Urenlang in de kolenfile naar Pekings moderne hart

Hoe lang het rijden is van de Noord-Chinese stad Datong terug naar Peking? “Drie uurtjes over de snelweg“, zeggen ze in het luxe hotel in Datong optimistisch. Dat komt mooi uit: zo kunnen we eerst nog uitgebreid de beroemde grotten met boeddhistische kunst bekijken in de buurt van Datong, om dan toch nog voor het donker in Peking aan te komen.

Dat zou een mooi besluit zijn van prettige, maar ook wel eigenaardige kerstdagen met mijn gasten in China. Op kerstnacht hadden we al een bevreemdende nachtmis meegemaakt waarbij een Australische kerstman al snoep gooiend door het middenpad van een bomvolle kerk als eerste naar het altaar schreed. De Chinese priester die hem volgde, zou even later de kerstman nog overtreffen door de handen van zijn enthousiaste gelovigen te drukken als ware hij Jezus zelve. We konden vanuit de zijpaden op grote videoschermen volgen hoe een vrouw hem een witte roos aanreikte, waarmee hij als een ware popster naar de applaudisserende menigte wuifde. Die stond zo dicht opeengepakt dat een paar flauwgevallen mensen de kerk uit moesten worden gedragen.

De uit steen gehouwen, vijftien eeuwen oude boeddha's in Datong blijken inderdaad prachtig, al zijn ze wel bedekt onder een laagje kolengruis, afkomstig van de steenkolenmijn die er tegenover ligt.

Kort na de middag rijden we de snelweg weer op, maar toch zullen we pas diep in de nacht in Peking aankomen. Aanvankelijk lijkt er niets aan de hand. De moderne snelweg ligt er rustig bij, om ons heen zien we af en toe een snelle Audi of BMW voorbij flitsen met daarin vooral politiemensen, legerofficieren en partijkaders. Verder een eindeloze stoet vuile, trage vrachtwagens die zwaarbeladen en door hun assen zakkend steenkool uit China's sombere en sterk vervuilde mijngebieden richting Peking rijden. Af en toe stopt onze chauffeur om tol te betalen, en bij een uitgestorven wegrestaurant eten we een kommetje noedels. Je handen kun je er niet wassen, want de waterleidingen zijn bevroren.

Zo'n 75 kilometer voor Peking komen er opeens auto's met knipperlichten over de vluchtstrook tegen het verkeer in gereden. Dan verschijnen er fietsers op de snelweg, en het autoverkeer komt tot stilstand. De fietsers bieden gekookte eieren, gestoomde broodjes en thee te koop aan. Meneer Wang, onze chauffeur, begint zachtjes in zichzelf te vloeken.

Is er een ongeluk gebeurd? “Nee, maar alle vrachtwagens moeten eerst worden gewogen voordat ze de stad in mogen“ legt Wang uit. De wagens, die vaak dubbel zo veel kolen vervoeren als toegestaan, moeten hun teveel aan lading ter plekke lossen en een forse boete betalen. “Ik hoor de mensen er vaak over klagen op de radio“, zegt Wang, die zelf voor het eerst in een kolenfile staat.

De file blijkt geen uitzondering. Om de paar dagen controleert de overheid alle vrachtwagens en het wegen van de vrachtwagens, die vaak via Peking naar de haven van Tianjin rijden om hun kolen naar Japan te verschepen, duurt lang. Er staat zo'n tien kilometer file, en telkens mogen we na een halfuur wachten weer een of twee kilometer optrekken.

De overheid staat voor een dilemma: als zij de wagens niet weegt, laadt iedereen te veel om zo kosten te sparen en concurrerend te blijven. Dan kieperen er regelmatig vrachtwagens om, en dat veroorzaakt ernstige ongelukken. Als de overheid de wagens wel weegt, leidt dat tot eindeloze vertragingen en tot grote ontevredenheid, zeker ook onder de chauffeurs van personenwagens die zich bekocht voelen met deze uiterst trage “snelweg' waaraan ze wel veel tolgeld kwijt zijn.

Is het misschien een idee om in elk geval één rijstrook vrij te laten voor personenwagens, die niet gewogen hoeven te worden? “Dat lukt de politie gewoon niet“, zegt Wang, die steeds vaker vermoeid zijn hoofd op het stuur te ruste legt. En dat kan kloppen. Bij eerdere opstoppingen op de door vrachtwagens kapot gereden wegen leek de politie eerder bij te dragen aan de chaos dan aan een doorstroming van het verkeer.

De vertraging en het onvermogen om een probleem dat zich al een jaar steeds weer herhaalt in goede banen te leiden, zijn een eye-opener voor mijn gasten. Opeens verdwijnt het moderne China met zijn fonkelnieuwe snelwegen en zijn luxe winkels uit het zicht, om plaats te maken voor een ronkende, rokende en vuile machinerie die steeds weer krakend en piepend tot stilstand komt.

De opstopping lijkt symbolisch voor China: als er onverwachts een spaak in het wiel van de modernisering wordt gestoken, is het door een scala aan onderliggende problemen niet zo makkelijk om de machinerie weer vlot te trekken. Maar je kunt het ook optimistisch bekijken. Het mag dan uren langer geduurd hebben dan voorspeld, uiteindelijk bereiken we toch onze bestemming in het moderne hart van Peking.

    • Garrie van Pinxteren