Volwassen worden in Australië

Opgroeien gaat met vallen en opstaan. Puberen doet pijn. Aan deze clichés is een subgenre in de filmindustrie gewijd: de opgroei- of “coming of age'-film'. Dat volwassen worden nergens een pretje is, blijkt maar weer eens uit het Australische Somersault. Als de zestienjarige Heidi door haar moeder betrapt wordt wanneer ze ligt te rollebollen met moeders getatoeëerde vriendje gaat ze er als de wiedeweerga vandoor. Ze komt terecht in het plaatsje Jindabyne, waar werkelijk niets te beleven is. Om een slaapplaats verlegen versiert ze de eerste beste jongen, die haar de volgende dag dumpt. Ze vindt een baantje en onderdak, en probeert het aan te leggen met een boerenzoon, Joe.

Alle personages in Somersault dragen een last. Joe voelt zich een beetje aangetrokken tot de homoseksuele buurman, de eigenaresse van het hotel waar Heidi verblijft heeft een zoon in de gevangenis en zo verder. Regisseur Shortland laat Heidi wat al te opzichtig zweven tussen kindertijd - steeds kijkt ze in haar plakboek vol plaatjes met eenhoorns - en volwassenheid. Heidi en de gevoelens die haar overspoelen worden gezet tegenover het zoontje van haar collega, die aan het syndroom van Asperger lijdt en daardoor niet in staat is tot empathie en het herkennen van emoties. Dat Somersault in 2004 13 Australische filmprijzen won, is moeilijk te geloven. Shortland valt in haar visuele stijl wat al te graag terug op poëtisch bedoelde slowmotion, en haar scenario biedt weinig meer dan uitgekauwde observaties.

Somersault. Regie: Cate Shortland. Met: Abbie Cornish, Sam Worthington, Lynette Curran, Nathaniel Dean. In: Cincecenter, Amsterdam.

    • André Waardenburg