Ook scholen moeten wetten naleven 1

In het hoofdartikel `Naar meer lesuren` (Opiniepagina, 21 december) werd onlangs terecht aandacht gevraagd voor handhaving van de regels met betrekking tot de onderwijstijd. Scholen voor voortgezet onderwijs moeten per schooljaar 1000 uren onderwijs verzorgen (700 uren in het examenjaar). Voor de eerste drie leerjaren is dat overigens pas in de volgende cursus het geval als het wetsvoorstel `regeling onderbouw VO` wordt aangenomen; nu geldt nog een minimum van 1067 uren. Het minimum van 1000 uren wordt gerealiseerd bij 30 wekelijkse lessen van 50 minuten gedurende 40 schoolweken. Met 32 lessen behaal je 1067 uren.

Het probleem zit 'm in die 40 weken. In theorie zijn er gemiddeld maximaal 195 schooldagen (39 weken): er zijn 261 werkdagen in een jaar minus gemiddeld 66 vrije dagen. Vervolgens is er veel geplande lesuitval wegens vergaderingen, etc. Veel scholen sturen de leerlingen twee weken voor de zomervakantie al naar huis. Ten slotte is er ongeplande lesuitval door ziekte of imperatief verlof zonder dat vervanging is geregeld. Ik sluit niet uit dat - omgerekend - zo'n 35 weken overblijven. Probeer dan maar eens 1000 uren te halen! Met name voor leerplichtige leerlingen vind ik onderwijstijd van groot belang en ik ben geen voorstander van verlaging ervan. Als voor de onderbouw een nieuw minimum wordt vastgesteld, moet de wetgever erop rekenen dat dit aantal wordt gerealiseerd door de scholen en gehandhaafd door de inspectie. Het verzorgen van de voorgestelde 1000 uren zal de scholen stellen voor een fors organisatorisch (en financieel!) vraagstuk. Maar wetten zijn er toch om nageleefd te worden?

    • A.T. Kamsteeg Dordrecht