Circus zonder dierenleed

Directeur Hans Martens heeft in zijn vrolijke rode circustent een bonte groep artiesten uit alle hoeken van Europa verzameld. Staatscircus Moskou presenteert: een duet hogeschoolrijden op Friese paarden van George en Olga uit Georgië, een dressuuract van tien acrobatische katten door Nicolai, de Oekraïener, Michaels voetballende Engelse honden. De Lunatricks uit Roemenië houden een springact met paarden. Klap op de vuurpijl zijn Jobs Bengaalse tijgers.

Hans Martens Moscow state circus, Tilburg. 04-01-06 © Foto Merlin Daleman Staatscircus van Moskou Daleman, Merlin

“Dierenleed kennen we niet“, zegt Hans Martens (60), directeur van Staatscircus Moskou en een neef van de beroemde circusdirecteur Toni Boltini. “We zorgen goed voor onze beesten, anders kunnen ze niet eens deze topprestaties leveren.“ Martens zit aan de keukentafel van zijn Amerikaanse camper op het circusterrein in Hilversum. Een zakelijke inrichting met aan de wand een kast vol olifantenbeelden. Nog een dag en dan trekken ze verder, naar Tilburg.

Maar optreden is niet meer vanzelfsprekend. “Er is veel concurrentie en steeds vaker worden circussen geweerd omdat ze met exotische dieren werken.“ Martens maakte dat bij collega's in België al mee. Ook in Groot-Brittannië, dat een felle dierenlobby kent. “Nu zelfs in Nederland.“ Vorige maand weigerde de gemeenteraad in Winschoten een optreden van het Russische Staatscircus, na druk van dierenlobbyisten. Ook Groningen speelt met de gedachte. De Europese Commissie steekt hier echter een stokje voor en is een procedure begonnen tegen Oostenrijk, dat circussen met roofdieren verbiedt en daarmee in strijd handelt met het vrije verkeer van personen en goederen.

“Het wordt circussen steeds moeilijker gemaakt“, zegt Martens die zelf in het circus is geboren. In Zeist. Met vijf reed hij de “Hongaarse Post'. “Ik stond op twee paarden en mende de voorste vier door de piste“, zegt hij met een trotse lach. Goed voor de dieren is hij altijd geweest. “Bij mij stonden de olifanten nooit aan de ketting.“ Toen hij jong was trok hij als acrobaat door Europa. Inmiddels treedt hij al 25 jaar met zijn circus op in België, Frankrijk, Spanje en Duitsland.

“De tijd dat dieren niet goed behandeld werden is in Europa allang voorbij.“ Vroeger zaten er twaalf tijgers in een kooi, zegt hij. Nu maximaal drie. Italië, waar het lang niet pluis was, is een schoolvoorbeeld van goede dierenverzorging. Net als Nederland. “In ons circus hebben we respect voor de dieren. Ze krijgen goed eten, hebben genoeg loopruimte en pauzes tijdens het transport.“ Job, zijn broer en dompteur van de tijgers, werkt volgens de zachte dressuurmethode. “Dat betekent: geduld, wederzijds respect en vertrouwen“, legt Martens uit. Knallende zwepen zijn helemaal uit de tijd. “Die worden enkel nog gebruikt bij de “Indianenact', om een artiest de sigaret uit de mond te slaan. Niet om dieren schrik aan te jagen.“

Toch is ook zijn circus wel eens doelwit geweest van acties. In Haarlem. Actievoerders (“Beroepsactivisten, ze kijken niet eens in onze hokken“) hadden zich aan het hek bij de ingang vastgeketend. Toen ze na enkele verzoeken niet vertrokken, pakte Martens het hek met activisten en al op en verplaatste het zaakje. “Dat vonden ze minder leuk.“ Hij heeft hen nooit meer gezien.

Maar het circus krijgt meer hulp uit Brussel. Het europarlement erkent circussen als onderdeel van de Europese cultuur en wil het vergunningenbeleid versoepelen. “Die steun kunnen we goed gebruiken. Dan heeft het circus weer toekomst“, zegt Martens.