Noodtoestand Frankrijk wegens succes opgeheven

De Franse regering heeft de noodtoestand opgeheven. Het is al weken rustig in de voorsteden. De regering noemt de maatregel succesvol, critici vonden hem overbodig.

Sinds vannacht is een uitzonderlijke periode in Frankrijk voorbij. Gistermiddag tekende de regering het decreet dat een einde maakte aan de noodtoestand die in november tijdens de rellen in de Franse voorsteden werd uitgeroepen.

Dat is een welkome beslissing, meent Dominique Maillard Desgrees du Lou, rechtsgeleerde aan de universiteit van Angers. In november wierp hij zich in Le Monde op als een van de weinige pleitbezorgers van de maatregel. Maar handhaving tot 21 februari, zoals de regering aanvankelijk voorzag, had hij wel “een beetje lang“ gevonden.

De noodtoestand was door premier Dominique de Villepin op 8 november uitgeroepen, op het hoogtepunt van de rellen die zich sinds eind oktober vanuit de voorsteden rond Parijs over het hele land verbreidden. Op 18 november, toen de meeste vandalen gekalmeerd waren, kreeg de regering instemming van het parlement voor een nieuwe wet die de noodtoestand tot maximaal drie maanden verlengde. Ze wilde daarmee vooral opleving van het geweld rond de jaarwisseling voorkomen. Maillard had daarom januari als maximale termijn vooraf logischer gevonden.

De noodtoestand maakte het mogelijk om in 25 expliciet in een decreet genoemde departementen verregaande maatregelen te nemen. De belangrijkste daarvan was het instellen van een avondklok-op-maat, per leeftijdscategorie, wijk of straat. Verder konden beperking worden opgelegd aan alcoholgebruik en benzineverkoop. De politie kon ook “s nachts huiszoekingen gaan uitvoeren. Cafés konden worden gesloten, samenscholingen verboden. Zelfs de pers kon aan banden worden gelegd, maar minister Sarkozy (Binnenlandse Zaken) sloot uit dit te doen.

De noodtoestand was tegelijk de meest ingrijpende, omstreden en met symboliek beladen maatregel van de regering tegen de rellen. Meteen na het instellen van de noodtoestand kwam de kritiek op gang. Aanvankelijk was deze vooral gericht op de symbolische lading van de wet waarop de regering de noodtoestand baseerde. Die wet stamt uit 1955, de periode van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. De laatste keer was de wet gebruikt om de noodtoestand uit te roepen in 1984 in Nieuw-Caledonië, een ander Frans overzees gebiedsdeel in opstand. Dat leken bepaald ongelukkige precedenten voor gebruik in voorsteden met overwegend bewoners van Noord-Afrikaanse en Afrikaanse afkomst.

Maillard wees deze kritiek in november van de hand. De betekenis van de wet uit 1955 lag niet in haar symbolische verleden, maar in haar praktische nut nu, schreef hij. Bovendien, zo redeneert hij, gaat deze noodtoestand “veel minder ver“ dan de grondwettelijke noodtoestand, die de parlementaire rechtsstaat buiten werking stelt.

,,Ik reageerde vooral op de kritiek dat deze noodtoestand per definitie liberticide was,“ zegt Maillard nu. “Dat oordeel was te snel. De noodtoestand bood de autoriteiten wel de mogelijkheid grondrechten te beperken, maar ze konden het ook laten.“ Hij riep daarom vooral op tot waakzaamheid. Het ging om de vraag of de regering de extra bevoegdheden die de noodtoestand gaf, inderdaad terughoudend zou gebruiken, zoals verschillende ministers hadden beloofd. Achteraf is Maillard daarover tevreden. Het optreden van de regering karakteriseert hij als ,,geruststellend“.

De balans van twee maanden noodtoestand is al met al inderdaad bescheiden, zo blijkt uit overzichten. Zo zijn er volgens een onderzoek van de senaat in totaal twee nachtelijke huiszoekingen geweest. In Parijs gold een weekeinde lang een samenscholingsverbod. In totaal hebben 82 gemeenten in zeven (van de 96) departementen een avondklok ingesteld. Steeds gebeurde dat alleen in sommige wijken, en doorgaans gedurende enkele avonden. Alleen in Evreux, ten westen van Parijs, gold de avondklok ook voor meerderjarigen. Volgens het ministerie van Justitie zijn een veertigtal mensen aangehouden omdat zij de avondklok negeerden.

In regeringskringen wordt het uitroepen van de noodtoestand als een succes gepresenteerd. De uitzonderingstoestand heeft ook psychologisch “een afschrikkend effect“ op relschoppers gehad, zo vertellen medewerkers op het presidentiële Elysée. Regeringswoordvoerder Jean-François Copé onderstreepte gisteren dat de rust in de steden is teruggekeerd sinds de noodtoestand is uitgeroepen.

Volgens critici speelde de noodtoestand echter geen rol meer in de ordehandhaving sinds de rellen zijn geluwd. De socialistische fractieleider in de Assemblée Nationale, Jean-Marc Ayrault, juichte het opheffen van de noodtoestand gisteren toe, maar niet zonder de toevoeging dat het rijkelijk laat was, gezien de reeds ruime bevoegdheden van de Franse politie.

Ook Dominique Barella, voorzitter van de grootste vakbond van magistraten, USM, was gisteren “tevreden“. Maar tegelijk sprak hij van een “non-gebeurtenis“. Want “op strafrechtelijk gebied heeft [de noodtoestand] de afgelopen weken voor ons niets uitgemaakt“, aldus Barella.

Volgens Maillard was de verlenging van de noodtoestand met drie maanden meer “een politieke kwestie“ dan een noodmaatregel. “Er was geen daadwerkelijke onrust meer“. Hij ziet daarin een tendens die hij als jurist met twijfel gade slaat: “Voor het eerst is er sprake geweest van een preventieve noodtoestand.“ Maar, zegt hij, rellen voorkomen doe je door goed politieoptreden, niet door bijzondere wetgeving.

Bij grootschalige en aanhoudende ongeregeldheden zou wat hem betreft de noodtoestand toch weer uitgeroepen kunnen worden. Temeer daar de beroepsmogelijkheden tegen de wet uitgebreid zijn. In december voerde een collectief van 74 juristen een procedure tegen de noodtoestand bij de Raad van State. Zonder succes, maar, zo onderstreept Maillard, de regering moest de maatregel wel verantwoorden. Voor excessen en willekeur van de autoriteiten is hij daarom niet zo bevreesd. “Het zal onmogelijk blijken voor elk wissewasje de noodtoestand uit te roepen.“

    • René Moerland