De beste die er was

Annie Bos was de eerste grote ster uit de Nederlandse filmgeschiedenis en speelde in 49 zwijgende films. Bij haar dood in 1975 was ze door iedereen vergeten. Willeke van Ammelrooy speelt haar nu in het toneelstuk “Toen't licht verdween'.

Willeke van Ammelrooy als Annie Bos in 'Toen 't licht verdween' foto Sanne Peper Peper, Sanne

De oude mevrouw Loeff-Bos wilde haar verleden eigenlijk voorgoed laten rusten. “Hebben ze me weer gevonden?“ dacht ze geërgerd, toen in haar flatje in het bejaardentehuis St. Agnes in Voorburg de brief van de filmhistoricus arriveerde. “Kunnen ze me niet met rust laten?“ Maar een paar dagen later kwam er nog een brief, ditmaal geschreven door een oude kennis die een goed woordje voor de filmhistoricus kwam doen. “U moet het zo beschouwen dat u hier een goed werk mee doet“, aldus die tweede brief, “om mee te helpen voorgoed iets van een vergane tijd voor de historie vast te leggen.“ En toen besloot mevrouw Loeff de man dan toch maar te ontvangen. Ze kon altijd nog zien hoe veel ze hem zou vertellen.

“Ik ben maandagavond bij mevrouw Loeff-Bos geweest“, schreef Geoffrey Donaldson op 1 maart 1967 aan hun gemeenschappelijke kennis. “Vol trots kan ik wel zeggen, dat mijn bezoek een succes is geweest.“

Acht jaar lang zouden ze bevriend blijven, de uit Australië afkomstige filmhistoricus die overdag een kantoorbaantje had op de octrooi-afdeling van Unilever in Rotterdam, en de oude dame die steeds meer over vroeger begon te vertellen. Maar toen ze in 1975 stierf, op 88-jarige leeftijd, wist vrijwel niemand meer wie ze ooit was geweest. In slechts één regionale krant stond destijds een berichtje over het overlijden van Annie Bos, de eerste grote ster uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Alle andere media ontging het nieuws. Van de 49 films waarin ze speelde - zwijgende films waarin ze meestal de hoofdrol speelde - waren er nog maar een paar bewaard gebleven.

“Wat mij zo fascineert“, zegt Bart Oomen, “is dat er negentig jaar geleden dus een vrouw is geweest die al die films heeft gemaakt - zo veel dat geen enkele Nederlandse actrice haar dat ooit heeft nagedaan. En toch kent niemand haar meer. Zo vergankelijk is het dus.“

Oomen regisseert de voorstelling Toen 't licht verdween, waarin Willeke van Ammelrooy (47 films) de rol speelt van de bejaarde weduwe Loeff-Bos die zich door de visites van een niet bij naam genoemde historicus langzaam maar zeker weer Annie Bos gaat voelen. Het stuk is gebaseerd op haar correspondentie met Geoffrey Donaldson, die sinds 's mans dood (in 2002) in een kluis in het Filmmuseum ligt - een dikke map met tientallen kaartjes en briefjes, waarin Annie Bos allengs weer een diva wordt, die door Donaldson voortdurend met bloemen, flessen wijn, parfums en allerlei andere presentjes wordt verwend. De historicus die de vroegere filmster scènefoto's voorlegde in de hoop dat haar daardoor weer filmtitels en acteursnamen te binnen zouden schieten, werd een bewonderaar. Zelfs als hij met zijn vriend op vakantie was, vergat hij nooit haar een kaartje te sturen. “Wat hebt u mij weer verwend!“ schreef zij hem eens, na de zoveelste bloemenhulde. En, een andere keer: “Wat een verwennerij!“ Maar kritiekloos was ze niet. “Beste heer Donaldson“, schreef ze op 16 december 1974, vlak na haar 88ste verjaardag. “Ik probeer 't, maar helaas kan ik niet de minste belangstelling opbrengen voor het boek hetwelk u zo vriendelijk waart mij bij mijn verjaardag cadeau te geven. Zou er een mogelijkheid bestaan dit bij uw boekhandelaar in te ruilen?“

