Omstreden Shakespeare doeltreffend verfilmd

Wie niet zou weten dat The Merchant of Venice door Shakespeare was geschreven, zou het scenario van deze film misschien in de prullenbak hebben gegooid: wat is dat voor een raar verhaal, wat een ongemakkelijk mengsel van klucht en rechtbankdrama, van flauwe komedie, absurde romantiek en aangrijpende tragiek, van walgelijk antisemitisme en hartbrekend humanisme? Maar The Merchant of Venice is wel van Shakespeare, en daardoor niet alleen kunst maar ook kunstgeschiedenis, en daarom is het goed dat er nu een verfilming van is. Er zijn Romeo en Julia's in allerlei soorten en maten, maar van De koopman was er in vergelijking weinig. Er zijn wel een aantal stomme films van gemaakt en een stuk of tien tv-versies, maar de vermeend antisemitische inhoud heeft er na de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk voor gezorgd dat er voor de bioscoop geen grote producties meer van zijn gemaakt. Ook op het toneel is het stuk omstreden geworden, niet zo erg als Fassbinders moderne variant Het vuil, de stad en de dood, maar toch.

Al Pacino als Shylock in “The Merchant of Venice'

Michael Radford, onder meer regisseur van Il Postino, durfde het nu aan, en de regisseur plaatst het verhaal daar waar het lijkt te horen, in een tijd en plaats die niet meer de onze is: “Venetië, 1596', al blijft natuurlijk altijd de mogelijkheid bestaan om vervolgens zelf parallellen te trekken met andere tijden en plaatsen. Helemaal overtuigend is Radfords poging niet, want in de art direction is vooral beeldende kunst uit die tijd te herkennen, en Venetië moet toentertijd toch minder op schilderijen van Titiaan en andere goden hebben geleken dan in deze film het geval is. Maar goed, het is nu eenmaal moeilijk, misschien onmogelijk, je zonder hulp van schilderijen in het verleden terug te wanen, al blijft het hinderlijk dat in deze film in elke scène fruit een stilleven ligt te wezen. Nou ja, misschien voorkomt dat weer dat The Merchant al te zeer als historische werkelijkheid gepresenteerd wordt. Venice, 1596, based on a true story, ga je anders bijna denken. Want Radford heeft het verhaal wel zo gefilmd dat het zo plausibel mogelijk is geworden, al is dat nog steeds niet vreselijk plausibel: om te kunnen trouwen met de mooie Portia heeft Bassanio geld nodig , dat hij leent van zijn oude vriend Antonio, die het weer leent bij de door hem verafschuwde jood Shylock, met als onderpand een pond van zijn eigen vlees. Portia trouwt met Bassanio en verkleed als man verdedigt zij Antonio in de rechtzaal als Shylock zijn vlees komt eisen.

De relatie tussen Antonio en Bassanio is in de film zelfs voor de slechte verstaander een homo-erotische geworden. De beroemde toespraak van Shylock, beroemder dan het stuk zelf, is zo gefilmd dat hij haast terloops lijkt en daardoor bijna teleurstelt. “Heeft een jood geen ogen, heeft een jood geen handen, geen ledematen, zintuigen, gevoelens, hartstochten? Als jullie ons steken, bloeden wij dan niet?“ Het helpt niet eens dat Shylock gespeeld wordt door Al Pacino, die in andere scènes zijn tegenspelers van het doek blaast, maar hier, misschien omdat hij zich zo bewust was van de mogelijkheid tot bombast, erg ingetogen is.

De grootste verdienste van deze Koopman van Venetië is misschien dat hij er is. De middelmatigheid vol tierelantijnen is doeltreffend: hij verhult de vreemdheid van het stuk niet, interpreteert niet al te opzichtig en laat de verzen uit de monden van meest gerenommeerde acteurs (vooral Jeremy Irons als Bassanio) klinken. Het is bijna alsof je aan het lezen bent.

William Shakespeare's The Merchant of Venice. Regie: Michael Radford. Met: Al Pacino, Joseph Fiennes, Jeremy Irons, In: 9 bioscopen.

    • Bianca Stigter