Toezicht oké, maar investeer vooral in kinderopvang

Kinderopvang is “een geschikte vorm van opvang, want kinderen kunnen veel leren op het kinderdagverblijf, niet in het minst op sociaal vlak. Kinderopvang biedt ouders daarnaast de gelegenheid om te blijven werken en draagt daarmee bij aan de emancipatie van vrouwen“.

Brigit Toebes (NRC Handelsblad, 28 december 2005) slaat vanuit Schotland met dit citaat de spijker op de kop. Maar in de rest van het artikel staan enkele misvattingen die rechtzetting behoeven.

Toebes stelt dat toezicht op kinderopvang niet voldoet omdat ooit in een Haags kindercentrum een pedofiele groepsleider werkte. In Schotland zou zoiets nooit voorkomen. Maar het probleem van de kinderopvang is niet de ontoereikende inspectie; het toezicht is niet zo minimaal als wordt voorgesteld en er worden wel degelijk sancties opgelegd.

Sinds de nieuwe Wet Kinderopvang, en ook lang daarvóór al, inspecteert de GGD minstens jaarlijks de opvang, al dan niet tevoren aangekondigd. De groepsgrootte, de leidster-kind-ratio, de pedagogiek, de betrokkenheid van ouders, hygiëne en veiligheid, opleiding van groepsleidsters, bewijzen van goed gedrag - dit alles is in de CAO en ministerieel beleid vastgelegd en wordt geïnspecteerd. Voor de scholing van inspecteurs trekt de minister een extra bedrag van 1,6 miljoen uit. Voorts zijn organisaties al zelfregulerend druk in de weer met transparante kwaliteitszorg en certificering. Maar nooit kan voorkomen worden dat misstappen worden begaan - het blijft mensenwerk.

Het kan en moet altijd beter want niets is goed genoeg voor onze kinderen, niet alleen omdat die onze toekomst vormen, maar ook omdat zij kwetsbaar zijn, en daarmee hun ouders ook. Die oefenen, ook wettelijk, toezicht uit en participeren terecht in de afspraken over de pedagogische aanpak en de kwaliteit. En in Nederland adviseren ze zelfs over de prijs.

En in die prijs zit óók een crux. In feite wordt die nog steeds vastgesteld door de overheid, ook al is sprake van marktwerking. Jaarlijks stelt de overheid een maximumtarief vast dat voor toeslagen voor de ouders in aanmerking komt. De indexering schiet ernstig tekort. En toch beleven ouders de kinderopvang als “duur' en het beeld bestaat ook dat kinderopvang ingewikkeld is en veel geld kost.

Terwijl, netto, ouders met een gemiddeld inkomen en met welwillende werkgevers die een financiële bijdrage leveren, per uur niet duurder uit zijn dan ongeveer 2 euro 50. Ouders met de laagste inkomens betalen soms nog geen euro per uur en ouders met hoge inkomens tussen 4 en 5 euro per uur. Het kan en mag niet goedkoper. Vindt voor zo'n bedrag maar eens een bekwame, betrouwbare oppas.

Het is vervelend voor ouders dat kinderopvang gepaard gaat met papieren rompslomp. Op veel bureaucratie zitten ouders met hun drukke gezinsleven niet te wachten.

Waarom kiest het kabinet niet voor goede, niet ingewikkelde kinderopvang? Waarom heeft minister De Geus het woord “basisvoorziening' uit de Wet (basisvoorziening) Kinderopvang geschrapt? Waarom is het belang van kinderen en ouders onderhevig gemaakt aan marktwerking, maar wordt aan organisaties wel een maximumtarief opgelegd?

Waarom is het niet mogelijk om de financiering te regelen via de algemene belastingen. Op de langere termijn zal blijken dat de geringe maatschappelijke kost voor de aanzienlijke maatschappelijke baat uit gaat.

Ook moeten voorzieningen geïntegreerd worden: laat peuterspeelzalen en kinderdagverblijven samengaan, onder dezelfde basisvoorziening, die voor alle ouders bijvoorbeeld 20 uur per week toegankelijk is. Zo nodig kunnen meer uren worden “bijgekocht'.

Het probleem van de kinderopvang is niet de eventueel ontoereikende inspectie maar er zouden betere randvoorwaarden moeten komen voor een inbedding van de kinderopvang in het maatschappelijk leven.

www.nrc.nl/opinie:- Artikel Birgit Toebes “Kinderopvang is te belangrijk om te laten verslonzen'

Ans van Hoof is directeur van Cumulus Kinderopvang Utrecht.

    • Ans van Hoof