Die correspondentie was echter niet haar enige bron, zegt Céline Linssen. In haar tekst zijn tevens de sporen te vinden van haar voorbereidende gesprekken met Willeke van Ammelrooy. Zoals een passage over de manier waarop het publiek tegen een filmster aankijkt: “Ze zien je op dat witte doek, en dan denken ze dat ze je kennen. Maar weet u, soms kende ik mezelf niet eens terug. Dan keek ik naar die geweldige vrouw op het doek, en dan dacht ik: zo zou ik ook wel willen zijn. Terwijl ik het zelf was! Maar dat was ik niet. Zo was ik niet. Ik was eigenlijk heel gewoon. Een Hollandse boerenmeid. Maar je raakt jezelf kwijt, als je voor de film speelt. Dat grote witte doek, dat maakt een mens veel te groot. Veel te groot...“ Die zinnen gaan niet alleen over Annie Bos, aldus de schrijfster, die gaan ook over Willeke van Ammelrooy.

Glazen dak

Annie Bos was de ster van Filmfabriek Hollandia te Haarlem, een continu-bedrijf aan het Spaarne dat in tien jaar tijd (1912-1922) ruim tachtig drama's en komedies produceerde. Het was opgericht door Maurits Binger die echter tijdens kantooruren lang niet altijd aanwezig kon zijn; hij had ook nog een drukkersfirma die zijn aandacht vergde. De studio met glazen dak - opdat de opnamen in daglicht konden worden gemaakt - bevond zich in de tuin achter de drukkerij. Zijn acteurs en actrices waren toneelspelers die overdag wel een extraatje wilden verdienen door overdadig te gesticuleren voor de cameraman van Hollandia. Wie hen nu bezig ziet, kijkt naar figuren van bordkarton die met grootscheepse gebaren en vertrokken gezichten niets te raden overlaten over de emoties van hun personages. Maar er is er één die vaak iets waarachtigs liet zien - en dat was Annie Bos.

Ook zij kwam van het toneel. Ze speelde bij het Hollandsch Tooneelgezelschap van Abraham van Lier, in het Grand Théâtre in de Amstelstraat in Amsterdam. Verder dan een paar kittige dienstertjes- en nichtjesrolletjes was ze echter nog niet gekomen. In de kritieken heette ze “verdienstelijk' en één keer niet meer dan “mooi gekleed'. De grote jongevrouwenrollen werden in die dagen nu eenmaal vertolkt door actrices van matrone-formaat die door de jaren heen hoog in de hiërarchie van het gezelschap waren beland. Maurits Binger begreep echter dat het medium film andere eisen stelde: een jonge vrouw moest echt jong zijn, anders zou de camera niet in haar kunnen geloven. Annie Bos was 26, toen ze in 1913 in De levende ladder haar eerste hoofdrol speelde. Ze werd daarin uit een brandende molen gered door een groep acrobaten die gezamenlijk de levende ladder uit de titel vormden.

En al snel werd ze Bingers favoriete actrice. Wat hij vooral in haar leek te waarderen, was de manier waarop ze zich met huid en haar aan haar werk overleverde. “Zij staat voor niets“, schreef hij in zijn memoires, “zij het op een vurig ros, op de woeste baren der zee, in een felle brand of aan de wieken van een molen, zij voelt zich overal op haar gemak en kent minder vrees dan de verantwoordelijke regisseur, die steeds dankbaar is als het voorbij is...“

Maar met haar spelopvattingen was hij het lang niet altijd eens. Binger wilde haar zien acteren - daar betaalde hij voor. Geregeld wenste hij ook dramatische huilbuien te zien. En als zij die niet paraat had, liet hij haar een paar seconden naar de felle lampen op de filmset kijken, dan kwamen de tranen vanzelf. “Draaien maar“, riep de regisseur dan. Drie keer was ze sneeuwblind geworden, zei ze tegen Geoffrey Donaldson. Tot op hoge leeftijd droeg ze een bril met donkere glazen.

