Het Journaal bestaat niet bij nieuws alleen

Het is te zot voor woorden dat Medy van der Laan het NOS-journaal wil verbieden meer te zijn dan een recht op en neer nieuwsrubriek, meent Huub Wijfjes.

Vandaag, exact vijftig jaar geleden, begon het NOS-journaal (toen nog: NTS-journaal). Dat is reden voor enig feestgedruis in Hilversum. En terecht, in vijftig jaar is veel bereikt in de omroepjournalistiek. Neem alleen al de geweldige groei van het journaal zelf. In 1956 produceerden vijf redacteuren 2.340 minuten televisie voor drie bulletins per week; in 2004 maakten de circa 250 redacteuren van het NOS-journaal ruim 65.000 minuten televisie voor 85 bulletins per week. En dat in een steeds voller medialandschap, waarin duizenden journalisten dagelijks vechten om een eigen verhaal over het nieuws. In 1956 liepen circa 20 journalisten rond per 100.000 Nederlanders; nu zijn dat er meer dan 80.

De blijvende zichtbaarheid van het NOS-journaal in dit concurrerende journalistieke veld is misschien wel de opmerkelijkste prestatie in de Nederlandse journalistiek van de laat-twintigste eeuw. Het Journaal is niet alleen nog steeds de best bekeken dagelijkse televisienieuwsrubriek in Nederland, het programma heeft zich ontwikkeld van een nieuwsvolgende naar een agendabepalende rubriek. Het is niet voor niets dat het Journaal het vlaggenschip is van de nieuwe, multimediale nieuwsbenadering van de NOS. Dat is zichtbaar in een nieuwe vormgeving met een rode O, maar ook hoorbaar in het radionieuws dat sinds een paar weken wordt aangekondigd als “NOS-journaal'. Achter dat simpele zinnetje schuilt een grootscheepse hergroepering van de journalistieke NOS-krachten. Journaal, Jeugdjournaal, NOS-Actueel, Teletekst, NOS-Online, NOS-Radionieuws en Met het Oog op Morgen vormen inmiddels de grootste multimediale nieuwsredactie van Nederland die een ongehoorde hoeveelheid verschillende bulletins in televisie, radio en internet op ons afvuurt. Zelfs in een totaal nieuwe, op jongeren gerichte internetvorm NOS Headlines, een site die nog tot ontwikkeling moet komen.

Als het voornemen om een onafhankelijke ombudsman aan te stellen dit jaar werkelijkheid wordt, is de NOS een moderne, multimediale en interactieve nieuwsbepaler die zich richt op kwaliteitsrijke (want betrouwbare en geloofwaardige) journalistiek.

Opmerkelijk is daarom dat in de nieuwe programmering extra verdiepende producten ontbreken. Bij een moderne journalistieke organisatie hoort een grotere afstemming van de inhoud op specifieke publieksgroepen, maar wat er voorlopig alleen wordt bijgeplaatst zijn vluchtige zaken, zoals Headlines en het koppensnellerbulletin op Nederland 2 om half elf. Het zou voor de hand liggen als de NOS met al haar journalistieke potentie ook ruimte zou scheppen voor extra achtergronden of diepgang, bijvoorbeeld in de vorm van een achtergondprogramma, een goede talkshow en documentaires.

Dat zou een nieuwe en logische fase inluiden in de professionalisering van de omroepjournalistiek, maar blijkbaar is zoiets nog steeds niet vanzelfsprekend bij de publieke omroep. Zoals uit recente wetenschappelijke publicaties blijkt, is de geschiedenis van het Journaal een langgerekte poging om onafhankelijk speelruimte voor een steeds professionelere redactie te krijgen. Bij het begin, vijftig jaar geleden, werd in journalistieke kring meesmuilend gesproken over het “variété van de televisie'.

Dat dédain is weliswaar minder geworden, maar niet verdwenen. Televisie is voor sommigen nog steeds doelloos en soms gevaarlijk vermaak; informatieve televisie geeft hooguit een plaatje bij een praatje en gunt de kijker wellicht een blik in onbekende werelden, maar met serieuze journalistiek heeft het weinig van doen. Daarvoor ontbreekt de diepgang en “het vermogen tot analyseren en interpreteren“, zoals NRC-journalist Henk Schaafsma dat in 1968 opschreef.

