“DNA-testen doen na zelfmoorden'

De korpschef van de politie Utrecht, Stoffel Heijsman, wil dat het makkelijker wordt DNA af te nemen van mensen die een onnatuurlijke dood zijn gestorven, bijvoorbeeld doordat ze zelfmoord hebben gepleegd.

Dat zei hij gisteren bij de presentatie van de jaarresultaten van zijn korps in Utrecht.

Momenteel is het alleen onder zeer strenge voorwaarden mogelijk DNA-materiaal af te nemen van overleden mensen, bijvoorbeeld van zelfmoordenaars. Bovendien is dit alleen mogelijk na toestemming van de officier van justitie of de rechter commissaris.

Heijsman wil dat dit “nee-tenzij' principe wordt veranderd in een “ja-mits' principe, zo zegt hij in een reactie. Hij heeft de ambitie de totale criminaliteit in zijn regio eind 2007 met 40 procent te hebben teruggebracht ten opzichte van 2002. Een verruiming van de DNA-afname mogelijkheden kan daarbij helpen, zegt hij.

Hij wijst erop dat in zijn regio onlangs twee strafzaken zijn opgelost na afname van DNA-materiaal bij onder verdachte omstandigheden overledenen, waaronder de twintig jaar oude moord “op het jongetje Arthur Gurahoo“, aldus Heijsman. Hij vindt wel dat DNA van overledenen zeer zorgvuldig moet worden gebruikt. “Het moet niet zo zijn dat de match is gemaakt en de moord is opgelost. Er moeten voldoende aanvullende omstandigheden zijn om een overledene als dader te kunnen aanmerken. Bovendien moet het sporen betreffen die alleen door de dader op een plaats delict kunnen zijn achter gelaten“, aldus Heijsman.

De VVD staat “sympathiek' tegenover het idee, zo zegt Tweede-Kamerlid voor de VVD Frans Weekers in een reactie. Weekers pleitte al eerder voor een “forse verruiming“ van de mogelijkheden om DNA af te nemen bij verdachten. Hij is van plan het voorstel van Heijsman bij minister Donner van Justitie (CDA) “op tafel te leggen“.

Weekers ziet nog wel “haken en ogen“ aan een verruiming van de wetgeving. Zo is hij zich ervan bewust dat er een gevaar is dat een overledene makkelijker verdacht kan worden gemaakt van een misdrijf omdat deze zich niet meer kan verdedigen. Verder kan het voorstel van Heijsman mogelijk in strijd zijn met de Europese Rechten van de Mens, zo zegt Weekers.

“Natuurlijk moeten we een overledene niet meteen in het verdachtenbankje zetten.“ Maar Weekers noemt het een “kwestie van uitwerking“ zorgvuldig met deze bezwaren om te gaan.