Politie in ferme Haagse greep

Wat de korpsbeheerders willen, is beter dan wat we nu hebben, zegt minister Remkes. Maar het is niet de laatste fase van een proces van reorganisaties dat in 1993 begon.

Een nieuwe reorganisatie van de politie zit er al jaren aan te komen. Hoewel de criminaliteitscijfers dalen, bestaat onvrede over de wijze waarop de 25 regionale korpsen samenwerken op het gebied van het beheer: materieel, administratie, en vooral de automatisering.

In politiekringen wordt wel gerefereerd aan het “ict-drama'. De ministers wilden meer greep op de politie om een einde te maken aan de versnipperde ict-structuur die de uitwisseling van informatie tussen korpsen belemmert. Hoewel hun samenwerking de afgelopen jaren is verbeterd, was dat drama voor het kabinet de voornaamste reden om meer eenheid te eisen, desnoods van bovenaf opgelegd.

De korpschefs en korpsbeheerders, meestal de burgemeester van de grootste gemeente in een regio, kunnen een eind meegaan met die wens, maar zij vinden dat politieministers Remkes en Donner veel te ver doorschieten in hun nationaliseringsplannen.

De wens tot reorganisering van de politie komt feitelijk voort uit de vorige reorganisatie, in 1993. Toen werden de 148 korpsen gemeentepolitie en de rijkspolitie omgesmeed tot 25 regionale korpsen en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). De opdracht aan de regiokorpsen tóén was “decentraal, tenzij“, met andere woorden: laat de korpsen zoveel mogelijk hun eigen organisatie inrichten, toegesneden op de regio. Het tenzij sloeg op zaken die de korpsen wél samen konden doen, zoals de inkoop van materieel. Maar die afspraken uit 1993 werden niet goed nageleefd, is nu de analyse. De autonomie van de korpsen is doorgeschoten, concluderen allerlei politieonderzoeken.

Bovendien was de inkt van de Politiewet 1993 nog niet droog of de wensen veranderden. Door de zware georganiseerde criminaliteit, internationaal opererende bendes en later de dreiging van terrorisme groeide het besef dat de grenzen van de politieregio's de aanpak van die misdaad bemoeilijkten. Dat leidde tot de vorming van een nationale recherche, evenknie van het landelijk parket van het OM. Desondanks vonden de politieministers nog steeds dat ze te weinig greep op de politie hadden.

Vanuit Den Haag werd een tegenbeweging ingezet, mede onder invloed van de Tweede Kamer die meer inzicht eiste in het werkelijke aantal agenten op straat, maar ook in hun resultaten. In 1997 werden landelijke beleidsthema's ingevoerd waaraan de korpsen zich moesten houden, later volgden de prestatiecontracten. In 2004 stuurden Remkes en Donner een wetsvoorstel naar de Kamer dat de ministers meer bevoegdheden moest geven om in te grijpen.

Op dat moment was al een evaluatie afgesproken van het bestel, dat werd uitgevoerd door de commissie onder leiding van oud-commissaris van de koningin Leemhuis. Zij concludeerde afgelopen zomer dat de Nederlandse politie moest worden ingericht als een “concern“ om de “balans tussen centraal en decentraal niveau en tussen de onderdelen van het concern te herstellen“.

Dat gaat het kabinet niet ver genoeg. Dat besloot in oktober dat er “één Nederlandse politieorganisatie“ komt, waarvan de korpsen deel gaan uitmaken. Het beheer komt in handen van een directieraad op Binnenlandse Zaken, die rechtstreeks onder de minister valt. De functie van korpsbeheerders, die nu wordt uitgeoefend door 25 burgemeesters, komt dan te vervallen.

De korpsbeheerders, die vinden dat de politie zo dicht mogelijk bij de burger moet blijven, hadden de bui al zien hangen en besloten zelf tot een verregaande vorm van samenwerking tussen de korpsen om te voldoen aan de eisen van het kabinet: het concern Nederlandse Politie, met een eigen landelijk bestuur van een aantal gemandateerde korpsbeheerders.

Betrokkenen in het binnenlands bestuur gaan ervan uit dat de voorstellen van kabinet in de huidige regeerperiode niet meer door het parlement zullen komen. Ook minister Remkes houdt daar ernstig rekening mee. Daarmee zou de toekomst van het politiebestel een onderwerp worden tijdens de kabinetsformatie in 2007. In het binnenlands bestuur wordt verbaasd gereageerd op het feit dat Remkes doorgaat met zijn eigen wetsvoorstel, terwijl hij de plannen van de korpsbeheerders toejuicht. Velen vinden dat beide plannen met elkaar in strijd zijn.

Nee, zegt Remkes, het plan van de korpsbeheerders is beter dan het bestel dat we nu hebben. “Je kunt ervoor kiezen om de politie nog langer als los zand aan elkaar te laten hangen, of de situatie op korte termijn een beetje te verbeteren.“ Met de aanpassingen die nu worden uitgevoerd hebben de korpsbeheerders in elk geval tot 2007 de tijd om te laten zien dat hun idee bestand is tegen de Haagse wens tot verdere centralisering.

    • Rob Schoof