De Nederlandse televisiejournalistiek begon destijds als een vooravondlijk opwarmertje voor het hoofdmenu van de omroepverenigingen. Zoals het Polygoon-journaal in de bioscoop de perfecte amuse was voor de hoofdfilm van die avond, zo moest het Journaal de geesten rijp maken voor een avondje AVRO of VARA. Het Journaal diende zich dus te beperken tot korte en feitelijke berichtgeving rond de belangrijkste gebeurtenissen en tot amusante kijkjes in de wereld die we nu nog kennen van Man Bijt Hond. Het duurde jaren voordat het Journaal geen toestemming meer aan de omroepen hoefde te vragen om bepaalde zogeheten “identiteitsgevoelige' onderwerpen te mogen behandelen. Nog langer duurde het voordat het Journaal niet alleen het nieuws, maar ook duiding bij het nieuws ging verzorgen. Typerend is dat toenmalig hoofdredacteur Ed van Westerloo eind jaren zeventig het woord “duiding' van de Belgische collega's leende omdat het meer gebruikelijke woord “achtergronden' bij de omroepen te gevoelig lag.

Lang vervlogen tijden? Zeker niet, want in de laatste plannen voor de publieke omroep van staatssecretaris Van der Laan wordt het onderscheid tussen nieuws en commentaar/opinie weer nadrukkelijk onderstreept. Nieuws is voor de NOS, opinie voor omroepverenigingen en maatschappelijke organisaties. In de Nederlandse publieke omroep gaat het zo worden dat iedereen interpretaties en opinies mag geven, maar de grootste professionele nieuwsorganisatie niet. Dat is te absurd voor woorden. Aan dergelijke plannen zie je dat de politiek zich van alles bij professionele journalistiek kan voorstellen, maar opinie en commentaar niet. Waaruit blijkt wat de recente omroepstaking ook aantoonde: de werkvloer is dichterbij de realiteit gebleven dan bestuur en politiek.

Een rigide scheiding tussen nieuws en commentaar, zoals nu voorgesteld voor de publieke omroep is niet alleen hopeloos ouderwets, het is een beperking van de journalistieke bewegingsruimte die voor een krant volledig onaanvaardbaar zou zijn. Juist het Journaal heeft in zijn bestaan het vanzelfsprekende samengaan van berichtgeving en duiding aangetoond. Uit inhoudsanalyses van vijftig jaar journaal-journalistiek die recent zijn gepubliceerd in het Tijdschrift voor Mediageschiedenis blijkt een verschuiving waarneembaar naar interpreterende journalistiek. Vanaf de jaren tachtig staat niet een autoriteit of een gebeurtenis centraal, maar de journalist. Hij of zij laat autoriteiten en in toenemende mate ook “gewone' betrokkenen bij het nieuws toe in de analyse van nieuwsgebeurtenissen. Een hedendaags televisiejournaal is een zeer gevarieerd en uitvoerig palet van perspectieven op basis van het verzamelen van feiten.

De moderne nieuwsconsument verwacht zoiets ook van de journalistiek. Welke gedachte ligt er toch ten grondslag aan de opvatting dat achtergrond en commentaar alleen gegeven mogen worden op basis van een politieke kleur of een maatschappelijk standpunt? Blijkbaar vinden sommigen het een ondraaglijke gedachte dat zoiets ook kan vanuit journalistieke professionaliteit, terwijl het voorbeeld van de BBC-journalistiek anders uitwijst.

Commentaar geven vanuit de journalistieke professionaliteit is in deze tijd buitengewoon logisch. Wat overigens niet wil zeggen dat het Journaal zoiets zou moeten worden als Talpa's NSE waar Beau en zijn secondanten commentaar en nieuws volledig door elkaar mengen in een amuserende, primair door commerciële motieven ingegeven setting. Een programma zoals NSE moet er ook zijn - waar koesteren we anders pluriformiteit voor - maar de kwaliteitspretentie van de publieke omroep betekent dat vastgehouden moet worden aan een inzichtelijke journalistieke routine en ethiek, die leidt tot betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Op basis van een uitgebalanceerd geheel van feiten en perspectieven kan een kwalitatief goede interpretatie ontstaan.

De NOS is momenteel nog een sterke publieke partij in een steeds breder veld, waar de journalistieke professionaliteit onder druk staat. Het is een publiek belang dat die positie niet verder wordt aangetast door bezuinigingen en zeker niet door rare regelgeving. De NOS heeft behoefte om die professionaliteit (noem het: kwaliteit) overeind te houden en zelfs te versterken. In dat licht zou het zeer vanzelfsprekend zijn om naast de steeds meer gevarieerde vluchtigheid ook de interpreterende en commentariërende diepgang te zoeken. Dat kan, want juist de diepgravende programma's van de NPS (NOVA, Buitenhof, Andere Tijden, documentaires) en van Radio 1 en 747 worden in hun voortbestaan bedreigd. Breng dus deze programma's onder de hoede van de NOS.

Pagina 25: Documentaire 50 jaar NOS-journaal

Huub Wijfjes is mediahistoricus en verbonden aan de masteropleiding Journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen.

    • Huub Wijfjes