Fraudeaanpak harder voor prominenten

De belastingdienst en het openbaar ministerie (OM) gaan bekende mensen, zoals mensen met een maatschappelijke voorbeeldfunctie, sneller vervolgen als ze verdacht worden van belastingontduiking.

Dit blijkt uit de nieuwe Aanmeldings- Transactie- en Vervolgingsrichtlijnen (ATV) van het OM en de belastingdienst die op 1 januari in werking zijn getreden. Deze richtlijnen worden iedere vier jaar aangepast en zijn eind december door de belastingdienst gepubliceerd.

Bij verdenking van belastingfraude vanaf 25.000 euro zullen zaken met een “voorbeeldfunctie' voortaan altijd voor de rechter gebracht worden. Het gaat hierbij onder meer om beroepsgroepen zoals politici, burgemeesters, rechters, advocaten, adviseurs, notarissen, bankiers en effectenhandelaren. Het OM en de fiscus verwachten dat van dit vervolgingsbeleid een “sterk generaal preventief effect“ zal uitgaan.

In een toelichting zegt persofficier Fred Speijers dat het oude puntensysteem waarmee het OM en de fiscus werkten bij de vervolging van fiscale fraudezaken werkte als een keurslijf waardoor veroordelingen moeilijk waren. Het nieuwe systeem is volgens hem flexibeler, want het hanteert andere dan puur fiscale overwegingen bij de afweging om tot vervolging over te gaan. “Het maatschappelijke belang zal extra gewicht krijgen om zaken naar voren te halen“, aldus Speijer. Hij zegt dat er geen aanwijzingen zijn dat belastingfraude toeneemt onder mensen in publieke of maatschappelijke functies. Maar “ook in Nederland vindt corruptie plaats in kringen waarvan je hoopt dat dat niet gebeurt“, aldus de persofficier.

De fraudegrens waarbij verdenkingen van belastingontduiking automatisch naar de strafrechter gaan, wordt verhoogd van 45.000 naar 125.000 euro. Bij gevallen van fiscale fraude tussen 25.000 en 125.000 euro zijn er uiteenlopende criteria waaraan wordt afgemeten of een zaak al dan niet voor de rechter komt. In alle gevallen kan de fiscus een zaak van belastingfraude afdoen met een boete en naheffing. Dat geldt ook voor fraudezaken onder 25.000 euro.

De Tweede Kamer heeft een aantal jaren geleden vastgesteld dat er jaarlijks 452 fraudezaken met belastingen of sociale zekerheid voor de rechter moeten worden gebracht. Dit aantal zal volgens Speijer met de nieuwe richtlijnen niet groter worden. Als meer aandacht uitgaat naar “zaken die ertoe doen“, zoals hij zegt, vraagt dat extra tijd en vervolgingscapaciteit. Hij verwacht dat er hierdoor minder zaken voor de rechter zullen komen en dat meer zaken met een beschikking worden afgehandeld.