“Uiteindelijk toch een bedrijfsongeval'

Hockeyscheidsrechter Ernst-Jan van Putten (47) raakte twee maanden geleden ernstig gewond, toen hij een bal bovenop zijn oog kreeg. “Toch wil ik weer het veld op.''

Ernst-Jan van Putten, ijshockeyscheidsrechter

HUIZEN, 5 JAN. - Hij dacht de netten ongestoord te kunnen controleren, voorafgaand aan de hoofdklassewedstrijd Pinoké-HC Eindhoven, maar lag even later hevig bloedend op de brancard richting ziekenhuis. “De ernst van de situatie ontging me aanvankelijk. Voor omstanders moet het een akelig gezicht zijn geweest, maar ik lag gewoon nog grappen en grollen te maken toen ik werd weggedragen.“

Twee maanden later praat hockeyscheidsrechter Ernst-Jan van Putten (47) nog altijd opvallend monter over het noodlot dat hem op zondag 6 november trof. Het is dan ook niet het einde van de wereld, zegt hij. “Ik heb gewoon heel veel domme pech gehad.“ Vastklampen doet Van Putten zich aan “de hartverwarmende blijken van medeleven, van mensen en van clubs van wie ik dat absoluut niet had verwacht“.

Het was een bizar ongeval, veroorzaakt door een onoplettende speler van de bezoekende club uit Eindhoven, die de bal tijdens het inspelen per abuis op een van de twee dienstdoende arbiters afvuurde bij het afronden op doel. Van Putten: “Normaal gesproken krijgt iedereen een seintje, zo van: jongens, even weg bij die goals, wij gaan de netten inspecteren. Nu ook, althans dat dacht ik, en ik meende dan ook dat de kust veilig was. Totdat ik ineens bal in mijn gezicht kreeg.“

Van Putten, sinds veertien jaar actief op het hoogste niveau, mag nog van geluk spreken. ,,In een reflex heb ik mijn oog enigszins weten dicht te knijpen. Ik had ook mijn hoofd kunnen afwenden, en dan was die bal bijvoorbeeld bovenop mijn slaap beland. In dat geval hadden we hier vandaag wellicht niet gezeten.“

De schade is er niet minder om. Het glas van zijn bril werd zijn oogkas ingeboord. De nog altijd zichtbare snee, pal onder zijn rechter wenkbrauw is, is de stille getuige. “Bij de laatste controle bij de oogarts bleek mijn zicht terug op het niveau van dertig procent, mét bril zelfs op vijftig procent. Dat is meer dan het aanvankelijk was, maar heel veel beter gaat het nooit meer worden, omdat mijn pupil blijvend is vergroot.''

Dagelijks worstelt Van Putten met de naweeën van “in feite toch een bedrijfsongeval“. Werken doet de bedrijfsarts uit Huizen voorlopig slechts twee halve dagen per week. “Ik heb moeite met kijken naar een beeldscherm, in het donker, en ook bij schemerlicht valt het niet mee.“

De naam van de boosdoener weigert Van Putten prijs te geven. “Die jongen weet zelf ook wel dat-ie ongelooflijk dom is geweest. Van opzet was geen sprake. Toen ik na twee dagen uit het ziekenhuis werd ontslagen, belde hij. Duizendmaal excuses, hij wilde per se langskomen en was welkom.“

Het (top)hockey is de laatste jaren opgeschrikt door enkele ongevallen, met (oud-)internationals Karel Klaver (bal op slaap) en Noor Holsboer (bal op hoofd) als meest beruchte voorbeelden. “Maar“, zegt Van Putten, “ik heb niet het gevoel dat hockey zo heel veel gevaarlijker is geworden in vergelijking met een paar jaar geleden. Ik ken de exacte cijfers niet, maar zeg nou zelf: hoeveel ongelukken gebeuren er nu? Een handjevol, meer niet.“

Toch pleitte Klaver - vooralsnog zonder succes - bij de internationale hockeyfederatie voor afschaffing van de lage forehandslag, een slagtechniek waarbij de bal met de zijkant van de stick (op de steel vlak boven de krul) wordt geslagen. Levensgevaarlijk, volgens de spits. Van Putten: “Ik zie het gevaar wel, maar denk dat afschaffen niet veel oplost. Er zijn genoeg andere slagen en pushes, die óók gevaar kunnen opleveren.''

Hij oordeelt sowieso opvallend nuchter en genuanceerd over het thema hockey en veiligheid, blijvend letsel of niet. “Je moet op je hoede zijn, maar dat geldt in het dagelijks leven ook. Ik kan alleen maar hopen dat mijn ongeluk iedereen weer eens heeft wakker geschud.“

Verder gelooft hij vooral in de eigen verantwoordelijkheid. “Als een lijnstopper een masker op wil zetten [bij een verdedigende strafcorner], moet dat kunnen. Maar ik ben geen voorstander van regelwijzigingen. Hockey wil per se vasthouden aan één regelboek. Dat begrijp en onderschrijf ik, maar de recreanten mogen de top de wet niet voorschrijven.“

Minder te spreken is Van Putten over de hockeybond. “Ik heb een mailtje gekregen van [adjunct-bondsdirecteur] Marijke Fleuren, waarin ze me sterkte en beterschap wenste. Verder heb ik niets gehoord. Ik ben weliswaar geen werknemer van de bond, maar ik sta wel praktisch elke week namens hen op het veld. Dan verwacht je enige steun en hulp, in de vorm van een ongevallenverzekering bijvoorbeeld. Maar die blijkt vervolgens dus niet te bestaan. Je mag het gewoon allemaal zelf uitzoeken.“

Over ruim anderhalve maand, bij de hervatting van de veldcompetitie in de hoofdklasse, hoopt de scheidsrechter zijn rentree te kunnen maken. Maar hoe reëel is die gedachte? Van Putten, schouderophalend: “Weet ik niet, het enige wat ik weet is dat ik toch het veld weer op wil. Op deze manier wil ik geen afscheid nemen. Dat zou wel heel sneu zijn, niet?“

    • Mark Hoogstad