Pech: de motor is in revisie

Terug naar het Land van Ooit? We zijn er al, als we de statistieken moeten geloven. Want daarin staat dat de verhouding tussen arbeid en kapitaal in Nederland terug is op het niveau van vóór de jaren zeventig. De zogenoemde arbeidsinkomensquote, die kort gezegd aangeeft wel deel van het nationaal inkomen bestaat uit loon van werknemers en zelfstandigen, stond altijd ver onder de 80 procent. Pas in de jaren zeventig, toen een 'rechtvaardiger verdeling' van inkomen naar de top van de politieke agenda kroop, ging de arbeidsinkomensquote (aiq) structureel omhoog. In 1970 bedroeg de aiq nog 78,1. In 1980, toen de verzorgingsstaat op zijn hoogtepunt was, en een recessie de winsten van het bedrijfsleven had doen verdampen, piekte de aiq op 89,6. De zogenoemde restquote: winsten, renten en pachten, was nooit zo laag geweest.

In 2006 lijkt dat allemaal gerestaureerd. Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt dat de aiq daalt tot 78,75. De verhouding tussen arbeid en kapitaal, volgens Marx de motor van de geschiedenis, is terug bij Ooit.

De werkgevers van VNO NCW toonden zich vorige maand dan ook verheugd over deze ontwikkeling. Maar ruim een jaar eerder luidde dezelfde organisatie nog de noodklok, toen de vakcentrale FNV met een looneis van 3 procent kwam. Zo'n looneis zou de arbeidsinkomensquote verder doen stijgen, en die was al zeer hoog in vergelijking met het verleden, namelijk 86 procent.

Wie na lezing van het voorgaande denkt: hier klopt iets niet, heeft gelijk. Hier klopt iets niet. Met de ingrijpende revisie van de nationale rekeningen, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) afgelopen zomer doorvoerde, zijn tal van kengetallen over de economie radicaal veranderd.

De berekening van de aiq valt anders uit door het anders toerekenen van financiële diensten, en een grotere stijging van de arbeidsproductiviteit.

Zonder de revisie, zo rekende het CPB onlangs voor, zou de aiq in 2004 niet zijn gedaald richting 80, maar boven de 86 hebben gelegen. Dat is het verschil tussen een succesvolle structurele hervorming en de absolute economische gevarenzone. Wat is er nu waar? In principe natuurlijk de lezing volgens de laatste statistische inzichten van het CBS.

Maar voor een diagnose van de Nederlandse economie is de aiq als leidraad voorlopig betekenisloos. Want wie zegt dat over een paar jaar een nieuwe revisie niet uitwijst dat we het bij nader inzien alweer allemaal bij het verkeerde eind hadden? Dat maakt met terugwerkende kracht het scheldwoord begrijpelijker dat hardcore-Marxisten vroeger hadden voor tegenstanders in eigen kring: 'revisionist'.

Maarten Schinkel