Wel of niet van Mozart?

Er wordt heel wat gesleept met schedels en botten van beroemde doden. Zondag wordt op de Oostenrijkse tv onthuld of de in 1902 door het Mozarteum verworven schedel aan Mozart toebehoort.

Picture taken 20 december 2005 shows a statue of Austrian musician Wolfgang Amadeus Mozart in Salzburg, Austria. The city will celebrate from 01 January 2006 the 250th anniversary of the music genius' birth, but so far there is little evidence of that on the streets. AFP PHOTO/STR Standbeeld van Wolfgang Amadeus Mozart in Salzburg (Foto AFP AFP

Zondag moet duidelijk worden of de “Mozartschedel' in het Mozarteum in Salzburg ook echt van Mozart is. De Oostenrijkse televisie zendt dan een documentaire uit naar aanleiding van Mozarts tweehonderdvijftigste geboortedag op 27 januari. Daarin wordt het resultaat onthuld van een vorig jaar uitgevoerd DNA-onderzoek in Innsbruck. Volgens de patholoog dr. Walther Parson heeft dat onderzoek een duidelijk resultaat opgeleverd, “voor honderd procent geverifieerd door een Amerikaans legerlaboratorium“. Maar Parson wil er verder nog niets over kwijt.

De schedel is sinds 1902 in het bezit van de Internationale Stichting Mozarteum in Salzburg. Hij zou afkomstig zijn uit een gezamenlijk graf op de begraafplaats St. Marx in Wenen, waar Mozart na zijn dood op 5 december 1791 werd begraven. Dat gebeurde zonder aanwezigheid van familie of vrienden en later kon de exacte plaats niet meer worden vastgesteld. Bij de ruiming van een graf waarvan men in het midden van de negentiende eeuw dacht dat Mozart daar begraven moest zijn, werd een schedel gevonden die werd aangewezen als die van Mozart. Op de plaats van dat graf staat nu een monument: een afgeknotte zuil op een sokkel met daarvoor een treurend engeltje.

De schedel, waarvan de onderkaak ontbreekt, is al vaker onderzocht, maar zonder onbetwistbaar resultaat. De Salzburgse paleontoloog prof. Gottfried Tichy stelde aan de vooravond van de herdenking van Mozarts tweehonderdste sterfdag in 1991 vast dat niets erop duidde dat de schedel niet van Mozart zou kunnen zijn. De vorm van de schedel komt overeen met de schilderijen van Mozart.

Vergelijkend DNA-onderzoek was toen niet mogelijk omdat de haren die nog van Mozart bestaan zijn afgeknipt, waardoor de haarzakjes ontbreken. Nu is DNA-materiaal van de schedel vergeleken met dijbeenderen van Mozarts grootmoeder van moederszijde en van een nicht. Ze werden in 2004 opgegraven uit een familiegraf op de Salzburgse Sebastian-begraafplaats.

Dat Mozart op 6 december 1791 zonder getuigen werd begraven in een later onvindbaar gezamenlijk graf heeft in Wenen bijna traumatische gevolgen gehad. In de 19de eeuw werd zorgvuldiger omgesprongen met de stoffelijke overschotten van de grote componisten. Ludwig van Beethoven, die overleed in 1827, kreeg een begrafenis die door tienduizenden werd bijgewoond. Franz Schubert, van wie bij zijn leven nooit een symfonie in het openbaar is uitgevoerd, kreeg een vrienden begrafenis.

Later werden hun stoffelijke overschotten weer opgegraven en bijgezet in eregraven op het Zentral Friedhof in Wenen, naast een monument voor Mozart. De componist Anton Bruckner stond bij die opgravingen vooraan. Hij pakte zelfs de schedel van Schubert en kuste die. Bij de opgraving van Beethoven werd door de schedelverzamelaar Romeo Seligmann een afgietsel van zijn schedel gemaakt. Dertien scherven daarvan bleven in Seligmanns familie en worden nu in Californië onderzocht.

In 1809 werd het hoofd van Joseph Haydn kort na zijn begrafenis door grafschenners van zijn lijk afgesneden en meegenomen. Haydn was destijds de beroemdste componist ter wereld en werd algemeen beschouwd als een genie. Zijn vriend Joseph Carl Rosenbaum wilde zijn schedel onderzoeken om te kijken of de vorm daarvan zijn muzikaliteit kon verklaren. Die schedel werd pas na veel omzwervingen in 1954 in Eisenstadt verenigd met de rest van de botten van Haydn.