Beroerte Sharon is grote ramp voor Isräel

Ariel Sharon heeft Israël de enige rationele strategische uitweg gewezen, betoogt Charles Krauthammer. Maar helaas was hij pas halverwege en heeft hij geen opvolger nagelaten.

De beroerte die premier Ariel Sharon van Israël heeft getroffen, zou wel eens een van de grote rampen kunnen blijken uit de 60-jarige geschiedenis van het land. Door de ernst van Sharons beroerte is het onwaarschijnlijk dat hij zal blijven leven, laat staan nog aan de macht zal kunnen blijven. Dat kan wel eens rampzalig zijn, omdat Sharon de opkomst vertegenwoordigde - of zelfs de belichaming was - van een rationele, vooruitziende nationale gedachte die bij de aanstaande verkiezingen voor het eerst in tientallen jaren leek te gaan leiden tot een stabiel politiek bestuurscentrum.

Een generatie lang had de Israëlische politiek twee alternatieven te bieden. Links zei: we moeten vrede sluiten met de Palestijnen. Rechts zei: er is niemand om mee te praten, want ze wíllen geen vrede; ze willen ons vernietigen, dus blijven we in de bezette gebieden en proberen hen in Israël te integreren.

Links kreeg zijn kans met de vredesakkoorden van Oslo uit 1993. Deze bleken boerenbedrog. De PLO greep de Israëlische concessies aan om te komen tot de vorming van een bewapend en militant Palestijns terreurapparaat in het hart van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Het Israëlische aanbod van een uiterst grootmoedige vrede, in de zomer van 2000 in Camp David, werd beantwoord met een gewelddadige terreurcampagne, de tweede intifada, die duizend joden het leven kostte.

Daarmee was links in diskrediet geraakt en wendde Israël zich naar rechts, met de verkiezing van Sharon in 2001. Maar het rechtse idee om onbeperkt aan de bezette gebieden vast te houden was onhoudbaar. Het bestuur over een jonge, geradicaliseerde, groeiende Arabische bevolking met een hang naar Palestijnse onafhankelijkheid was niet alleen te kostbaar maar uiteindelijk ook zinloos.

Het vernuftige van Sharon was dat hij een derde weg zag en deze ook insloeg. Nu een vredesakkoord een illusie was en Groot-Israël een onmogelijkheid, was zijn stelling dat de enige weg naar veiligheid een eenzijdige vaststelling van de Israëlische grens was, door een hek om een nieuw Israël te bouwen en de Israëlische soldaten en kolonisten van de andere kant terug te trekken. Die andere kant zou het onafhankelijke Palestina worden.

Dus trok Sharon Israël geheel terug uit Gaza. Aan het andere front, de Westelijke Jordaanoever, zal het afscheidingshek dat nu in aanbouw is, het nieuwe Palestina zo'n 93 procent van de Westelijke Jordaanoever geven. De 7 procent van Israël zal een ruime meerderheid omvatten van de Israëliërs die daar nu wonen. De rest, dat begrijpt iedereen, zal naar Israël moeten terugkeren.

Het succes van deze strategie - hek plus eenzijdige terugtrekking - is eenvoudig te zien aan het inzakken van de intifada. De Palestijnse terreuraanslagen zijn met 90 procent afgenomen. De Israëlische economie is opgeleefd. In 2005 groeide deze in het hoogste tempo van alle westerse landen. De toeristen zijn terug en het land heeft zijn vertrouwen herwonnen. Sharons idee van een kleiner maar veilig en demografisch joods Israël heeft brede steun onder het volk gevonden en de oude partijen van links en rechts in de marge gedrukt. Hij stond op het rand van een electoraal succes dat zou leiden tot een nieuw politiek centrum waarmee deze strategie kon worden voortgezet.

Het probleem is dat het instrument voor dit centrisme van Sharon, zijn nieuwe Kadima-partij, nog maar een paar weken oud is, geen organisatorische structuur heeft en enorm afhankelijk is van Sharons charisma en vertrouwen onder de bevolking.

Natuurlijk is Kadima geen eenmanspartij. Ze trok onmiddellijk grote aantallen overlopers van de oude linkse en rechtse partijen (de Arbeidspartij en Likud), onder wie ook leden van kabinet en parlement. Ze zal niet meteen ineenstorten. Maar als Sharon van het toneel verdwijnt, zal dit de partij bij de verkiezingen in maart verzwakken en haar toekomst in gevaar brengen. Sharon had tijd nodig, misschien maar een jaar of twee, om het land als leider van Kadima te besturen, de partij organisatorisch te laten wortelen en een nieuwe generatie leiders klaar te stomen om het na hem over te nemen.

Dit zal niet meer gebeuren. Er is niemand in het land, laat staan in zijn partij, met zijn prestige en aanzien. Ehud Olmert, zijn vice-premier die nu voor hem waarneemt, heeft veel minder kans op het soort verkiezingszege dat tot een stabiele regeringsmeerderheid zou leiden.

Kadima vertegenwoordigt een gedachte waarvoor de tijd is aangebroken. Maar niet alle gedachten waarvoor de tijd is aangebroken, worden ook verwezenlijkt. Ze vergen historische figuren van vlees en bloed om ze uit te voeren. Sharon was een historische figuur van een enorm omvang, die diende in elke oorlog die Israël voerde vanaf zijn oprichting in 1948, die Israël bijna in zijn eentje redde met zijn gewaagde oversteek van het Suez-kanaal in de Jom Kippoer-oorlog van 1973, en nu de politieke links-rechtsimpasse had doorbroken waardoor Israël verstoken bleef van strategische ideeën om in de wereld na Oslo zijn koers te vinden.

Sharon heeft Israël de enige rationele strategische uitweg gewezen. Maar helaas was hij pas halverwege met zijn land toen hij zelf werd weggenomen. En hij heeft, anders dan indertijd Mozes, geen Jozua nagelaten.

Charles Krauthammer is columnist. © Washington Post Writers Group

    • Charles Krauthammer