Zomaar een beetje surfen kan niet

Op het Amadeus Lyceum in Leidsche Rijn bij Utrecht hebben alle leerlingen een laptop met draadloos internet. Opdrachten komen binnen via de “elektronische leeromgeving'. “Als je iets af hebt, stuur je een e-mail.“

Amadeus lyceum Utrecht. 20-12-05 © Foto Merlin Daleman leerlingen allochtonen marokkanen Daleman, Merlin

Vinex-wijken zijn een paradijs voor onderwijsvernieuwers. Leidsche Rijn bij Utrecht heeft drie nieuwe middelbare scholen, alledrie willen ze meer bieden dan “leren' alleen en leggen ze op hun websites uit welke nieuwe onderwijsvormen ze gebruiken. Op het Amadeus Lyceum gebeurt dit onder het motto: Leren als levenskunst. Kunst en cultuur heten hét voertuig voor leren. De school is in september 2004 begonnen en heeft alleen nog eerste en tweede klassen. Vmbo(tl)-, havo- en vwo-leerlingen zitten per leerjaar allemaal bij elkaar in één grote ruimte, het domein.

In het domein van de eersteklassers zijn zo'n 60 leerlingen aan het werk, allemaal op een eigen laptop. Twee leraren houden toezicht. Er is geroezemoes, net geen rumoer.

Faissal (14, havo/vwo) is bezig met Engels. Zijn buurman Peshang (12, ook havo/vwo), maakt een opdracht voor het leergebied mens en natuur, een combinatie van de bètavakken plus techniek en verzorging. “Je hoeft niet allemaal hetzelfde te doen“, zegt Peshang. “Je mag zelf kiezen.“ Hij laat de planner van die week op zijn laptop zien, een vrolijk gekleurd rooster waarop hij heeft ingevuld op welk uur hij waaraan wil werken. “Ik maak deze planner zelf“, legt hij uit. “Je kijkt in de elo (elektronische leeromgeving, red.) wat je die week af moet hebben en dat verdeel je dan over de dagen.“ De gekleurde vakken zijn al ingevuld door de school. Blauw voor een wiskundetoets, geel voor een activiteit in groepjes, rood voor gymnastiek.

Faissal maakt geen weekplanning. “Ik kan dat niet zo goed. Ik begin gewoon bovenaan.“ Dat is niet erg hoor, zegt Peshang geruststellend. “Je moet het uitleggen aan je leraar.“ Dat heeft Faissal al gedaan, hij hoeft nu niet elke week “met die vrouw“ te praten. “Ik leer het later wel.“

Peshang en Faissal vinden het leuk op het Amadeus, een oecumenische school: rooms-katholiek en protestants. Peshang woont een eind weg, maar dat reizen heeft hij er graag voor over. “Ik hoorde van mijn zus altijd standaarddingen over school, dat heb je hier helemaal niet.“ Ze vinden het niet moeilijk om aan het werk te blijven. “Je kan hier natuurlijk wel stiekem iets anders doen maar dan krijg je je werk niet af.“ En gamen of maar een beetje surfen op internet? “Kan niet“, zegt Faissal. Alle laptops hebben draadloos internet, maar sites waar de leerlingen niks te zoeken hebben, zijn geblokt. Faissal typt het adres van een gamesite in: access denied.

Nick Carbo, stagiair van de systeembeheerder, legt uit dat hij op de centrale computer kan zien wat de leerlingen doen. “Je kan niet de hele tijd alles in de gaten houden, maar aan de eind van de dag controleren we het in ieder geval“, zegt hij. Dan gaan de laptops in de elektronische kast om opgeladen te worden en wordt al het werk van de leerlingen centraal opgeslagen. Een leerling die langs slinkse wegen toch “verkeerde' sites bezocht blijkt te hebben, wordt ter verantwoording geroepen. Dat gebeurt misschien ook wel met Laila (12) en Irma (12), die zo op het oog hard aan het werk zijn. “We zitten steeds met elkaar te mailen“, lacht Irma. Ze zitten vlak naast elkaar maar het is “leuker dan kletsen. Het mag niet, maar ze zien het toch niet.“

“Wij bieden alle leerstof aan in de vorm van projecten rond thema's“, vertelt leraar Frans van der Leeuw. Hij is begeleider van een brugklasgroep en “expert' voor het leergebied mens en maatschappij. Dit jaar is het thema “wonderkind' en de afgelopen maanden hebben de leerlingen van alles gemaakt rond het deelthema “wensen en dromen'. “Alle leergebieden leveren er opdrachten voor.“

Van der Leeuw laat op de computer van een leerling een opdracht voor zijn eigen leergebied zien: maak een godenkalender. Er komt geschiedenis (Romeinen) bij te pas en kunst. “De leerlingen moeten bij elke maand een “geschikte' god uitkiezen en beschrijven en daar een bestaand, passend kunstwerk bij kiezen.“ De kalender die de leerlingen maken, wordt op die manier zelf ook een soort kunstwerk. Het Amadeus Lyceum is niet voor niets een school waar leerlingen volgens de schoolgids “de verhalende krachten van ons culturele erfgoed en de waarden van christelijke religie en uitingen van kunst als culturele boodschapper van de moderne multiculturele samenleving' leren ontdekken.