Zelf streefde Annie Bos daarentegen naar een naturel-stijl die destijds nog tamelijk ongebruikelijk was. Zie bijvoorbeeld de scène uit het kassucces Het geheim van Delft (1917) waarin ze een noodlottig telegram te lezen krijgt. Even lijkt de heldin, volgens de mode van die dagen, door een appelflauwte te worden bevangen - dat moet een tegemoetkoming aan Binger zijn geweest. Meteen daarna vermant ze zich echter, staat op, brengt met een snel handgebaar haar korte polkakapsel op orde en trekt vastbesloten haar jas aan. Dit is geen zwak wezentje dat voortdurend met vlugzout uit haar katzwijm moet worden bijgebracht, dit is een vrouw die het lot in haar eigen handen gaat nemen.

In tegenstelling tot haar tegenspelers in al die films, stond Annie Bos sinds haar Hollandia-debuut zelden meer op het toneel. De film was haar ernst geworden. Toen het damesblad Zij in 1919 ietwat hovaardig vaststelde dat het serieuze toneel natuurlijk altijd een veel grotere kunst zou zijn dan de fabrieksmatig geproduceerde film die “slechts in ver verband met de kunst staat', schreef ze een ingezonden brief die zich laat lezen als een beginselverklaring: “Mijn vaste overtuiging is dat filmspel een grote kunst is, een kunst welke je dienen moet met hart en ziel, wil je er wat in bereiken, en veel moeilijker kunst dan toneelspelen; een filmspeelster moet elk gevoel, elke gewaarwording zonder enige hulp uit zichzelf opdiepen, terwijl een toneelspeelster (speler) de grote hulp van 't woord heeft, maar de plastiek en mimiek zo dikwijls te kort schieten.“ Om te eindigen met een fiere slotzin: “Filmspel is een grote mooie kunst en gaat volgens mijn mening een grote toekomst, veel volmaakter nog, tegemoet.“

Concurrentie

Veel langer zou haar eigen filmcarrière echter niet meer duren. Nadat de Eerste Wereldoorlog voorbij was, werd de Nederlandse bioscoopmarkt overstroomd met buitenlandse producties. De films van Hollandia konden tegen die concurrentie niet op. Binger zocht zijn heil in coproducties met een Brits filmbedrijf en ging society-drama's maken waarin de meeste rollen werden gespeeld door Engelse acteurs en actrices. Annie Bos paste daar niet meer bij; toen ze zich eens vertoonde aan de Engelse regisseur, zei deze hoofdschuddend: “Too old, too old...“ Ze was toen 33.

Vier jaar later verdween de vrouw die op haar filmsterrenfoto's “de Hollandsche filmdiva' heette, en op een gouden medaille van de Amsterdamse gemeenteraad werd aangeduid als “Hollands beroemdste filmactrice', uit de schijnwerpers. Ze trouwde met de Haarlemse notaris Loeff, telg uit een conservatief milieu dat niets moest hebben van het wufte artiestenleven. Nadat ze ruim tien jaar lang de beroemde Annie Bos was geweest, zou ze vijftig jaar lang mevrouw Loeff blijven. Of ze ooit nog heeft terugverlangd naar haar vroegere wereld, weet niemand. Geoffrey Donaldson noteerde na hun eerste ontmoeting: “Ik geloof niet dat mevrouw Loeff ooit spijt heeft gehad van haar keuze van man en huwelijk.“ Maar waarop hij die observatie baseerde, schreef hij er niet bij.

