Brieven Rudi Fuchs in het Rijksmuseum

Geef mij een groep van twintig allochtonen en ik kan ze vertellen en overtuigen van de schoonheid van Het joodse bruidje“, schreef Rudi Fuchs onlangs. NRC Handelsblad vroeg Fuchs - oud-directeur van het Stedelijk Museum en schrijver van een dit jaar te verschijnen essaybundel over Rembrandt - het te proberen.

In het Cultureel Supplement van 23 december stond een verslag van de les die Fuchs in het Rijksmuseum gaf aan een klas vmbo-leerlingen. Het was hem niet meegevallen, zei hij achteraf: één meisje had hij kunnen overtuigen.

Hier reacties van lezers.

20-12-2005, AMSTERDAM. RUDI FUCHS IN RIJKSMUSEUM MET VMBO LEERLINGEN. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Fuchs en Rembrandt (1)

Het was de moeite van het proberen waard, maar iedereen die aan jongeren les heeft gegeven en met ze door de musea is gegaan, weet dat slechts een zeer klein deel van hen ontvankelijk is voor de stille beelden in de musea, zowel “oud' als “moderner'. Allochtoon of niet, maakt niet uit. Ik was in de jaren vijftig ook de enige van mijn tweede klas middelbare school die, na een begeleide les, op eigen benen frequent het Boijmans bleef bezoeken. Vanwaar toch die paniek dat het bezoek aan onze kunsttempels terug zal lopen? Er komen steeds nieuwe ouderen aan en de minderheid van jongeren die wel het licht ziet, zal ook blijven. Niet de musea naar de jongeren brengen, maar de jongeren naar de musea. Met goede begeleiders. Alstublieft geen interactieve Rembrandt- en Vermeerzalen. En geen Bob Ross in het museum. Moslims mogen de menselijke gestalte niet afbeelden. Maar een groot speciaal museum met alle schitterende Midden-Oosten-kunst zou ook voor ons een verrijking zijn. Bouw of verbouw iets voor een Arabische kunsttempel. Daar is een enorme rijkdom aan beelden bijeen te zetten uit wat nu in onze musea vaak verborgen bezit is. Tegels, reliëfs, tapijten, boekversieringen, architectuur. Musea zijn tempels. Laat de onze onaangetast blijven en bouw er een nieuwe tempel bij. In het Land van vele Goden mogen veel musea zijn.

C. HESSELS, kunstenaar, oud-lerares M.O.Tekenen

Fuchs en Rembrandt (2)

Waarom moet een groep jongeren als allochtonen benaderd en aangesproken worden? En is het wel zo dat allochtonen in het algemeen minder belangstelling hebben voor cultuur en musea dan autochtone jongeren? Volgens mij is het veel meer een kwestie van sociaal-zwak zijn of niet. Ik ben twee keer met drie Marokkaanse kinderen tussen de zes en dertien jaar naar het Nemo en het Scheepvaartmuseum in Amsterdam geweest. Ik was verbaasd over de belangstelling en het inlevingsvermogen van deze kinderen. Het Scheepvaartmuseum toonde de tijd van de Nederlandse zeeslagen, en dit waren zeker geen stoffige zalen voor hen. Ik zou me zo gestigmatiseerd voelen als allochtoon als ik zou lezen dat ik weinig belangstelling zou hebben voor musea, volgens de media. En de autochtone jongeren hebben zeker geen last van cultuurgemis. Kan Fuchs een volgende keer zijn (on)gelijk halen door een doorsnee groep jongeren te informeren?

Trudie Temming, Amsterdam

Fuchs en Rembrandt (3)

Levendig herinner ik me de museumlessen op de lagere school in Amsterdam. Vijf keer naar het Rijksmuseum en vijf keer naar het Stedelijk. In alle musea in de Verenigde Staten kom je de schoolklassen tegen, zittend op de grond en ademloos luisterend als de gids op allerlei details wijst en de bekende vraag stelt: wat wil de schilder hiermee zeggen? Waarom kan dat in Nederland niet? Ik heb het als voorzitter van een school wel eens geprobeerd bij ons plaatselijk museum. Nee, daar konden ze niet aan beginnen, was het antwoord. Geen tijd. Althans, dat zeiden ze. Rudi Fuchs beschrijft in Cultureel Supplement van 23 december hoe leuk het kan zijn. Maar er is toch geen enkele reden waarom musea dat niet standaard kunnen aanbieden? Zo kweek je toekomstige klanten.

Frans Kok, Delft