Boeken hoeven de leerlingen niet aan te schaffen. Er zijn wel methodes aanwezig, maar alleen om informatie in op te zoeken. “De opdrachten maken we zelf“, zegt Van der Leeuw. Heel veel werk, geeft hij toe. De leerlingen werken er individueel aan maar “er zijn ook groepsopdrachten“. “Nieuwe stof uitleggen gebeurt ook meestal in groepjes, want het komt eigenlijk nooit voor dat een hele groep instructie nodig heeft.“

Stephan (13, vwo) laat de weekbrief zien die elke maandag online te vinden is. “Goedemorgen allemaal' staat erboven. “Hier vind je van alle leergebieden wat je moet doen“, legt hij uit. “Na zes weken moet je alles af hebben en elke week is er een advies.“ En wat doe je als je iets af hebt? “Dat teken je af op je opdrachtkaart. Dan weet de leraar dat hij het kan nakijken. Soms stuur je een e-mail. Of je krijgt er een, met je cijfer.“

“Onze drive is een omgeving te creëren waar kinderen willen leren“, zegt directeur Jeanine Vlastuin. Zij is ervan overtuigd dat kinderen “niet alleen onder dwang maar ook van binnenuit“ willen leren. Op open dagen is dat ook de boodschap. “Wij zeggen tegen kinderen die komen kijken: er wordt hier veel van je verwacht. We gaan je niet voortdurend aan het handje houden.“ Ze hoeven die zelfstandigheid niet meteen al aan te kunnen, maar er wordt uitdrukkelijk naartoe gewerkt.

Stephan heeft niet vaak hulp nodig. “Er staat altijd bij waar je informatie kunt opzoeken“, legt hij uit. Een klik op zo'n aanrader brengt hem bijvoorbeeld op de website van Wikipedia. “En als je het echt niet snapt, kun je het vragen aan de leraren.“

Psst, fluistert een meisje tegenover Stephan. Ze houdt haar hand opgestoken. Stephan steekt de zijne onmiddellijk ook op. Het wordt stil in het lokaal. De leraar vraagt of het zo mag blijven. “Als je ziet dat hij zijn hand opsteekt, moet je dat meteen ook doen“, vertelt Stephan. “Dan weet hij dat je het hebt gezien. Het hoeft niet altijd stiller te worden. Soms wil hij alleen iets zeggen.“

Leraar Van der Leeuw: “Je moet bevlogen zijn om hier te willen werken. Als ik eerlijk ben: het is buffelen. Je bent constant bezig. Het blijven kinderen, dus je moet de hele tijd brandjes blussen. Maar het contact met de leerlingen is veel meer samen, dat is het leuke ervan. In het traditionele onderwijs stond je toch altijd boven de leerlingen en moest je hen eronder houden.“

Stephan heeft nooit last van onrust. “Ik zit altijd in het domein. Het is gezelliger en je kan samenwerken.“ Maar rustig in je eentje werken kan ook. In een van de stiltelokalen zijn drie jongens aan het Photoshoppen. Ze hebben zichzelf gefotografeerd voor de opdracht een cd-cover te ontwerpen. In de elo stond: vorm hiervoor een groepje. Maar stel nou dat je geen groepje vindt? “Dan zet de begeleider je ergens bij“, legt Bart (13, havo/vwo) uit. Het kan dus ook gebeuren dat je iemand bij je groepje krijgt die je niet zo ziet zitten? “Ja, maar meestal accepteren we dat wel“, zegt Bart.

In het muzieklokaal zijn zeven leerlingen ritmes aan het oefenen. Het moet iets worden waar een ander groepje straks op kan dansen. Ze zijn enthousiast begonnen, maar door gebrek aan vaardigheid op de instrumenten een beetje vastgelopen. Gelukkig komt net de leraar binnen. Hij luistert naar wat ze hebben. Dan zegt hij: “Er zitten goede dingen in. Maar jullie beginnen allemaal op de eerste tel. Dat kan ook anders. Als jij nou eens op de 1 begint, en jij antwoordt.“ Hij doet het voor. “Je luistert gewoon: is er nog ergens een plekje voor mij om in te springen.“ Het klinkt als het motto van de school.

Dit is het derde deel van een serie over “het nieuwe leren'. De serie is na te lezen op www.nrc.nl/nieuweleren