Wat nog van haar rest, zijn de films. Althans: het handjevol - een stuk of zeven, plus een paar losse fragmenten - dat bewaard is gebleven. “En als je die bekijkt“, zegt Céline Linssen die het script voor de theatervoorstelling schreef, “is het alsof je opeens iemand van nu ziet tussen allemaal mensen van lang geleden die nog naar stof ruiken. Zij is de levende vrouw tussen al die doden. Ze kon je vriendin of je moeder zijn. Dat is voor mij het bijzondere aan haar - we weten niet eens hoe ze sprak, hoe haar stem klonk, maar je kunt aan alles zien dat ze haar vak beheerste, dat ze precies wist wat ze deed en alles onder controle had. Het is niet zomaar een loze kreet; Annie Bos is echt de beste die er was.“

Toen 't licht verdween, genoemd naar een filmdrama uit 1918, is bedacht door regisseur Bart Oomen en dramaturg Stefan Ram, die ook al eerder theatervoorstellingen voor het Filmmuseum hebben geproduceerd. “Deze keer wilden we iets over Annie Bos maken“, aldus Oomen. “We wisten alleen niet wat dat dan moest worden. In het begin hebben we nog een beetje balorig geroepen: Annie Bos de musical! Maar toen kregen we een artikel onder ogen dat Geoffrey Donaldson na haar dood over haar heeft geschreven in het filmblad Skrien. Daar stond een fotootje bij van een oud vrouwtje met een zonnebril op. Toen wisten we het: dit was de vrouw die in onze voorstelling terugkijkt op haar verleden als filmster - met een kakafonie van stemmen en filmfragmenten, die je als publiek te horen en te zien krijgt, maar die zich in feite in haar hoofd afspeelt. En toen wisten we ook, dat onze Annie Bos moest worden gespeeld door een filmster van nu.“

Willeke van Ammelrooy heeft, zegt ze, zonder veel aarzelen ja gezegd. Ondanks het feit dat ze - net als Annie Bos - in geen jaren meer op het toneel heeft gestaan: “Ik heb de techniek wel geleerd, maar ik heb niet de ervaring. Wat dat betreft heb ik mezelf nu in koud water gegooid. Het is een heel onzekere onderneming. Maar ik ben vastbesloten: ik zál het leuk krijgen in deze voorstelling. Sinds ik deze rol heb aangenomen, kwamen er nog een paar mooie filmaanbiedingen uit Amerika en Engeland. Nou, jammer dan. Ik heb intussen geleerd dat de dingen die je zelf kiest, de belangrijkste zijn.“

Ze vertelt dat ze veel in haar grote voorgangster herkent: “Annie Bos was heel erg bezig met de kunst van het acteren; ze is zelfs eens van plan geweest om acteerlessen voor filmspelers te gaan geven. Terwijl ik zelf bezig ben met het opzetten van workshops voor filmacteren. En wat ik óók herken, is het moment waarop haar wordt meegedeeld dat ze te oud is. Na elke film ben je een prul, dan word je weggegooid. Je bent alleen nog maar nodig als er nog een extra shot moet worden gemaakt. Verder hebben ze je niet meer nodig. Ik heb al op mijn dertigste van een Amerikaanse producent te horen gekregen dat ik nog maar vijf jaar de tijd had om internationaal iets te betekenen - anders was het te laat. Des te zoeter was mijn wraak toen we vele jaren een Oscar kregen voor Antonia, waarin ik de oudere vrouw speelde.“ Maar dat een actrice haar vak moet opgeven omdat ze met een notaris trouwt - dat zou nu toch niet meer voorkomen? Willeke van Ammelrooy ontplooit een glimlachje en zegt: “Nou... dat zou ik nog niet zo zeker weten. In de tijd met Pim de la Parra en Wim Verstappen heb ik zelf ook iets met een notaris gehad. Hij werkte nota bene voor de filmwereld, maar hij had er toch moeite mee die affiches te zien waar ik op stond. Dat maakte hem jaloers. Ik bedoel maar: zo veel is er niet veranderd.“

“Toen 't licht verdween', een coproductie van het Filmmuseum in Amsterdam en de Toneelschuur in Haarlem, gaat op 7/1 in première. Tournee t/m 4/2. Inl. 023-5173900, www.toneelschuur.nl

    • Henk van Gelder