deel nog geworteld is in de late Haagse School (Willem de Zwart) en het Amsterdamse impressionisme van Breitner en Isaac Israëls. Esser was daardoor net iets behoudender dan andere verzamelaars zoals Piet Boendermaker en P.A. Regnault. Om die reden is er ook nogal gesold met de werken, en zijn er, toen zijn huis te klein werd, van de 800 stukken relatief weinig in museumverzamelingen terechtgekomen. Eerst vonden de conservatoren van het Stedelijk, het Rijksmuseum, De Lakenhal in Leiden en het Antwerps Museum de werken te modern en later waren ze niet modern genoeg.

Na twee veilingen, in 1919 en in 1949, is een groot deel van de collectie verspreid geraakt. Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie heeft hem nu weer gereconstrueerd. Het resultaat is een mooi beeld van de Nederlandse kunst uit die jaren net voor de Eerste Wereldoorlog, toen kunstenaars volop hun grenzen aan het onderzoeken waren, met de maand van stijl wisselden en de kleuren de pan uit rezen.

Met Johannes Fredericus Samuel Esser is het niet echt goed afgelopen. In 1940 vertrok hij, als beroemd chirurg, naar de Verenigde Staten om verder te werken aan zijn utopie, een boven elke natie verheven “vrijstaat', waar gewonden uit de hele wereld plastische chirurgie konden ondergaan. Door foute speculatie verloor hij zijn vermogen en eindigde in een slooppand in Chicago, waar hij in 1946 stierf.

Tentoonstelling: Mondriaan, Breitner, Sluijters e.a. De onstuitbare verzamelaar J.F.S. Esser, t/m 28 april 2006 in Singer Laren, di. t/m zo. 11-17 uur. www. singerlaren.nl. Cat. 24,95