Bronnetje, citaatje en hangen met die bal

Schrijven over de lamentabele staat van ons onderwijs: het is heden ten dage scoren voor journalisten in Nederland. Lezers van NRC Handelsblad, en dus veel ouders van schoolgaande kinderen, verwerken een niet aflatende reeks artikelen met een vaak negatieve teneur.

De publieke opinie baseert zich op deze artikelen, waarna deze opinie andere auteurs inspireert, freelancers wellicht, die hun “nieuws' willen verkopen en hier een markt voor hun product zien. Zie hier de geboorte van een vicieuze nieuwscirkel.

Daarbij spreekt onderwijs net als voetbal bijna tot ieders verbeelding. Persoonlijke ervaring, eigen schoolgaande kinderen, we weten allemaal hoe het gaat op school en weten nog beter hoe het zou moeten gaan.

Leraren als uitvoerders van de publieke opinie: sluit de kinderen op in klaslokalen van 8.30 tot 16 uur, zet onverwoestbare leraren voor de klas die hen urenlang kunnen boeien met de grote verhalen van onze vaderlandse helden, leer de kinderen normen en waarden, breng ze bij wat wij ze zelf niet kunnen bijbrengen.

Voorts eisen wij een passe-partout voor ons kind als het te laat komt, naar de “ortho' moet, enkele dagen eerder met ons mee op skivakantie gaat of wat later uit zuidelijke streken terugkeert. Ik ben niet volledig.

Het is doorgaans onverstandig te reageren op slechte journalistiek. De humeurigheid van bovenstaande inleiding bewijst het al. En wellicht is lesuitval wel de minst geschikte trigger om het onderwijs te willen verdedigen, maar waar moet het heen als zelfs deze krant zijn voorpagina openstelt voor koppen als “Rondhangen als de leraar vergadert, geleuter zorgt voor uitval van lessen' (22 december) en zijn hoofdcommentaarschrijver bereid vindt te beweren: “Onderwijs heeft per definitie voorrang boven vergaderen“ (21 december). Ik moet wel reageren.

Ik ben docent oude talen en decaan havo/vwo. Na een twaalfjarig dienstverband in de verpleging heb ik gekozen voor het onderwijs. Het is vormend en dankbaar te werken met mensen die door ziekte getroffen zijn. Het is ook vormend en dankbaar te werken met jonge mensen die moeten leren wat zij als student nodig hebben in het vervolgonderwijs en als mens in hun verdere leven.

Leraarschap is een prachtige baan. Veel, heel veel leraren in Nederland zetten zich met hart en ziel voor hun leerlingen in, povere arbeidsvoorwaarden en armoedige publieke arbeidsomstandigheden ten spijt.

Veel scholen zouden de norm van duizend uur les per jaar niet halen. Jaus Müller (voorpagina 22 december) ondersteunt dit nieuwsfeit met de ervaringen van ene Nathalie Wouters, vwo-6 leerlinge van het Corderius College in Amersfoort. Ik kan me voorstellen dat Nathalie als vwo-zesser achteraf niet blij is met haar rol als kroongetuige in dit artikel. Zij gaat namelijk in de stad hangen omdat ze al vrij is.

Hoe laat het is, vermeldt het artikel niet. Ze moet haar rapport nog ophalen en verder is er een activiteitenweek. (Daar hoeft Nathalie niet te zijn?)

Echt serieus les wordt er niet meer gegeven. Vandaag zijn er nog twee lesuurtjes, morgen Jaus Müller weet uit een ander onderzoek dat 31 procent van de leraren meent dat lesuitval wordt veroorzaakt door studiedagen en het vele vergaderen. Klopt het dat 69 procent vindt van niet?

Zijn er wellicht naast meningen ook feíten die lesuitval verklaren? Of doen die feiten hier helemaal niet er zake? Het geeft immers niet hoe de bal in het net komt. Als 'ie er maar in komt.

Heel veel scholen hebben in de week voor kerst door middel van “activiteitendagen' hun uiterste best gedaan om iets van een kerstviering te maken. Kerst vormt voor onderwijs een culturele uitdaging van jewelste, zij het dat er even geen woordjes worden geleerd. Ik weet ook heel zeker dat de overgrote meerderheid van scholen haar best doet om binnen de reguliere werktijden zoveel mogelijk les te geven.

Wie met de hoofdartikelenschrijver van NRC Handelsblad (21 december) beweert dat scholen opzettelijk “marchanderen“ met die lestijd, moet dat onderbouwen. Bovendien behoeft de bewering dat “scholen de 1000 uur les per jaar niet halen, dus/want de leraren vergaderen te veel, dus/want ze houden te veel studiedagen, dus/want scholen lijden aan gemakszucht en maken zich daar met slappe excuses van af', als enige argumentatie.

Die stap overslaan leest beter maar is demagogisch en dat mag, maar maak dan duidelijk wat het doel van je bewering is. Als dat is: collectief jeremiëren dat scholen het opzettelijk slecht doen, dat leraren liever vergaderen en dat vergaderen per definitie onzin is als je les kunt geven, dat leerlingen en ouders het slachtoffer hiervan zijn, prima, dat is eerlijk.

Als het echter het doel is fundamenteel informatie uit te wisselen en op grond daarvan standpunten te toetsen, dan zou een journalist zich wat beter moeten verdiepen in de materie.

Want, beste journalisten, wat bespreken leraren eigenlijk tijdens die vergaderingen en studiedagen? In welke relatie staat wat zij bespreken met het lesgeven aan hun leerlingen? Wat is volgens u wel en geen onderwijstijd? Weet u hoe de minister aan duizend uur komt? Hoeveel les moet een fulltime leraar geven? Hoeveel geld krijgen scholen voor vervanging van zieke collega's? Is meer onderwijstijd evenredig aan betere resultaten?

De kritische journalist uithangen is zo makkelijk. Bronnetje, citaatje en hangen met die bal.

Scholen staan midden in de informatierevolutie en zijn een tijdelijk “thuis' voor alle jonge mensen. De tijd verandert razendsnel, de jeugd ook.

Het is de taak en de verantwoordelijkheid van scholen telkens nieuwe kinderen oude én nieuwe kennis bij te brengen en daar de vormen bij te vinden die “werken'. Leermiddelen, exameneisen, leraren rennen achter de ontwikkelingen aan.

Misschien moeten we vaststellen dat leraren meer tijd nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen en geen lesboeren zijn die hun uurtjes draaien. Wat leraren zeker nodig hebben is een beetje publieke steun.

Eert uw leraren, beste journalisten, en sla als u een betoog schrijft uw hoofdstuk “Argumenteren' er nog eens op na.

www.nrc.nl/opinie- Hoofdartikel “Naar meer lesuren'- Artikel Jaus Müller “Rondhangen als de leraar vergadert; “geleuter zorgt voor uitval van lessen'

Marijn Backer is werkzaam aan de Werkplaats Kindergemeenschap te Bilthoven.

    • Marijn Backer