Poetin verliest internationaal prestige door gasconflict met Oekraïne

In een reactie op de gascrisis tussen Rusland en Oekraïne meent Hans Grünfeld dat een goed functionerende internationale gasmarkt de beste voorwaarde is voor een betrouwbare gasvoorziening. Daarvoor zijn dan wel forse investeringen nodig. President Poetin zet de energieschatten van zijn land bewust in om zijn land weer een grote speler te laten worden, betoogt Neil Buckly.

Net voor Kerstmis had de Russische president Vladimir Poetin duidelijker dan ooit uiteengezet hoe hij zich voorstelde dat zijn land het internationale gewicht zou herwinnen dat het als deel van de Sovjet-Unie had bezeten. Voor een gehoor van zijn trouwste ministers en adviseurs wees hij trots op de positie van Rusland als grootste exporteur van aardgas en op een na grootste exporteur van aardolie, en stelde dat zijn land ernaar moest streven wereldleider te worden op het gebied van energie. Dat zou, in plaats van het militair-industriële complex dat in de sovjettijd bepalend was geweest, de motor van de Russische renaissance moeten worden.

“Onze huidige en in belangrijke mate ook toekomstige voorspoed hangt direct af van de plaats die wij innemen in het wereldwijde energiebestel“, zei Poetin op die bijeenkomst, die door de televisie werd uitgezonden.

Hij verzekerde ook wat vermoedelijk tijdens het Russische voorzitterschap van de G8, de groep van acht grote geïndustrialiseerde landen, veelvuldig zal worden herhaald dat “energieveiligheid' een hoofdthema zou zijn.

“Rusland koestert zijn welverdiende reputatie als betrouwbare en verantwoordelijke partner in de markt voor energiebronnen“, zei hij.

Moskou ziet zijn beurt aan het roer van de G8 als een kans om definitief van smekeling tot gelijkwaardige speler te worden als smekeling was het in 1998 uitgenodigd om toe te treden als beloning voor zijn streven naar politieke liberalisering en voor het feit dat het de uitbreiding van deNAVO naar het oosten accepteerde.

Maar het eerste optreden van het Kremlin op nieuwjaarsdag, toen zijn voorzitterschap van de G8 inging, heeft twijfel gewekt aan zijn imago van “betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid“: nadat Kiev had geweigerd voor aardgas een meer dan viervoudige prijs te betalen, sneed Rusland de toevoer naar Oekraïne af. [...]

Zelfs als Poetin met Oekraïne tot een akkoord weet te komen [...] kan hij zijn energieambities in ruimere zin hebben geschaad. Rusland heeft laten zien dat het bereid is tot drastische maatregelen om een afnemer tot hogere prijzen te dwingen. In één moeite door heeft het op onbehaaglijke wijze onderstreept hoezeer Europa afhankelijk is van Russische energie.

Zo is Duitsland voor ongeveer een derde van zijn aardgasverbruik aangewezen op Rusland.

Dat zou scherpe vragen van Ruslands G8-partners kunnen uitlokken aangaande zijn plannen voor het politieke gebruik van zijn energieschatten, waarbij de bestaande bezorgdheid omtrent zijn inzet voor democratie en mensenrechten zou kunnen toenemen. [...]

Dat is nu niet bepaald de context waarop Poetin hoopte, nu hij na enkele jaren voorbereiding begint met de tenuitvoerlegging van zijn strategie om de energie tot de hoeksteen van Ruslands toekomst te maken.

Dat visioen koesterde hij al toen hij nog lang geen president was. Als gemeentefunctionaris in Sint-Petersburg in de jaren negentig was hij deeltijdstudent aan het Rijksmijnbouwinstituut in die stad, waar hij een dissertatie schreef getiteld “Delfstoffen in de strategie voor de ontwikkeling van de Russische economie'. Daarin betoogde hij dat de rijke Russische grondstoffenvoorraden niet alleen garant stonden voor de economische toekomst van het land maar ook voor zijn internationale positie.

Hij stippelde een scenario uit van door de staat geleide, maar deels met particulier geld gefinancierde “grote financieel-industriële ondernemingen“ in Rusland, die met de westerse multinationals zouden kunnen concurreren. De afgelopen twee jaar is hij aan de slag gegaan om zulke conglomeraten te creëren. Met soms dubieuze methodes heeft hij energierijkdommen die tien jaar geleden goedkoop waren geprivatiseerd, weer in de greep van de staat gebracht.

De staatsoliemaatschappij Rosneft heeft eind 2004 de voornaamste productiepoot van Yukos gekocht, de oliemaatschappij die was opgebouwd door Michaïl Chodorkovski, die nu negen jaar in een Siberische gevangenis zit wegens fraude, en die in brede kring geldt als slachtoffer van een politiek gemotiveerde campagne.

In het afgelopen najaar heeft de Russische staat zijn aandeel in Gazprom, de reus die ongeveer twintig procent van de wereldgasreserves beheert, verhoogd van 38 naar 51 procent, en dus uitgebreid van de facto naar de jure zeggenschap. Vervolgens heeft Gazprom voor 13,1 miljard dollar Sibneft gekocht, de oliegroep van Roman Abramovitsj, de eigenaar van voetbalclub Chelsea; dat was Ruslands grootste fusie.

Ten slotte heeft Poetin net juridische maatregelen genomen om de aloude beperkingen voor buitenlanders op de eigendom van de resterende, vrij beschikbare aandelen Gazprom op te heffen. [...]

Moskou kan nauwelijks verrast zijn geweest door de internationale reactie [op het afsluiten van de gastoevoer naar Oekraïne]. Twee jaar geleden heeft het korte tijd de gasleiding naar Wit-Rusland afgesloten, toen het gewoonlijk loyale buurland zich verzette tegen een verdubbeling van de prijs. Die Russische reactie zorgde voor Europees protest en een interventie door de toenmalige Duitse kanselier Gerhard Schröder. [...]

(Neil Buckley in de Financial Times)

    • Neil Buckly