Syrisch bewind voelt zich verraden

Met een openhartig tv-interview heeft Syrië's voormalige vice-president het bewind in Damascus in verlegenheid gebracht.

Van je vrienden moet je het maar hebben: het Syrische bewind is ver in het defensief gedreven door een oude steun en toeverlaat. De mededeling van Abdul-Halim Khaddam, tot juni vice-president, dat president Bashar al-Assad de vermoorde Libanese ex-premier Rafiq Hariri voor zijn dood had bedreigd, was de eerste open barst in het bolwerk dat in Damascus tegen de wereld is opgetrokken. Uit de woedende uitvallen tegen de “verrader“ Khaddam is duidelijk dat wat hijzelf beschreef als zijn keuze vóór het vaderland en tegen het regime hard is aangekomen.

Niet ten onrechte. De internationale commissie die de moord op Hariri onderzoekt, verzocht onmiddellijk om een onderhoud met president Assad, die zij tot dusverre ongemoeid had gelaten. De Amerikaanse regering steunde dat verzoek vervolgens. Zij onderstreepte dat Khaddams uitspraken, in een vrijdag uitgezonden vraaggesprek met de televisiezender Al-Arabiya, “serieuze vragen doen rijzen wie in de Syrische regering mogelijk bij de moord was betrokken“. Een Syrische zegsman dacht gisteren dat de onderzoekscommissie Assad niet te spreken zou krijgen, maar dat lijkt nauwelijks een optie onder de omstandigheden. Obstructie van Syriës oude vriend Rusland in de Veiligheidsraad van de VN heeft tot dusverre internationale sancties verhinderd. Maar hoe lang blijft Moskou Damascus trouw?

Het Syrische leiderschap heeft steeds in alle toonaarden ontkend dat het was betrokken bij de moord op Hariri in februari 2005 in Beiroet. Het scheidend hoofd van de onderzoekscommissie, de Duitse aanklager Detlev Mehlis, heeft in recente interviews niet nader benoemde Syrische autoriteiten van betrokkenheid beschuldigd. Maar zijn onderzoek was enigszins in problemen gekomen door twijfel aan sommige getuigen - één verscheen op de Syrische staatstelevisie met de mededeling dat hij door wijlen Hariri's zoon Saad tot een belastende getuigenis was gedwongen die hij bij die gelegenheid introk.

Khaddam vertelde in zijn vraaggesprek met Al-Arabiya in Parijs dat Assad hem zelf had verteld “extreem scherpe“ woorden te hebben gebruikt tegen Hariri, toen die zich als premier verzette tegen de verlenging van de ambtstermijn van de Libanese president Emile Lahoud, een vriend van Syrië maar een stuk minder van Libanon. “Mogen we de kern van die woorden weten?“, vroeg de interviewer. Khaddam zei: “Het ging ongeveer zo. “U wilt een [nieuwe] Libanese president. U wilt iets. Ik zal u dat niet toestaan. Ik zal iedereen vermorzelen die probeert tegen onze beslissing in te gaan'.“

Het was maar één van zijn belastende uitspraken. “Er zijn [in Damascus] veel dreigementen geuit tegen wijlen premier Rafiq Hariri“, vertelde hij. De interviewer: “Met de dood?“ Khaddam: “Wanneer de chef van het veiligheidsapparaat zijn bezoekers vertelt, terwijl hij met zijn pistool speelt...“ Hij maakte zijn zin niet af.

Waarom Khaddam nu met zijn verdachtmakingen is gekomen, is onderwerp van speculatie. Van Syrische kant wordt van een Amerikaans-Israëlische samenzwering gesproken - een beschuldiging waarnaar in Syrië automatisch wordt gegrepen in tijd van nood. Het staat wel vast dat er een relatie is met de familie-Hariri en Saoedi-Arabië. Khaddam was een persoonlijke vriend en zakenpartner van Rafiq Hariri; hij was ook uitdrukkelijk als persoonlijke gast op diens begrafenis aanwezig. De televisiezender Al-Arabiya, die in Dubai is gevestigd, is opgezet met geld van Saoedische investeerders en van de Hariri-groep. Mehlis uitte zijn beschuldigingen aan Syriës adres ook tegenover Al-Arabiya.

Afgelopen september meldde de Amerikaanse terreurexpert Yossef Bodansky in Defense & Foreign Affairs Strategic Policy dat Khaddam in Parijs een ontmoeting had met Saad Hariri, prins Turki al-Faisal, oud-chef van de Saoedische veiligheidsdienst en inmiddels ambassadeur in de VS, en met een andere prominente Syriër, de vroegere chef-staf generaal Hikmat Shihabi die eerder al in ongenade is gevallen en in Los Angeles woont. De ontmoeting maakte volgens Bodansky deel uit van een geheim Amerikaans-Saoedisch initiatief om Bashar Assad te vervangen door een coöperatiever regime.

Bodansky, die onder andere is geassocieerd met het uitgesproken pro-Israëlische Freedom Center for Stategic Studies, is niet altijd even betrouwbaar in zijn publicaties. Maar Khaddam zou in theorie daarvoor in bepaalde Amerikaanse ogen prima geschikt zijn, mits het de laatste jaren door Washington gepropageerde idee van democratie voor de Arabische wereld even terzijde wordt geschoven. Hoewel Khaddam zich in het interview als gefnuikt hervormer presenteerde, heeft hij zich immers in werkelijkheid steeds verzet tegen versoepeling van het bewind. Wat hem als alternatief aantrekkelijk maakt is dat hij net als de Syrische meerderheid (maar in tegenstelling tot de aleviet Assad) een sunniet is. Hij is bovendien seculier, wat een zeldzaamheid begint te worden in de Arabische wereld, en heeft een jarenlange ervaring met macht - hij was tientallen jaren rechterhand van Bashars vader Hafez Assad.

Khaddam heeft met kracht ontkend deel uit te maken van een Amerikaans plan. Niettemin meldde een Koeweitse krant gisteren dat hij nu werkt aan een regering-in-ballingschap als eerste fundament voor een democratisch bewind in Damascus. Hij zou in gesprek zijn met overgelopen officieren die genoeg hebben van “de slechte situatie waarvoor president Assad verantwoordelijk is“.

    • Carolien Roelants