Jessurun de Mesquita

Midden in de oorlog, in februari 1943, wilde de graficus M.C. Escher in Amsterdam op bezoek gaan bij zijn leermeester Samuel Jessurun de Mesquita. Tot zijn ontzetting trof hij huis en atelier verlaten en in wanorde aan. Zijn leraar was weggevoerd door de Duitsers. Escher redde zo een grote stapel bladen en schetsboeken, waarmee hij direct na de oorlog een tentoonstelling inrichtte. In zijn atelier hing hij demonstratief een Mesquita-prent op met de afdruk van een soldatenlaars. Samuel Jessurun de Mesquita is lang niet zo beroemd geworden als Escher. De tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum bewijst echter dat hij tot de beste grafici van de eerste helft van de 20ste eeuw gerekend mag worden. Je moet je even instellen op het zwart-wit, maar dan gaat er een wereld open. Een typisch vóóroorlogse wereld, dat wel. Je ziet Mesquita zich ontwikkelen van een aarzelend tekenaar en schilder tot een trefzeker graficus met een uitgesproken eigen gezicht.

Jongenskopje (Jantje Scherpenzeel) Samuel Jessurun de Mesquita, 1927, houtsnede, 195 x 145 mm, coll. Gemeentemuseum Den Haag Gemeentemuseum Den Haag

De Mesquita, die in 1868 werd geboren, zit eigenlijk tussen twee stromingen in. Hij is duidelijk geraakt door de Nieuwe Kunst, met haar ingesnoerde symboliek en decoratieve lijnen. Maar hij ging niet zover met abstraheren als zijn tijdgenoot Bart van der Leck. Een merkwaardig maar fascinerend aspect van de tentoonstelling wordt gevormd door zijn 'sensitivistische' tekeningen. Het zijn tekeningen die blijkbaar tussen het zware prentwerk door haast als vanzelf ontstonden, gefantaseerde voorstellingen met vreemde wezens als in een droom. De meeste beelden verwijzen naar de duistere kanten van het bestaan.

Samuel Jessurun de Mesquita (1868-1944). T/m 12/03/06 Gemeentemuseum Den Haag. www.gemeentemuseum.nl.