Gasconflict is “waarschuwing voor Europa'

Tijdens het gasconflict van deze week bleek de noodzaak voor een “Europese aanpak'. Maar wat kan de Europese Unie op dit gebied? Bevoegdheden heeft zij amper. Zelfs informatie blijkt schaars.

BRUSSEL, 5 JAN. - Tony Blair heeft de boodschap begrepen. De burger wil dat “Brussel' minder regels maakt, en dat is terecht. Maar, zegt de Britse premier, er zijn ook een paar terreinen waarop Europa juist méér moet doen. En een daarvan, die hij met nadruk noemt, is energiebeleid. “Het is belangrijk dat we daar samenwerken gegeven het feit dat we in de komende jaren ongeveer negentig procent van onze behoefte aan olie en gas zullen importeren.“

Dat was in oktober, tijdens een informele top in Hampton Court, waar Europese regeringsleiders onder Brits voorzitterschap de gevolgen bespraken van het Franse en Nederlandse “nee' tegen de Europese Grondwet.

Dan afgelopen dinsdag. Gas dicteert al enkele dagen de voorpagina's van de kranten. Europa heeft een groot probleem, zo lijkt het. Wat gaat Europa nu doen? In Brussel wacht een volle perszaal op het antwoord. Een woordvoerder van de Europese Commissie moet dat geven. Hij praat een half uur, waarin hij zich voortdurend herhaalt. Hij legt uit dat de volgende dag een groep deskundigen uit de lidstaten bijeen zal komen om de situatie te bespreken. Geen ministers, maar ambtenaren en diplomaten. Drie dagen nadat Rusland de gaskraan dichtdraaide. “Een snelle reactie“, zegt de woordvoerder. Het doel van de bijeenkomst is: feiten verzamelen. Brussel heeft namelijk geen overzicht van de gasvoorraden.

Het energiebeleid van Europa? “Dat is er niet“, zegt PvdA-europarlementariër Thijs Berman. “Iedereen is zich kapotgeschrokken, is mijn indruk. Wat Rusland doet is onverantwoordelijk. Verbijsterend. Een bijeenkomst van experts vind ik dan een nogal bescheiden middel.“

De Europese Commissie probeert al jaren om te komen tot een gemeenschappelijke energiepolitiek. Op papier is die er ook wel. Sinds vorig jaar is er in Europa zelfs één gas- en elektriciteitsmarkt voor zakelijke klanten. Een Portugese fabrikant kan stroom afnemen van een Pools elektriciteitsbedrijf. In theorie.

Eind vorig jaar meldde de Europese Commissie dat de interne energiemarkt nog ernstige gebreken vertoont. Eerder was zij al naar de Europese rechter gestapt omdat zes landen geen uitvoering gaven aan de gemaakte afspraken.

Al zouden lidstaten elkaar willen helpen bij een crisis zoals die van deze week, ze kunnen het waarschijnlijk niet. Er zijn nog te weinig gaspijpen en elektriciteitsleidingen tussen landen. Op de gasmarkt liggen de verhoudingen ook vast door langetermijncontracten. Die over het gaspijpgebruik tussen Nederland en Italië bijvoorbeeld lopen tot 2022.

“Energie is een strategisch product“, zegt Berman. “Er is geen sprake van dat een land als Frankrijk dat uit handen gaat geven aan welke supranationale organisatie dan ook.“ Landen vertrouwen elkaar onvoldoende, denkt ook VVD-europarlementariër Toine Manders. “Elk land sluit het liefst zelfstandig een contract af met Rusland en denkt dan dat hij het in de hand heeft.“ Hij doelt op de directe gasleiding die wordt aangelegd tussen Duitsland en Rusland - tot woede van Polen en de Baltische landen.

De Europese Commissie stelde enkele jaren geleden voor landen te verplichten een minimale reservevoorraad gas aan te leggen. De lidstaten hielden dat tegen. Als er sprake is van een “ernstige verstoring“ van de gasleveranties kan wel de zogeheten “groep coördinatie gas' bij elkaar worden geroepen. Dat zijn de deskundigen die gisteren voor het eerst in Brussel vergaderden, op basis van een richtlijn uit 2004. Volgens die richtlijn kan de Europese Commissie in geval van een crisis voorstellen doen. Dwingende maatregelen staan er niet in.

Die richtlijn is onder druk van de lidstaten afgezwakt, vertelt Pieter Boot, plaatsvervangend directeur-generaal op het ministerie van Economische Zaken en een van de deskundigen die gisteren naar Brussel kwamen. “Het is een kwestie van geschiedenis“, zegt hij. “Er was lange tijd angst dat de Commissie aan de grondstoffen van landen wilde komen. Ook vorige Nederlandse regeringen waren daar bang voor. Men vreesde dat de Commissie wil bepalen wanneer de gaskraan verder open gaat. Is er een tekort in Portugal? Dan zou Brussel bij wijze van spreken zeggen dat er gas uit Slochteren naartoe moet. Nu is de sfeer anders. De dreiging van buiten neemt toe. En de Commissie heeft duidelijk gemaakt dat ze niet meer aan de voorraden van landen wil komen.“

Iedereen is het er over eens, zegt Boot, dat er wel een Europees overzicht van die voorraden moet komen. En iedereen heeft het nu over diversificatie. Dat wil zeggen: meer pijpleidingen door andere landen, meer energiebronnen - bijvoorbeeld vloeibaar gas (LNG) dat per tanker kan worden vervoerd.

De meeste Oost-Europese landen betrekken op dit moment nog al hun gas uit Rusland. Boot: “De Hongaren waren het meest verontwaardigd. Die hadden dan ook te maken gehad met een terugval van tientallen procenten in hun gasleveranties. Ook landen als Polen, Bulgarije, Duitsland en Slowakije zeiden: we moeten hier lering uit trekken. De sfeer was van: jeetje, dit is een waarschuwing, we zijn er goed vanaf gekomen.“

    • Jeroen van der Kris