Wat het Journaal níet uitzond

Het NOS Journaal viert vanavond zijn vijftigjarig bestaan met een documentaire over vroeger en nu. Over nauwe banden met de RVD en problemen met het bereiken van allochtonen.

Oud-nieuwslezers van het NOS Journaal presenteren vandaag eenmalig de journaaluitzendingen. Staand Eef Brouwers, Joop van Zijl, Wibo van de Linde, Harmen Siezen en Rien Huizing. Zittend Lous Haasdijk, Eugenie Herlaar, Noortje van Oostveen en Elleke van Doorn. (Foto NOS/Leendert Jansen) Foto NOS/Leendert Jansen

Premier Balkenende betreedt de Haagse redactie van de NOS, vergezeld door RVD-directeur Gerard van der Wulp. Joviaal begroet het tweetal de NOS-medewerkers. Daarna voegt Balkenende zich bij Paul Witteman, die ditmaal het gesprek met de minister-president zal voeren. Van der Wulp, die in een vroeger leven hoofdredacteur van het NOS Journaal was, neemt plaats in de regieruimte en begint belangstellend naar een computerscherm te kijken. Als de camera met hem meekijkt, zien we een intern systeem waarop NOS-medewerkers hun eigen uitzendingen evalueren. De suggestie is duidelijk: zo makkelijk is het blijkbaar voor een RVD-directeur om kennis te nemen van vertrouwelijke NOS-informatie.

Het tafereeltje is te zien in de door Pieter Fleury gemaakte documentaire Het schitterende scherm, waarmee vanavond het vijftigjarig bestaan van het NOS Journaal wordt gevierd, en illustreert een van de vragen die Fleury opwerpt: hoe nauw zijn de banden met de RVD? Zelf verklaart Van der Wulp in de documentaire dat hij een buitenstaander nooit zo'n blik in een intern systeem zou gunnen. Bij navraag blijkt de huidige hoofdredacteur Hans Laroes echter niet zo zwaar te tillen aan de blik die de RVD-directeur kon werpen op niet voor hem bedoelde informatie. “Ach“, zegt hij, “als ik bij Van der Wulp op bezoek zou zijn, kijk ik óók wel eens wat er op zijn bureau ligt. Het kan me niet zoveel schelen. En als het gaat om de vraag hoe onafhankelijk wij zijn, wijs ik graag nog even op het kort geding dat de staat anderhalf jaar geleden tegen ons heeft aangespannen. Het ministerie van Defensie wilde toen tegenhouden dat we een bericht zouden uitzenden over de rol van sergeant-majoor Erik O. in Irak. Dat geding hebben we gewoon gewonnen.“

Laroes heeft Het schitterende scherm pas een paar dagen geleden voor het eerst gezien, net als alle andere journaalredacteuren. Pieter Fleury kreeg ruim anderhalf jaar geleden het verzoek een documentaire te maken bij het vijftigjarig bestaan van het programma, dat op 5 januari 1956 begon onder de titel NTS Journaal - drie keer in de week een uitzending - en had alle vrijheid om te filmen wat hij wilde. “Er is een groot verschil tussen een opdracht en een verzoek“, beaamt de filmer. “Als je een opdracht aanneemt, moet je die uitvoeren. Maar aan een verzoek kun je op je eigen wijze voldoen. En dat laatste heb ik gedaan.“

Fleury besloot het NOS Journaal te portretteren door te laten zien wat er in die vijftig jaar niet is uitgezonden - van de huwelijkscrisis op paleis Soestdijk in het beginjaar 1956 (waarvan ook de kranten destijds geen melding maakten) tot en met de gruwelijkste beelden uit de oorlogen van nu. “Mij leek dat ik daardoor een goed beeld kon geven van de manier waarop het journaal tot op de dag van vandaag omgaat met de grote gebeurtenissen in de maatschappij.“

Daarbij behoren wat hem betreft ook de pogingen in het nieuws een stem te geven aan de allochtone groepen in dit land. Een belangrijke rol in zijn film wordt dan ook gespeeld door een redacteur van Marokkaanse afkomst, wiens eerste schreden op de redactie kennelijk geen groot succes waren. “Ik wilde laten zien hoe moeilijk het is die maatschappelijke kloof te dichten“, aldus Fleury.

“Pieter had een ambitie die erg hoog gegrepen was“, luidt Laroes' diplomatieke reactie. Onomwonden commentaar op de documentaire wil de hoofdredacteur liever niet geven: “Wij hebben hem de vrije hand gegeven, en iedereen moet nu zelf maar uitmaken wat hij van de film vindt. Laat ik het daarbij houden.“ Fleury wil echter wel vertellen wat hij na een voorvertoning uit de journaalredactie te horen kreeg: “Ik geloof dat ze nog de meeste moeite hebben met het feit dat ik zoveel aandacht besteed aan die Marokkaanse redacteur. Maar verder geloof ik dat ik een vrij milde film heb gemaakt. Ik heb het journaal niet afgekraakt.“

Overigens zei Pieter Fleury drie jaar geleden, nadat hij een groot publiekssucces had geboekt met zijn bioscoopdocumentaire over Ramses Shaffy, te overwegen om zijn heil voortaan in een andere werkkring te zoeken. Het maken van documentaires verzandde volgens hem in een steeds moedelozer makende martelgang langs de subsidieloketten. En ook nu heeft hij nog geen uitzicht op een volgend project: “Het is elke keer opnieuw een groot raadsel of ik weer de kans zal krijgen om een nieuwe documentaire te maken. Op dit moment ben ik in elk geval volstrekt werkloos.“

Het schitterende scherm, 50 jaar NOS Journaal, Ned.1, 20.35-22.00u.