Nog één miljoen Opels in Nederland

Volkswagen is concurrent Opel voorbijgestreefd als bestverkochte automerk van Nederland. Daarmee komt een einde aan een 35-jarig tijdperk waarin hét doorsneemerk bovenaan stond.

Nederland is niet langer een Opelland. Na 36 jaar onafgebroken marktleider te zijn geweest, is Volkswagen nu het populairste automerk van Nederland. Volgens de brancheorganisaties RAI Vereniging en Bovag verkocht Volkswagen vorig jaar 44.922 personenwagens, 443 auto's meer dan Opel.

Duitsland en Oostenrijk waren al Volkswagenland. De Fransen houden van Renault, de goedkope Zuid-Koreaanse auto's van Hyundai zijn favoriet in Griekenland, Ierland rijdt Toyota. Maar Nederland viel massaal voor de Kadett en later de Astra. Geen enkel merk kon zich in Europa op zo'n lange hegemonie beroepen als Opel in Nederland.

Opel hoorde de afgelopen 36 jaar bij Nederland als karnemelk en bloembollen. De voetballers van Feyenoord zwoegden lange tijd met de merknaam op hun borst. En vergeet het kritische AVRO-lid Cor van der Laak niet, het typetje van Kees van Kooten, dat op televisie altijd zijn Kadett stond te soppen: ,,Het gezin in Nederland is de hoeksteen van de Opel Kadett, ja.“

Doorsnee-auto's voor doorsneemensen, jarenlang heeft Opel het daarmee gered. Opelrijders hadden geen behoefte aan een statement voor de deur, maar wilden een degelijke, betrouwbare auto. Een auto die ongecompliceerd reed en betaalbaar was in onderhoud. Een compacte middenklassers zoals de Kadett en later de Astra waarin je met vrouw, kinderen en vouwwagen probleemloos mee naar het Zwarte Woud kon rijden.

Opel had ook succes dank zij het dichte dealernetwerk dat het merk na de oorlog wist op te bouwen. En ook met modellen die andere doelgroepen aanspraken. Neem de Manta, een goedkope coupé-versie van de gezinswagen Ascona. Deze “boerenporsche' was mateloos populair bij rijders die droomden van een Porsche, Triumph of andere snelle auto. Meer dan 500.000 Manta's zijn in Nederland verkocht en het model heeft nog steeds vele liefhebbers die zich in clubs hebben verenigd.

Maar de laatste jaren kwam de onaantastbare positie onder druk te staan. Vijf jaar geleden verkocht Opel nog ruim 80.000 nieuwe auto's, afgelopen jaar waren het er nog maar 44.479. Door de trukendoos te openen wist Opel het begeerde marktleiderschap nog een paar jaar te continueren, bij voorbeeld met financieringsacties in de showroom. En in december maakte de importeur de afgelopen jaren nog weleens deals met fleetowners, zoals leasemaatschappijen en grote bedrijven. Door vlak voor de jaarwisseling nog grote partijen nieuwe auto's op kenteken te stellen, kon de concurrentie op de valreep nog wel eens worden voorbijgestreefd.

Maar het marktleiderschap kwam onder steeds grotere druk te staan. Was het merk decennialang het toonbeeld van betrouwbaarheid, opeens scoorde het hoog in de pechstatistieken. In het segment van de Astra, de succesvolle middenklasser van Opel, kwamen steeds meer goede auto's te koop. Het imago van burgermansauto stond ook niet langer garant voor grote verkopen. Andere merken investeerden in vormgeving en dat sprak automobilisten meer aan.

Ook de metamorfose van Hyundai en Kia speelde Opel vermoedelijk parten. De twee Zuid-Koreaanse merken drongen het afgelopen jaar voor het eerst door in de top-tien van bestverkochte merken. Goedkope auto's maakten de Koreanen al lange tijd. De laatste tijd weten de Koreanen ook aansprekende modellen te fabriceren.

Eén troost rest de importeur van Opel. Door de decennialange hegemonie zal het merk nog lange tijd het straatbeeld beheersen. Zeven miljoen auto's telt het nationale wagenpark, op de motorkap van bijna één miljoen daarvan staat het symbool met de bliksemflits. Volkswagen heeft bijna 800.000 auto's op de weg.

    • Arjen Ribbens